NAAR DE KLOTEN GAAN

klotenDe betekenis van het gezegde is ‘ten onder gaan’ of ‘kapot gaan’. Maar waarom die verwijzing naar kloten? Anders dan iedereen vermoedt verwijst het niet naar een bepaald mannelijk lichaamsdeel, maar naar de stenen kogels die in vroegere eeuwen vanuit kanonnen en grote katapulten op de grote verdedigingswerken en stadswallen werden afgeschoten. Deze stenen kogels waren in feite grote stenen die met beitels rond gehakt waren. Dat was natuurlijk een hele klus om die stenen zo rond te krijgen dat ze als kanonkogels gebruikt konden worden. Als de kloten afgeschoten waren lagen ze vaak in de gracht die om het verdedigingswerk of de stadswal heen was gelegd. De vijand wilde natuurlijk graag hun kloten terug hebben om ze nog eens te kunnen gebruiken. Dat was geen aangenaam en bovendien zeer gevaarlijk werd, want de verdedigende partij was er veel aan gelegen te verhinderen dat de aanvallende partij die kloten weer opdook. Die aanvallers lieten krijgsgevangenen het water in gaan om de kloten te zoeken en naar boven te halen. Ze kregen daarvoor een speciale leren zak mee die “klootzak” werd genoemd. De gevangen werden door de militairen “het klootjesvolk” genoemd.

Er zijn veel vaste combinaties die de betekenis ‘kapot’ hebben en dus varianten zijn van de uitdrukking ‘naar de kloten gaan’: (1) naar de barbiesjes gaan, waarbij barbiesjes een verbastering is van Berbice in Brits-Guyana, een belangrijke plaats in de slavenhandel in de 18e eeuw; (2) naar de bliksem gaan; (3) naar de duivel gaan; (4) naar de maan gaan; (5) naar de haaien gaan; (6) naar de knoppen gaan, waarbij volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) knoppen een eufemisme voor kloten is; (7) naar de vaantjes gaan, waarbij wellicht moet worden gedacht aan een zeeman die overboord valt. Met vaantjes worden dan de vlaggetjes bedoeld waarmee in het water de ligging van bepaalde soorten vistuig wordt gemarkeerd; (8) naar de verdommenis gaan: (9) naar de verfloddering gaan, waarvan de oorsprong duister is; (10) naar z’n grootje gaan, wat waarschijnlijk verwijst naar Roodkapje die haar grootmoeder bezocht; (11) naar z’n mallemoer gaan, wat een samenvoeging is van mal (‘zot’) en moer (‘moeder’), de samenvoeging mallemoer betekende eigenlijk ‘een al te bezorgde moeder’); (12) naar de sodemieter gaan; (13) naar de gallemiezen gaan. Dit is bargoens taalgebruik, de geheimtaal van dieven, landlopers en rondtrekkende handelaren die veel jiddische en hebreeuwse elementen bevatte. Volgens de Van Dale (2005) gaat het terug op het Hebreeuwse gallamis, dat ‘kiezels, puin, gruis’ betekent. In andere naslagwerken (zoals het Bargoens Woordenboek (1982) van E. Endt en L. Frerichs en het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997)) staat echter dat het wellicht teruggaat op de Hebreeuwse woorden challasj (‘zwak’) en mioes (‘minderwaardigheid’). Volgens Van Dale is gallemieze(n) pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw in gebruik gekomen in het algemene Nederlands.

In elk geval: er zijn in Nederland dus vele manieren om ten onder of kapot te gaan.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

2 thoughts on “NAAR DE KLOTEN GAAN

  1. In het oosten van Nederland (Gelderland, Drenthe etc.) heb je ook het spel Klootschieten, wat zoveel inhoudt dat je een loden bal zo ver mogelijk moet gooien. En de zak waarin die ballen zat heet een klootzak. Maar je moest die kloten ook weer ophalen, wat daar ook ‘naar de kloten gaan’ genoemd wordt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: