TOUWKLIMMEN

Touwklimmen is iets dat we associëren met gymnastiek op de basisschool of in het middelbare onderwijs. Na die tijd wordt de activiteit zo snel mogelijk vergeten, slechts degenen die later de bergsport gaan beoefenen halen de discipline weer op. Maar er is een tijd geweest dat je er een gouden medaille mee kon verdienen, want een aantal keer was het onderdeel van het gymnastiekprgramma bij de Olympische Spelen. Bij de eerste moderne spelen in 1896 in Athene was het een van de acht gymnastiekonderdelen. Het touw was 14 meter lang en hing evenwijdig een een iets langere zuil. Om de eindstand te bepalen werd gekeken naar de tijd die men nodig had om het hoogste punt te bereiken, eventueel naar het aantal meter dat was afgelegd voor degenen die de top niet wisten te bereiken en naar de stijl van de gymnast. Het was namelijk de bedoeling dat men vanuit een zittende positie aan de klim begon, dat slechts de armen werden gebruikt en dat de benen keurig naast elkaar werden gehouden. Zoals dat nog steeds bij voltige op het paard gebruikelijk is. De afbeelding van een van de deelnemers uit 1896 geeft mooi weer wat de bedoeling was.

In 1896 waren er slechts vijf deelnemers: twee Grieken, een Duitser, een Deen en een Brit. Slechts de twee Grieken wist de top te bereiken, waarbij Nikolaos Andriakopoulos blijkbaar met 23,4 seconden wat sneller was dan zijn landgenoot Thomas Xenakis, want hij ging er met de gouden plak vandoor. De beiden Grieken zouden als lid van de Panellinios Gymnastikos Syllogos-team de zilveren medaille halen bij het onderdeel ‘brug met gelijke leggers’. Na deze gouden medaille moesten de Grieken trouwens precies een eeuw wachten tot in 1996 Ioannis Melissanidis met zijn vloeroefening de eerste prijs behaalde. De Duitser Fritz Hofman met een hoogte van 12,5 meter kreeg de bronzen medaille. Hij zou later met het team voor de brug met gelijke leggers en de brug met ongelijke leggers nog twee keer goud veroveren. Op allerlei andere onderdelen waarop de veelzijdig atleet deelnam, viel hij niet in de prijzen.  Van de twee andere deelnemers (Viggo Jensen en Launceston Elliot) is niet meer bekend welke hoogte ze bereikten, wel dat de respectievelijk goud en zilver behaalden bij het onderdeel gewichtheffen met twee handen, beiden met 111,5 kilo. Prince George of Denmark and Greece (dat moet ik ooit eens uitzoeken hoe dat zat) besloot dat Jensen een betere prestatie had verricht dan de Brit omdat hij het gewicht stijlvoller naar boven had gebracht. Met terugwerkende kracht is het de vraag of het een erg onpartijdige beslissing van de prins was. Die Launceston Elliot won trouwens wel het gewichtheffen met één hand, voor de Deen Viggo Jensen. Dit maal hoefde de prins niet in actie te komen, want met respectievelijk 71,0 en 57 kg waren de verschillen duidelijk. Elliot werd hiermee de allereerste Brit die een Olympische medaille won.
.
Blijkbaar vond het organiserend comité het onderdeel met het geringe aantal deelnemers minder geslaagd, want bij de volgende spelen in 1900 in Parijs kwam het onderdeel niet terug. Het kan natuurlijk ook zijn dat er geen Franse kandidaten waren en het touwklimmen om die reden uit het programma werd gehaald. In 1904, toen de spelen plaatsvonden in St. Louis (Missouri) was het onderdeel echter terug. Met veel succes voor de Amerikanen want de drie medailles werden gewonnen door hun drie deelnemers: George Eyser, Charles Krause en Emil Voigt. Toevallig (veronderstel ik) alle drie Amerikanen met een Duitse achtergrond. Vooral de medaille van Eyser was opvallend. Op jeugdige leeftijd had hij namelijk een been verloren en de gymnast deed dus mee met een houten been. Het zou tot 2008 duren voor er weer iemand aan de Olympische Spelen zou deelnemen met een vergelijkbare handicap: de Zuid-Afrikaanse zwemster Natalie Du Toit (Peking, 10 km zwemmen). Eyser zou in 1904 op andere onderdelen nog twee gouden, twee zilveren en een bronzen medaille halen. Het moet een fenomenaal atleet zijn geweest.

In 1906 stond het onderdeel opnieuw op het programma, maar deze zogenaamde Tussenliggende Spelen die weer werden gehouden in Athene, worden niet langer beschouwd als officiële Olympische Spelen (ook hier later eens op terugkomen). Het was duidelijk dat het onderdeel touwklimmen populair was bij de Grieken, wellicht ingegeven door het succes acht jaar eerder. Er waren nu maar liefst zeventien deelnemers, waaronder dertien Grieken. Die sleepten opnieuw twee medailles in de acht, het goud voor Georgios Aliprantis (met een winnende tijd van 11,4 seconden) en brons voor Konstantinos Kozanitas (die er 13,8 seconden over deed om de 10 meter te overbruggen). De Hongaar Bela Erodi deed er ook 13,8 seconden over, maar blijkbaar wat stijlvoller. De jury had namelijk geconstateerd dat Kozanitas bij zijn klim wat meer bewoog en daarbij de zuil had aangeraakt.

Pas in 1924 in Parijs zou het onderdeel voor een (officieel) derde keer op het programma staan. Blijkbaar was het onderdeel in de tussentijd enorm in belangstelling gegroeid, want er waren nu 70 deelnemers uit 9 landen. Die cijfers geven al aan dat de beperking van slechts drie deelnemers per land nog lang niet van toepassing was. De meeste landen waren met acht deelnemers vertegenwoordigd.  De prijzen gingen naar Bedrich Supcik, Tjechoslowakije, 7,2 seconden), Albert Seguin (Frankrijk, 7,4 seconden) en August Güttinger (Zwitserland, 7,8 seconden). Zelfs de man op de laatste plaats, de Luxemburger Mathhias Eras, was met zijn 15,0 seconden aanzienlijk sneller dat de Griekse winnaar in 1896.

Wat er in de tussentijd is gebeurd is onbekend, maar in Amsterdam (1928) werd er plotseling weer niet aan touwklimmen gedaan en in 1932 stonden in Los Angelos slechts vijf deelnemers aan de start, drie Amerikanen en twee Hongaren. De prijzen gingen naar de Amerikanen Raymond Bass (6,7 seconden), William Galbraith (6,8 seconden) en Thomas Connolly (7,0 seconden). De concurrentie (Miklos Peter en Peter Boros) was blijkbaar na de eerste van de drie pogingen die elk van de deelnemers mocht doen al van mening dat hun tijden (in de 11 seconden) geen enkele garantie gaven op een beter resultaat en staakten onmiddellijk hun pogingen. Het was daarmee wel duidelijk dat het onderdeel alle krediet had verspeeld. Het werd nu definitief was het Olympisch programma gehaald. In de VS bleef ‘ripe climbing’ overigens tot in de zestiger jaren een onderdeel van het programma van de turnbond en er schijnen nog steeds internationale klimwedstrijden gehouden te worden.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: