LA GRANDE BOUCLE 13

De etappe Bayonne-Luchon blijft me nog even boeien, een monsterrit van 326 kilomter over vier traditionele Pyreneeëncols: de Aubisque, de Tourmalet, de Aspin en de Peyresourde. Van de 76 renners die aan het helse karwei begonnen, zouden slechts 54 renners ook de andere dag weer van start gaan. Niet dat al die renners ook allemaal finishte, een hele groep zal het op enig moment niet meer zitten en besloot gebruik te maken van een aanbod met de bus het resterende stuk naar Luchon af te leggen. De groep was te groot om massaal uit koers te worden genomen, wat natuurlijk volgens de reglementen had gemoeten. De Tourdirectie vond het echter niet erg aantrekkelijk om met een groepje van een man of twintig de koers te vervolgen. Op 28 juni 2006 schreef Peter Sierksma onderstaand artikel, met de toepasselijke titel: De zwaarste etappe ooit.

Zaterdag begint de 91ste Tour de France. Dit jaar is ie 3639 kilometer lang. Dat is 2106 kilometer minder dan de Tour van 1926, de langste die ooit is verreden. In de tiende etappe van die Tour breekt de hel los. De rit geldt als de zwaarste Touretappe uit de geschiedenis. De kerkklok van Bayonne slaat twee – 6 juli 1926. Het is donker, het motregent en het is koud. 76 renners, etenszak op hun rug, twee banden om de schouders, flacon cognac in de maillot, zetten zich in beweging. Met hun koerspetten diep over het hoofd en hun wollen sjaals om hun hals zijn ze bijna onherkenbaar. Sommigen dragen regenjassen. Het doel is Luchon, 326 kilometer verder. Onderweg: vier Pyreneëencols. Vandaag hebben ze geen last van het eeuwige stof dat van de onverharde Franse wegen afwaait. Maar is dat een zegen? Hoe zal het weer zijn op de Aubisque? Hoe koud is het op de ruim 2100 meter hoge Tourmalet? Zou het er sneeuwen?

Niemand maakt in de vroege ochtenduren haast. Het peloton kleumt. In de groep rijden de favorieten Lucien Buysse (33) uit Wontergem en Ottavio Botecchia (31), een steenhouwer die in de Eerste Wereldoorlog als krijgsgevangene heeft kennisgemaakt met de fiets en is uitgegroeid tot een van de beste renners van zijn tijd. Buysse heeft zijn zinnen op deze etappe gezet. In de vorige Tour is hij tweede geworden achter Botecchia. Niet dat de Vlaming veel minder was. Maar Botecchia was de kopman, Buysse zijn helper. Botecchia moest winnen. Zo luidden de stalorders van monsieur Pierrard, de directeur van de wielerploeg van fietsenfabrikant Automoto en bandenfabrikant Hutchinson. Zij betalen Buysse’s salaris. Hun orders volgt Buysse dus op. Bovendien, hoewel ze elkaars talen niet spreken, mogen de twee elkaar wel. Ottavio is een goeie jongen, vindt Buysse. Stalorders opvolgen heeft Buysse in zijn lange carrière vrijwel altijd gedaan. Buysse wordt coureur, omdat zijn broer Marcel dat ook is en er goed mee verdient. Wielrennen levert veel meer op dan het zwingelen van vlas. Dus volgt Lucien het pad van Marcel, net als zijn jongere broer Jules. Explosief en snel is Buysse niet. Hij sprint als een locomotief. Maar hij is oersterk en heeft een enorm uithoudingsvermogen. Daarom rijdt hij meestal in dienst van anderen. In België, in Frankrijk, in Italië houdt hij kopmannen uit de wind en maakt hij tempo voor hen. Voor Buysse is francs innen belangrijker dan winnen.

P331Adelin Benoit

Zo ook in 1925. Botecchia, die in 1924 de hele Tour in het geel rijdt, begint in 1925 opnieuw sterk. Maar als de Italiaan in de loop van de ronde verzwakt, weet Buysse dat zijn ploegmakker zonder zijn hulp niet kan winnen. Buysse maakt er gretig gebruik van. Hij zal Botecchia helpen. Als er wordt betaald. Botecchia, Automoto en Hutchinson beloven hem elk 12.000 francs. Bovendien zal de Italiaan alle premies die hij in de Tour verdient met Buysse delen. De deal levert Buysse een veelvoud op van het bedrag dat Wontergemmers met een jaar zwingelen verdienen. Buysse heeft nog iets geleerd: hij kan de ronde zelf winnen. ,,Ik ben content”, zegt hij in Parijs tegen familieleden die hem opwachten na de Tour. ,,Maar volgend jaar ga ik voor de zege en zal ik winnen.”

Tussen Bayonne en Luchon sla ik toe, heeft Buysse aangekondigd. Dat moet hij ook wel, want Buysse is de Tour van ’26 slecht begonnen. In de eerste etappe, 371 kilometer lang, heeft hij pap in de benen en denkt hij aan zijn pas overleden dochtertje Lucienne. Het zonlicht weerkaatst op zijn witte stofbril. Als hij die afzet, krijgt hij een teerspat in zijn oog. Hij ziet bijna niks meer. Hij vindt een oogarts, laat de spat verwijderen en vervolgt zijn weg. Ruim 23 minuten na zijn broer Jules, die een solo van 160 kilometer heeft gereden, arriveert hij in Mulhouse. In de derde etappe nemen de Vlamingen Staf Vanslembrouck en Berten Dejonghe de benen. Weer verliest Buysse tijd. In het algemeen klassement staat hij meer dan 23 minuten achter gele-truidrager Vanslembrouck. Zes lange en saaie etappes later heeft hij die achterstand nog steeds.

Het gaat harder regenen. De Aubisque nadert. Buysse’s ploeggenoot Jef van Dam stapt af, koopt een zeildoek, scheurt er een gat in en trekt het over zijn hoofd. Pierrard gebiedt Van Dam het doek aan Buysse te geven. Dat doet Van Dam. Vervolgens houdt het peloton halt. De renners maken hun wiel los en draaien het om. Zo kunnen ze in een kleinere versnelling naar boven rijden – derailleurs kent de Tour nog niet. Als de weg omhoog gaat, drukt Buysse zich voorover. Hij duwt zich naar boven, zijn hoofd en lijf bewegen met zijn benen mee. Het mist, het zicht bedraagt soms maar dertig meter. Bij vlagen ijsregent het. Regenwater sijpelt over de weg, het kletsnatte bergpad zuigt aan de banden van de zware fietsen. Buysse zit ras onder de modder. Op elke foto die die dag van hem wordt gemaakt, zie je hem bemodderd en voorover zittend op de pedalen stampen. Berten Dejonghe is de enige die hem kan volgen. Bij Dejonghe werken alleen zijn benen; hij zit prachtig op zijn fiets. Op de top van de Aubisque klokt Buysse hete koffie naar binnen en gooit de rest over zijn handen. Pas dan is hij in staat het controleformulier te tekenen. Met Dejonghe daalt hij af over het spekgladde modderpad. Achter hem drama’s. Botecchia, ziek, zwak en uit vorm, geeft op. ,,Morte, morte”, roept hij volgens Van Dam, die de Italiaan passeert. Voor Buysse is er nu maar één stalorder: winnen. Een andere favoriet, Adelin Benoit, valt op zijn hoofd. Bebloed geeft hij op. Vanslembrouck, die een lekke band heeft gehad, merkt in de afdaling van de Aubisque dat zijn remmen kapot zijn. Hij remt door zijn schoen tegen zijn achterwiel te drukken. Zijn band trekt scheef, zijn schoen slijt.

12 - VanslembrouckGustaaf Vanslembrouck

Op de Tourmalet regent het nog steeds. Achter Buysse en Dejonghe doemt een renner op. Odile Tailleu. Gedrieën klimmen zij verder totdat Dejonghe leeg is. Hij stapt af en gaat eten. Even verderop kunnen zelfs Tailleu en Buysse niet meer op de fiets blijven. Op driekwart van de top gaan ze lopend verder. ,,Het was een soort fiets-loop-match”, schrijft Gabriel Hanot, die de Tour voor het blad Miroir des Sports volgt. Tailleu fietsloopt sneller en bereikt voor Buysse de top van de Tourmalet. Weer is er koffie, weer verdwijnt de meeste koffie over Buysse’s verkleumde handen. In de afdaling slipt hij en duikelt naar beneden. Hij landt op een plateautje, net onder de rand van de weg. Buysse krabbelt op, grijpt zijn fiets, bekijkt zijn schaafwonden. Hij moet voorzichtiger dalen.

Aan de voet van de derde berg, de Aspin, is Buysse weer alleen. Tailleu heeft een inzinking gekregen. Enigszins beschermd door het zeildoek van Van Dam stampt Buysse mechanisch door. Eerst over de Aspin, dan over de Peyresourde, waar een onweer is losgebarsten. Om kwart over zeven komt hij in Luchon aan. Hij heeft meer dan 17 uur over de etappe gedaan. Monsieur Pierrard wurmt zijn vingers los van zijn stuur, toeschouwers helpen hem van de fiets af. Hij zet iets streepjesachtigs op het controleformulier, wordt in een auto gestopt, naar een hotel gebracht en verdwijnt in een heet bad. Ruim 25 minuten na Buysse komt de Italiaan Aimo als tweede binnen. Tailleu verliest bijna 50 minuten, Dejonghe en Van Dam meer dan een uur. ,,Verstijfd, uitgeput. Er zijn renners die om elf uur ’s avonds bij de finish aankwamen na in de nacht, in de regen en de kou kilometers en kilometers te hebben gelopen over onbekende wegen”, schrijft Hanot. ,,Deze etappe is een van de meest aangrijpende en dramatische sportgebeurtenissen die ik ooit zag.”

En Vanslembrouck? Officieel finisht hij als 20ste, bijna twee uur na Buysse. Later onthult hij dat hij niet per fiets is gearriveerd. Op de Aspin heeft hij in een café koffie en een bel cognac achterovergeslagen. Op de Peyresourde tekent hij het controleformulier. Maar op de fiets stappen, lukt niet meer. Plots staat Tourbaas Henri Desgrange naast hem. Hij maant Vanslembrouck door te rijden. Dat is hij aan de gele trui verplicht. Vanslembrouck smijt zijn fiets op de grond en gaat ernaast liggen: ,,Rij me maar dood,” zegt hij. Desgrange doet iets anders. Hij wenkt een official. Die zorgt ervoor dat de Belg per auto naar Luchon wordt verreden. In Luchon is het een chaos. Tientallen renners zijn zoek. De organisatoren sturen auto’s de bergen in. Verkleumde renners worden van de weg geplukt of uit berghutten gevist. Anderen hebben zelf voor vervoer gezorgd. Een tiental arriveert in een busje. Normaliter is de Tour voor hen voorbij. Dit keer niet. Desgrange, die dol is op drama en uitputtingsslagen en die kleine overtredingen van de reglementen vaak zwaar bestraft, laat het allemaal lopen. Wie in Luchon arriveert, mag de Tour vervolgen. Er zijn nog 47 renners over.

Lucien Buysse heeft de 5745 kilometer lange Tour in zo’n honderd Pyreneëenkilometers beslist. Na een rustdag volgt weer een zware bergetappe. In fraai weer wint hij opnieuw, voor broer Jules. In de Alpen dreigt het even mis te gaan. Op de col de Vars breekt Buysse’s rem en moet hij, net als Vanslembrouck eerder, voetremmen. Hij verliest 27 minuten op Aimo. Maar zijn Tourwinst komt niet in gevaar. In Parijs heeft Buysse meer dan vijf kwartier voorsprong op nummer twee, de Luxemburger Nicolas Frantz. Aimo wordt derde. De hoofdprijs van 90.000 francs is binnen. Bovendien heeft Buysse voor 60.000 francs aan contracten binnengesleept voor wedstrijden ná de Tour. ,,Volgend jaar win ik weer”, belooft hij.

Maar zover komt het niet. Sponsor Automoto heeft financiële problemen en stuurt geen ploeg naar de Tours van 1927 en 1928. Buysse is er in 1929 wel bij. Uitgerekend op de Aubisque geeft Pierrard hem opdracht te wachten op een ploegmakker. Dit keer lapt Buysse de stalorders aan zijn laars. Woedend stapt hij af en wordt door Pierrard ontslagen. Een jaar later verlaat hij de Tour als hij hoort dat zijn petekind, een zoontje van Jules, is overleden. In 1931 beëindigt hij zijn wielercarrière. Hij wordt cafébaas. In zijn café zal hij vaak én sappig verhalen over zijn wieleravonturen.

Botecchia is dan al een paar jaar dood. Vlak voor de Tour van 1927 wordt de tweevoudig Tourwinnaar met een gat in zijn hoofd op een landweg gevonden. Vele jaren later zal een boer op zijn sterfbed bekennen dat hij een steen naar een renner heeft gegooid die druiven uit zijn wijngaard jatte. Er gaan ook verhalen dat Botecchia, populair en met communistische sympathiëen, is vermoord door fascisten. De Touretappe die Buysse won met een gemiddelde snelheid van nog geen 19 kilometer per uur – het laagste moyenne ooit – en die van Buysse een beroemdheid maakte, was Botecchia’s laatste en de enige waarin hij niet finishte.

Lucien Buysse en Ottavio Botecchia, in de Tour de France 1925
bruyssen en bottecchia in 1924

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

2 thoughts on “LA GRANDE BOUCLE 13

  1. Pingback: LA GRANDE BOUCLE 13 | MUIZENEST

  2. Pingback: LA GRANDE BOUCLE 19 | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: