MARCELLUS EMANTS – OP ZEE (12)

– vervolg –

Zo was de mens hem tot een energie geworden, die zich zelf waarneemt als een samenstel van neigingen, waaraan hij even zeker gehoorzaamt als de steen, die van een dak valt, aan de aantrekkingskracht van de aarde. Gelijk een kogel, geschoten uit een gericht kanon naar een aanrukkend leger, zich met de levend-geworden kracht van het kruit een weg baant door de opdringende soldaten, vernielend, wat hem onvoldoende weerstand biedt, om geplet neer te zijgen, wanneer zijn kracht heeft uitgewerkt, zo leek hem het kind zich, in de richting door zijn voorouders bepaald, een weg te banen door de mensheid, om eveneens verminkt en verlamd neer te vallen, wanneer zijn kracht is uitgeput. En evenmin als ’t de voortjagende kogel iets zou baten, indien hij in staat was te redeneren over de mogelijkheid van een andere richting in te slaan dan die het kanon hem gegeven heeft, evenmin baatte ’t een mens te praten over ’t geen hij denken kan te kunnen, maar weten moest nooit te zullen doen.
Waarvoor heeft hij zijn verstand dan? had Passtra gevraagd.
Passtra wilde zeggen, dat zijn vergelijking, even als elke vergelijking mank ging; maar, ach, die wist ook wel, dat het verstand nog zo heel weinig vermag.
Is ’t zelf niet een produkt van al de levens, die achter ons liggen?
Met een vergelijking, die nog manker ging dan de vorige, had hij geantwoord:
Zijn verstand? Dat is de ruiter, die boven op het paard zit. ’t Is waar: er zijn ruiters, die hun paarden volkomen in hun macht hebben; maar, geloof me, de meesten blijven juist zólang in ’t zadel, als zij botsingen weten te vermijden met de wil van hun ros. ’t Is al heel mooi, indien ze die wil goed kennen.
Wat hem ergerde in de mensen was hun niet-willen-zien, dat zij waren gelijk zij niet anders konden zijn, dat zij deden gelijk zij niet anders konden doen. En ’t was nog minder die gewilde blindheid dan hun laf komediespel om zelf maar beter te schijnen, gepaard aan hun eis voor anderen om werkelijk beter te zijn. Daardoor was het samenleven allengs tot die reusachtige verlakkeij geworden, waarin haast geen mens meer zijn evenmens geheel vertrouwt en waarin alleen de volkomen onafhankelijke, niets meer begerende nog waar durft zijn en de waarheid durft zeggen.
Toen was ’t bij hem opgekomen, dat hij zelf zo’n volkomen onafhankelijke, niets-meer-begerende wilde wezen en aldus had hem weer tot werken geprikkeld, wat hij had uitgedacht om zijn werklust te doden. Zijn eerzucht had teleurstelling, zijn teleurstelling ergernis, zijn ergernis op nieuw eerzucht gebaard.
Tans zag hij wel in, dat hij altijd in een sirkel rond had gedraaid; voorheen had hij soms gemeend zich te voelen ontwikkelen als een rups, die zijn huid afstroopt, om eens op vlindervleugels hoog in de lucht te kunnen zweven.
Zijn werkdrang had hem geen rust gelaten. Allerlei verwachtingen waren in hem opgeleefd en toch had hij zich verbeeld niets meer te begeren. Hij wist nog volstrekt niet wat hij op touw zou zetten, als reeds het plan zijn ziel met trots vervulde, om zonder iets of iemand te ontzien, de mensen nu eens te tonen welk beeld zich in zijn geest van hen gevormd had. En dit wilde hij niet doen met de vergoelikende, lief-mooie woorden van een zwakkeling, die goedkeuring zoekt of weerwraak ducht; doch met de scherpe ontleding en de niets-vrezende voorstelling van een man, die de moed bezit onbevooroordeeld uit zijn ogen te kijken en de maatstaf, waarmee hij anderen meet, ook te leggen aan zich zelf.
Of zijn werk mooi werd gevonden, of ’t iemand genoegen deed. …. de tijden waren voorbij – zoo had ’t gegalmd in zijn hoofd – dat hij daar iets om gaf!
Uiten wat er in hem omging en weergeven wat hij gezien, wat hij er bij gevoeld en wat hij er bij gedacht had, dat was al, wat hij nog wilde.
O zeker, ook dit was een drang van zijn eerzucht geweest en toch had hij zich gepaaid juist die eerzucht te hebben versmoord. Terwijl hij meende alleen naar zelfvoldoening te streven, slechts de glorie willend van de glorie te hebben versmaad, was ’t hem tegelijkertijd een genot geweest het mensdom, waarover hij niet heersen kon, te trotsen in zijn werk.
Aldus was zijn tweede bundel novellen tot stand gekomen en nog heugde hem de voldoening van eens flink in het licht te hebben gesteld, wat voor kleine en grote, machtige en zwakke, bekenbare en onbekenbare, soms latente, soms inevenwicht-gehouden, soms voorzichtigheidshalve-bemantelde, maar altijd onuitroeibare neigingen er schuilden en woelden onder het schijn-aanzien, onder de huichel-omgang en onder het leugen-fatsoen, waarin niemand meer gelooft, waarvoor toch allen buigen, dat ieder van zijn buurman wantrouwt en voor zich zelf een noodzakelik masker acht.
In deze tijd kwam hij minder onder mensen dan in zijn eerste schrijfperieode. Tal van banden waren door zijn reizen verslapt of verbroken. Toch werd hij allengs weer in enige besturen gehaald en ook aan een tafeltje op de Witte.
Dit had Passtra bewerkt, die door zijn onkreukbare eerlikheid, zijn ambiesieloze scherpzinnigheid en zijn taktvolle bescheidenheid bij mannen van zaken een persona gratissima was geworden.
De gelegenheid om eens verschillende oordeelvellingen over zijn arbeid te vernemen scheen hem dus niet te ontbreken; maar ’t ging als vroeger: in zijn bijzijn werd er over zijn werk zo goed als niet gepraat. ’t Was, of men er tegenover hem evenmin over durfde beginnen als tegenover een handelaar over de achteruitgang van zijn zaken en tegenover een offisier over zijn gepasseerd-zijn-voor-een-bevordering.
Dit stilzwijgen verlamde hem weer en ’t hielp niets, of hij zich voornam er hooghartig op neer te zien.

– wordt vervolgd –

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: