LA GRANDE BOUCLE 14

13 - JefVanDamIn aflevering 14 en 16 van deze serie aandacht voor vier Belgische renners die in de Tour de France in 1926 van start gingen en ook alle vier aan de start stonden van de zware etappe Bayonne-Luchon waar in de afleveringen 11, 12 en 13 al uitvoerig is bericht. In deze aflevering aandacht voor Jef van Dam, die de zwaarste Touretappe ooit als dertiende over de meet komt, op een respectabele afstand van de winnaar Lucien Buysse: 1 uur, 10 minuten en 22 seconden. Hij zal uiteindelijk in de Tour als twaalfde eindigen op 4.00.35 van Tourwinnaar, Lucien Buysse.

Jef (Joseph) Van Dam werd in 1901 in Heidonk geboren. In 1926 wordt hij op 25-jarige leeftijd beroepsrenner. In 1924 werd hij Belgisch kampioen cyclocross en in 1925 had hij, als onafhankelijke renner, vier van de vijf koersen die hij reed, waaronder Brussel-Luik, op een glorieuze manier gewonnen. In 1926 mocht hij als test meerijden in de wedstrijd Parijs-Brussel en eindigde daar als tweede. Hierdoor werd hij geselecteerd voor de Ronde van Frankrijk en kreeg hij de kans om als beroepsrenner naar de Tour de France te gaan. Van Dam komt terecht bij het gekende Franse wielermerk Automoto, waar hij in dienst rijdt van de Italiaan Bottechia. Tijdens zijn eerste, en meteen ook enige, deelname aan de Ronde van Frankrijk, wint hij roemrijk drie ritten en eindigt hij uiteindelijk op de twaalfde plaats in het eindklassement.Jefke wint de zesde etappe (Cherbourg=Brest), zegeviert enkele dagen later in de achtste etappe (Les Sables-Bordeuax) en is ook de snelste in de vijftiende etappe (Briancon-Evian), steeds door de sprint van het peloton te winnen. Deze ‘Tour de France’ ging trouwens de geschiedenis in als de langste tour ooit met in totaal 5.745 km én als editie met de meest extreme weersomstandigheden. Jef Van Dam had slechts een korte carrière als beroepsrenner. In 1928 stopte hij met wielrennen omwille van gezondheidsredenen. Hij bleef wel actief in de wielerwereld, o.a. als koerscommissaris van de Grote Prijs van Willebroek.

In Stuyfssportverhalen verscheen onder de fraaie titel ‘Jef kraste zijn kerf in de Tour’ dit mooie portret van de Belgische coureur.
De nacht is zwart, stil en kil, als de klok van de kerk van Briançon drie keer slaat. De haan in het kippenhok lazert van zijn stok, en mijnheer pastoor kruipt nog even tegen de pronte kont van zijn huishoudster aan. Maar op het plein is het hectisch. De vijftiende etappe Briançon-Evian editie, Tour de France 1926, staat op punt van beginnen. Onder de kleumende renners ook Jef van Dam. Jef, ultieme rennersnaam, woeste, harde kop, de huid als een trommelvel gespannen over jukbeenderen, staat strak geprepareerd, want zwarte koffie, gekluste eieren, cognac én wat strychninetabletjes. Om een etappe over driehonderd kilometer met de lugubere cols Galibier, Arravis en de Gets, te koersen op wat suikerklontjes, doen alleen braverikken, en voormalige misdienaars.
Jef van Dam, een man met een late roeping. Werd op zijn vierentwintigste beroepsrenner, en had een carrière als een scheet van ’n oud wijf. Kort, hard en schetterend. Slechts één keer de Tour de France gereden. Weinig. Maar wél genoeg voor decennia lang prachtige, heroïsche verhalen in de lokale staminees. Van Dam, Flandrien avant la lettre, een kerel met een onheilspellende blik won namelijk drie etappes. Jef wist wat hij waard was. De man afkomstig uit Willebroek, verhuurde zijn krachten aan een Italiaanse kopman. Ottavio Botteccia, frontman van Automoto, een Franse fabrieksploeg, was ongetwijfeld ingenomen met zo’n Vlaamse oermens als knecht. Jef mocht dan wel als Ottavio’s lijfeigene fungeren, maar ging in de koers ook zijn eigen weg. Waar de man met zijn krachten smeet.
Dat de Vlaming de zesde én de achtste etappe won, was een voorproefje. In de vijftiende etappe ging Jef pas echt los. De prelude daarvoor vond plaats op de hellingen van de Galibier waar de ontsnapte Omer Huijse, nog zo’n Vlaamse krachtpatser, de top scheerde in ‘een zee van menschen’, zoals de Geïllustreerde Sportwereld schreef, om te vervolgen dat ‘d’n Vlaamsche Leeuw een donderende ovatie kreeg’. Jef van Dam, met brandend stof in de longen, volgde stoempend op vijf minuten. Wedstrijdverslagen zijn taaie kost. We beperken ons maar tot de finale. Waarin Jef een definitieve kerf kraste in de balk van de Tourgeschiedenis. Aan de finish in Evian rekende d’n Jef vakkundig af met een kopgroep van zesentwintig renners.
Ook krachtmensen zijn aan slijtage onderhevig. Jef had toch iets te veel van dat sterke lijf gevergd. Twee jaar later hing hij wegens gezondheidsproblemen, de koersfiets aan de haak. Jef van Dam, die knoestige, uit Vlaams eikenhout gehakte kerel, stierf op vijfentachtigjarige leeftijd.

Jef van Dam na zijn overwinning in de zesde etappe van de Tour 1926
13 - jef_van_dam_zesderit
 x-default

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

2 thoughts on “LA GRANDE BOUCLE 14

  1. Pingback: LA GRANDE BOUCLE 15 | MUIZENEST

  2. Pingback: LA GRANDE BOUCLE 19 | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: