ODALISKEN – 009


009 - Henri Matisse Odalisque 1920-21

Henri Matisse – Odaliswue (1920-1921)

Henri Matisse (31 december 1869 – 3 november 1954) was een Frans kunstschilder en beeldhouwer. Hij staat bekend als de merkwaardigste Franse fauvist. Matisse werd geboren in een Franse bourgeoisie-familie te Le Cateau-Cambrésis, een familie van wevers langs vaderskant en leerlooiers langs moederskant. Hij bracht zijn jeugd door in Bohain-en-Vermandois, vlak bij zijn geboorteplaats, waar zijn ouders handel dreven in graan en drogisterij. Hij groeide op tussen thuiswevers, die de kostbare stoffen in wol en zijde maakten voor de hogere burgerij van Parijs. Hij studeerde rechten en kwam terecht bij het Openbaar Ministerie. In 1890, tijdens een moeizaam herstel van één jaar na een blindedarmoperatie, begint hij prenten te kopiëren. Hij wordt door de kleuren gegrepen en tegen de voorkeur van zijn familie in richt Matisse zich op de kunst. Hij volgt tekenlessen aan de Quentin de la Tour-school.

In 1892 trekt hij weer naar Parijs, waar hij destijds student was geweest, laat zich inschrijven aan de Académie Julian en volgt een avondcursus aan de “Ecole des Arts décoratifs”. Met zijn leraren op de scholen kan hij het niet goed vinden. Zij stellen dat hij niet goed genoeg kan tekenen. Beslissend is hier zijn kennismaking met Albert Marquet en met Gustave Moreau (1892-1897). Hij krijgt contact met Georges Rouault, Charles Camoin, Henri Manguin en met de Belg Henri Evenepoel, zijn latere geestesgenoten in het fauvisme. Aanvankelijk vertonen zijn doeken een eerder omfloerst poëtische Nabis-atmosfeer. Zijn palet klaart op nadat hij het werk van Vincent van Gogh leert kennen en Camille Pissarro hem wijst op een minder geslaagd kleurengebruik.

Hij trouwt in 1898 en verblijft kort in Londen, waar hij zich verdiept in het werk van William Turner. Hierna leert hij de zuidelijke helle kleuren kennen op Corsica. In 1899 keert hij terug naar Parijs, op de Quai Saint Michel, waar hij zal blijven wonen tot 1907. Hij raakt er in de ban van de kleurencombinaties van Cézanne en Gauguin. Maar ook de beeldhouwwerken van Auguste Rodin fascineren hem. Hij waagt zich ook aan het beeldhouwwerk en stelt zijn eerste stukken tentoon. Na een kort verblijf, in 1904, bij Paul Signac in Saint-Tropez, neemt hij het divisionisme en het pointillisme onder handen. Hij bouwt zijn schilderijen op met gekleurde puntjes en met weglating van schaduwen en dominante kleuren. “Luxe, calme et volupté” ontstaat, naar een gedicht van Charles Baudelaire. Hij bemerkt vlug de beperkingen van dit systeem en waagt zich nog een stap verder. De zomer van 1905 brengt hij door in Collioure en schildert erop los, in gezelschap van André Derain. 1905 is het jaar waarop de naam Matisse plots en voorgoed op de voorgrond treedt. Hij wordt gezien als de grondlegger van het fauvisme, een stijl met fel contrasterende kleuren naast elkaar zonder enige overgang, waarbij de harde confrontaties niet getemperd worden. Tevens werd er geen rekening meer gehouden met het perspectief. De voorgrond werd als het ware omlaaggeklapt en staat in het schilderij in hetzelfde plan als de achtergrond. Toch wordt het perspectief in zekere mate geaccentueerd door kunstig gebruik van de vormen en kleuren.

De journalist-criticus Louis Vauxcelles scheldt de exposanten op het “Salon d’Automne” uit voor Les Fauves en de toon is gezet voor de groep fauvisten met onder meer Matisse, Marquet, de Vlaminck en Derain. “La fenêtre ouverte à Collioure” en “La femme au chapeau” waren gewraakte werken van Matisse op deze expositie. De kritiek was vernietigend. Men schreef onder andere “Uitgenomen de gebruikte materialen, heeft dit alles niets meer met schilderwerk te maken. Het zijn barbaren die men bij ongeluk verf in handen gaf, kinderen die men naar hartenlust met een schildersdoos liet morsen…”.

Matisse was een kunstenaar, die naast het schilderen in het tekenen, de grafiek, de decoratie en de sculptuur werkte. Literair presteerde hij in 1908 met “Notes d’un peintre”. Intussen, in 1907, hadden Pablo Picasso met zijn ophefmakende “Les Demoiselles d’Avignon” en Paul Cézanne met zijn retrospectieve expo in het “Salon d’automne” van datzelfde jaar, de weg geopend naar het nieuwe kubisme. Matisse bleef zijn kleurentechniek trouw en vond erkenning bij de grote verzamelaars, zoals Gertrude Stein, Iwan Morozov en Sergei Sjtsjoekin. Voor deze laatste maakt hij “La musique” en “La danse”, in 1909. Over dit laatste zegt hij “…Trois couleurs pour un vaste panneau de danse: l’azur du ciel, le rose des corps, le vert de la colline …”.
In december 1917 vestigt hij zich in Nice. Hij schildert er in zijn atelier in hoofdzaak vrouwen, dikwijls in oriëntaalse kledij. Hij wil in zekere mate hiermee de kleuren van het weefsel “vertalen” met de kleuren van zijn palet. Om zijn naakten hun speelse arabesken te laten uitvoeren gebruikt hij de zwarte kleur als kleur van het licht. In die periode maakt hij ook veel gravures. Deze odaliske stamt uit die periode, 1920-1921.

In 1930 maakt hij een reis naar de Verenigde Staten en reist door naar Tahiti. Op dit eiland ontdekt hij een ander soort licht. Het is voor hem “un gobelet d’or profond dans lequel on regarde” (‘een diepe gouden kroes waarin men staart’). Bij zijn terugkeer verhuist hij in 1938 naar Nice-Cimiez. Na een moeilijke chirurgische ingreep voor een kankergezwel in 1941, geven de dokters hem nog slechts zes maanden te leven. Matisse besluit voortaan nog slechts te doen waar hij zin in heeft, zonder rekening te houden wat de anderen van hem verwachten of eisen. Aldus worden de jaren 40 een periode waarin er een sluitende overeenkomst komt tussen de tekening en het kleurengebruik. Hij wordt bijgestaan door zijn verpleegster Monique Bourgeois, die ook zijn model wordt.

In 1943 gaat hij in Vence wonen. Hij schildert er bloemen, weelderige planten, zonnige interieurs en sensuele vrouwen. De vormen in zijn schilderijen vlakken zich af en puren zich en vereenvoudigen zich uit als het ware tot tekens. Hij illustreert ook teksten van zijn geliefkoosde dichters Pierre de Ronsard, Charles Baudelaire en Charles d’Orléans. Hij knoopt er ook opnieuw vriendschap aan en schrijft ongeveer 1200 brieven naar de tekenaar en schrijver André Rouveyre, die hij vroeger al ontmoet had in het atelier van Gustave Moreau. In 1944 worden zijn vrouw en zijn dochter Marguerite aangehouden door de Gestapo op verdenking te behoren tot het verzet. Zijn vrouw bleef zes maanden opgesloten. Marguerite kon ontsnappen uit de trein die haar naar een kamp overbracht en hield zich schuil in een bos in de Vogezen.

De laatste tien jaren van zijn leven wordt de periode van zijn “papiers gouaches et découpés”, waarover hij zegt: “Découper à vif dans la couleur me rappelle la taille directe des sculpteurs”. Door een verkeerd verlopen operatie was Matisse aan de (rol)stoel gebonden, kon hij niet meer uitgebreid staand schilderen. De oplossing vond hij in het werken met geverfd papier (papiers gouaches), waarin hij vormen uitknipte die hij weer voor het grotere werk gebruikte. Een aantal van deze werken zijn ook door een drukker vermenigvuldigd. Matisse zag erop toe dat de gebruikte kleuren correct waren. Doordat de drukker de gebruikte materialen goed vastgelegd heeft, kunnen die werken die nu ontkleurd zijn, weer gerestaureerd worden naar hun originele kleuren.

Bewaren

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: