LA GRANDE BOUCLE 18

Albert Bourlon is een van de vele honderden naamlozen die ooit een paar keer aan de Tour de France meededen en daarna voor het grote publiek in de vergetelheid raakte. Slechts in kleine familiaire kring en in het dorp waar ze een levenlang woonde, blijft de faam uit hun jeugdjaren onveranderd groot. Dat geldt dus ook voor Bourlon, maar hij heeft toch tot op de dag van vandaag een ijzersterk record op zijn naam staan, eentje waarvan het onwaarschijnlijk is dat het ooit nog eens zal worden gebroken.

Bourlon werd op 23 november 1916 geboren in Sancergues, een gat in de buurt van Bourges in het departement Cher, dat momenteel een schamele 690 inwoners kent en dat zal zo omstreeks Alberts geboortejaar niet hoger zijn geweest. Al op jonge leeftijd gaat hij aan de slag in de fabrieken van Renault. In 1936 is hij een van de fanatieke communisten die aan de grote staking in de autofabriek meedoet. In hetzelfde jaar wordt Bourlon profwielrenner, waaree hij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn kost verdient. Hij boekt er enkele bescheiden successen in reeds lang  vergeten hoogtepunten op de Franse wielerkalender: in 1936 wint hij de tweede etappe in Parijs- Châteaumeillant, in 1937 zegeviert hij in het Circuit de Vienne en in de vierde etappe van Parijs-Saint-Jean-d’Angély en in 1938 wordt hij derde in de GP Sanal. Niet bepaalde koersen om eeuwige roem mee te verwerven. In 1938 doet hij voor de eerste maal mee en wordt 35e in de eindrangschikking. Niet onverdienstelijk eigenlijk.

In de loop van de oorlog wordt de communist Bourlon opgepakt. Tot drie maal toe probeert hij vergeefs te ontsnappen uit het kamp waarin hij opgesloten zit. De vierde keer is hij wel succesvol en weet hij de wijk te nemen naar Roemenië. Daar heeft hij blijkbaar tijd en gelegenheid om aan wedstrijden deel te nemen in het zojuist (augustus 1944) bevrijde land, want hij weet in september 1944 de wedstrijd Boekarest-Ploesti-Boekarest te winnen. Kort daarna vertrekt hij weer naar Frankrijk. Op 17 juni 1945 wordt hij twee in de GP de la Tribune du Centre, een dure naam voor een ordinair wegcriterium in Nevers (Bourgogne).

Gedurende de oorlog en in het eerste naoorlogse jaar werd er geen Tour de France gereden, maar dat wil niet zeggen dat er helemaal geen wedstrijden waren, waarbij met enkele wedstrijden min of meer al op de terugkeer van de echte ronde na de oorlog werd gezinspeeld. In 1942 werd het Circuit de France verreden, een vijfdaagse koers met zeven etappes (twee etappes op één dag was niet ongebruikelijk) van Parijs naar Dijon over bijna 1.200 kilometer. In 1943 en 1944 een soortgelijke Grand Prix du Tour de France, in 1946 de Ronde de France (vijf etappes van Parijs naar Grenoble, in totaal meer dan 1.300 kilometer) en eveneens in 1946 La Course du Tour de France (vijf etappes, ook zo’n 1.300 kilometer, van Monaco naar Parijs). van de laatste koers staat vast dat Bourlon eraan deelnam. Hij werd derde in de loodzware vierde rit van Aix-les-bains naar Dijon (294 km), achter de ongenaakbare Italiaan Adolfo Leoni en onze landgenoot Albert van Schendel. De Italiaan wist ook de afsluitende rit Dijon-Parijs (355 km) te winnen. Deze La Course du Tour de France werd georganiseerd door Le Parisien, die in 1947 samen met l’Equipe de organisatie van de echte Tour de France zou overnemen.

Op 25 juni 1947 ging na een onderbreking van zeven jaar de 34e Tour de France van start. Er stonden honderd renners aan de meet, verdeeld over tien ploegen. Er waren maar zeer weinig renners die de Tour al eens eerder hadden gereden. De totaal onbekende Jean Robic stond uiteindelijk als eindwinnaar in Parijs op het podium, zonder ook maar een dag in het geel te hebben gereden. Hij won overigens wel drie etappes. Twee dagen voor het einde werd René Vietto, de Franse klimmer die vrijwel onafgebroken het klassement had aangevoerd, in de monstertijdrit over 139 kilometer uit het geel gereden door Pierre Brambilla. In de slotrit naar Parijs greep de Breton Jean Robic, derde op bijna drie minuten na te hebben geschitterd in de Pyreneeën, de beklimming van de Côte de Bonsecours in Rouen aan voor een slotoffensief. Brambilla miste de aansluiting en verloor dertien minuten én de Tour. De legende wil dat hij de volgende dag onthutst zijn fiets begroef in de tuin.

In de 14e etappe, op 11 juli 1947 dus exact zeventig jaar geleden, moest van Carcassone naar Luchon worden gereden, een meer dan zware bergetappe. Albert Bourlon ging vanaf de start in de aanval , eigenlijk om alleen maar een aantal aantrekkelijke premies op te strijken. Hij verwacht onder de snikhete zon de vlucht niet al te lang vol te kunnen houden, maar hij zou uiteindelijk in Luchon als eerste over de meet gaan, met zestien minuten voorsprong op de nummers twee en drie. Zijn solovlucht van 253 kilometer staat nog steeds in de boeken als de langste solovlucht in de lange Tourgeschiedenis. In de eindrangschikking zou Bourlon als 21e eindigen.

Bourlon overleed in 2013 in Borges op bijna 97-jarige leeftijd. Hij was op dat moment de oudste nog levende deelnemer aan de Ronde van Frankrijk sinds het overlijden van Pierre Cogan op 5 januari 2013. In Bourges werd de wielerbaan naar hem vernoemd.


Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: