OM DE HAVERKLAP

Om de haverklap betekent ‘telkens weer, elk ogenblik’. Het heeft vaak een negatieve bijklank: iets gebeurt zó vaak dat het in al z’n voorspelbaarheid vervelend wordt. De oudste vorm van deze uitdrukking is om een haverklap; de vorm met de komt pas sinds 1950 (de zevende druk) in Van Dale voor.
F.A. Stoett geeft als omschrijvig: “om eene nietigheid, eene beuzeling, en vervolgens: ieder oogenblik, telkens, klak veur keer (Teirl. II, 136), ieder klipklap, klikkebik (vgl. Sjof. 167: Elke haverklap was t ie weer terug). In het Zaansch: om ’t haverslag, om een haverklap (Boekenoogen, 209). Misschien beteekent klap in haverklap eig. klapvlies, zaadhulsel, dus kleinigheid, en haverslag eig. klopsel, afval van haver (vgl. hamerslag), dus haverkaf of haverstroo. Zie no. 862 en De Jager’s Verscheidenheden, 331; Archief II, 101; Ndl. Wdb. VI, 153. Syn. is het fri. om ’n klapskeet of alle klapsketen; ook in het Westfri. alle klapscheten of alle kikkeflikken (De Vries, 78); het gron. om een knapscheet (Molema, 209 b) naast om een haar, dat in de 17de eeuw ook beide beteekenissen in zich kan vereenigen. Op Goeree en Overflakkee: Hij is in een klapscheet terug, in een ommezien; voor elke klapscheet komt hij je lastig vallen’.
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) geeft een vergelijkbare verklaring en verwijst naar enkele verwante uitdrukkingen, namelijk om een haverslag, om een haverkaf en om een haverstro, die al wat langer voorkomen; ook daarin gaat het steeds om afval of overblijfselen van haver.
HaverklapEr zijn nog meer verklaringen voor om de haverklap in omloop. Sommigen denken aan een verband met het dorsen; om de haverklap zou dan eigenlijk duiden op elke tweede klap tijdens het dorsen van het graan met de dorsvlegel. Anderen zien een verband met de haverklep/ haverklap; dat zou een leren mondbak met voer zijn die om de hals van een paard werd gehangen. Een koetsier hing deze mondbak op min of meer vaste tijden bij zijn paard om, en vandaar kon om de haverklep/haverklap ‘telkens’ gaan betekenen. Tegen deze laatste verklaring pleit in elk geval dat haverklep/ haverklap in de betekenis ‘mondbak’ niet één keer voorkomt in het 29-delige Woordenboek der Nederlandsche Taal.
Het wetenschappelijke Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) spreekt al het voorgaande tegen. Volgens het EWN is om een haverklap een verbastering van de Friese uitdrukking om in aveklap (in = ‘een’). Dat woord aveklap sloeg op iets heel anders, namelijk het luiden (klappen) van de zogenaamde avemariaklok (kortweg ave), de klok die opriep tot het bidden van het Ave Maria of angelus. Dat gebeurde driemaal per dag: om zes uur ’s ochtends, om twaalf uur ’s middags en om zes uur ’s avonds. Toen het eerste lid ave in aveklap niet meer herkend werd, kon het gemakkelijk vervormd worden tot het wél bekende haver. Misschien heeft het bestaan van een uitdrukking als twisten om een haverstro (‘om niets ruzie krijgen, telkens ruzie krijgen’) hieraan meegewerkt. De laatste decennia wordt de verklaring dat de oorsprong ligt in het Friese ‘aveklap’ als meest vanzelfsprekende beschouwd en niet langer de verklaring van Stoett gevolgd.

Bewaren

Bewaren

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: