MARCELLUS EMANTS – OP ZEE (14)

IV.
’t Was al te benauwd geweest in de enge hut. Tevergeefs had hij gepoogd het stuur over zijn denken te laten varen, de herinneringen, die hem geboeid hadden, uit het oog te verliezen en zijn geest te laten wegzwijmelen in een dwarreling van fragmenten van beelden, natrillingen van sensasies, brokken van gedachten. Pijnlik helder was ’t gebleven in zijn brein en pijnlik helder drongen de hutwanden, zijn hangende kleren, zijn koffer op de bank zich weer aan hem op, zo vaak hij de ogen opende. Of hij op zijn enge legerstee al rondwoelde, zich omwierp van rechts naar links, van links naar rechts, aanhoudend was hij het trillende stampen van het schip blijven voelen, het stommelend wentelen van de schroef blijven horen, het boven inschemerend licht blijven zien. De opgesloten hete lucht had hem zweet geperst uit alle porieën van zijn onbedekt lichaam, zijn tong verschroeid, zijn lippen doen verdrogen en de verkwikkende slaap-verdoving was niet gekomen.
Neen, zulk rusten was een marteling geworden.
En nu zonk hij maar weer neder op zijn plaats aan de achtersteven, vanwaar hij de glimmende golfruggen in het duister zag wegdeinen en het schimmige schuim ruisend uiteen hoorde rafelen over de donkere diepten.
Rusteloos eentonig stampte de masjiene toengatoenga, toengatoenga, toengatoenga; rusteloos eentonig beefde het stugge plankier onder zijn voeten; rusteloos eentonig sneed het hoogstille schip door het opklotsende water zijn breed-uit-schuimend spoor.
Waren dat lichten?
Ja, zeker; dat moest een stoomboot zijn…. een grote, die voer in omgekeerde richting. Wel onderscheidde hij op die afstand geen omtrekken in de grauwheid van de nacht, maar duidelik zag hij de hutvensters glanzen als twee reeksen ronde ogen boven elkaar. Hoger gloeide één rood licht en nog hoger één geel; het laatste leek een rossige ster tegen de donkere achtergrond.
Spookachtig geluidloos zweefde de verschijning aan en nu vlekten de pijpen, de masten effen zwart over de tintelend bestarde hemel; nu nam hij ook de rook waar, die in een opstijgend vurig schijnsel koperrood wegkwijlde over de donkere schoorsteenrand.
Een boot vol mensen en…. geen enkele klank. Daar gleden ze voorbij, die honderden toevallig-vereende wereldjes met hun huilende stormen, hun jubelzangen van genot, hun klagende kreten van neerdrukkende angst, hun trillende schreeuwen van oplevende hoop en hij, die er naar luisteren wilde, hoorde op die korte afstand…. niets.
Vermoedelijk de Natal, klonk ’t in de verte en in zijn binnenste echode ‘t: vermoedelik…. vermoedelik….
We gaan elkander in de nacht voorbij en wat we van elkander weten, is niet meer dan een vermoeden.
En weer moest hij herdenken.

Zijn huwelik.
Was zijn eerzucht ook daarbij in ’t spel geweest, toen hij meende juist die eerzucht op zij te hebben gezet? Zeker had noch een maatschappelik-doelmatige redenering, noch een instinktief verlangen naar het nestje-bouwen hem er toe gebracht en Clara was het gevierdste meisje van zijn vroegere tennisclub geweest. Hij herinnerde zich ook, dat er mannen waren, van wie hij dacht: die willen haar vragen en anderen, van wie hij meende: zij laten ’t alleen uit geldgebrek.
Met Clara aan zijn arm had hij zich op straat een voorwerp van algemene opmerkzaamheid gevoeld en dus….
Toch was hij zich van geen andere drijfveer bewust geweest dan van een echte, overweldigende liefde.
Hoe ernstig had hij ’t met haar gemeend en hoe heerlik had ’t hem geleken alleen nog voor die ernst te leven! Voor een poos was ’t hem niet alleen te moede geweest, of hij, net als op een eerste voorjaarsdag na een lange wintertijd, herleefde tot een nieuw, veelzijdiger, gloedrijker bestaan; maar hij besefte niet meer, dat hij iets gevoeld had als een opzwepende ambiesie, als een voortjagende werklust, als een neersmakking voor een onverwrikbare tegenstand, als een jaloerse woede tegen allen, die tevredener leken dan hij.
Hoe dor, hoe stug, hoe koud, hoe leeg was zijn leven tot dan toe geweest en hoe kleurig, hoe week, hoe warm, hoe rijk was ’t op eens geworden!
Buiten een doel kon hij niet; maar bestond er een mooier, een verhevener doel dan een vrouw gelukkig te maken?
Zelfvoldoening was het voornaamste element in zijn eigen gelukkig-zijn en wat schonk hem die intenser dan de verering van haar onbedorven ziel?
Een zonnige rust was over zijn gemoed gekomen, gelijk de stilte van een mooie Zondag over de straten komt van een grote handelstad en evenals dan in die straten het heir van ruw-zich-werende, vuile sjouwerlieden vervangen is door enige kalm-ter-kerke-gaande, net-geklede heeren en dames, zo was uit zijn denken het tegenstrevende weerzinwekkende mensdom verdwenen en trof hij er behalve zijn liefste alleen nog wat vriendelike bloedverwanten en kennissen aan, die wilden delen in zijn geluk. En wanneer hij aan zijn toekomst dacht, dan zag hij zich op een warme zomerdag met Clara hand in hand omdwalen door de hoog gewelfde lanen van een groot buiten, wensloos luisterend naar het ritselen van de blaren, naar het gonzen van de insekten, naar het kwinkeleren van de vogels en naar het vleien van haar stem. O, zij zou gelukkig zijn, gelukkiger dan ooit een vrouw was geweest en dat geluk zou ze verschuldigd wezen aan hem; hem zou ze daar levenslang voor danken.
Zo had hij gehoopt; maar ook hiervan was het einde teleurstelling geweest: teleurstelling voor hem, teleurstelling voor haar.
En hij had niet in de hare, zij had niet in de zijne kunnen treden; zelfs het elkaar-troosten was hun nimmer gelukt.
Hij kende haar al lang; doch terwijl hij verkeerde met zijn fiksie-wereld, in de levende mensheid slechts het materieaal ziende voor de schepselen van zijn verbeelding, was hij ongevoelig gebleven voor haar bekoring. In die tijd hadden de personen van zijn schepping veel meer realieteit voor hem bezeten dan de mensen van vlees en bloed om hem heen. Met de eersten had hij mee genoten, meegeleefd, meegeleden; de anderen waren voor hem geweest als armen voor een rijke, wel zijn gelijken, maar toch kreaturen van minder allooi.
Na zijn ontmoedigd-in-volkomen-onverschilligheid-terugzinken had hij Clara niet meer gezien en zelden meer herdacht.
Kort na het voltooien van zijn tweede novellen-bundel was hij eens met tegenzin naar een buitenpartij gegaan, alleen omdat zijn moeder zei, dat het onbeleefd zou wezen te bedanken en daar vond hij Clara onverwachts weer.
Hoe kwam ’t nu, dat ’t hem dadelik te moede was, als zag hij haar die keer voor de eerste maal?
Was hij veranderd of zij?
Hij had ’t zich dikwijls afgevraagd; maar nooit een oplossing gevonden, die hem volkomen bevredigde. Zij was iets gezetter geworden en biezonder magere vrouwen, al waren zij grasieus, trokken hem niet aan; zij toonde zich ook blij hem weer te zien en voor een vriendelik woord was hij nog altijd uiterst gevoelig.
Maar als hij toen op eens zo zeldzaam bekoord werd door de dartele schittering in haar grijze ogen, door de tere blankheid van haar huid, door het bewegelike kuiltje in haar wel wat bleke wangen, door de ferme greep van haar kleine vingers, was hij dan vroeger met blindheid geslagen geweest?
Of had dat éne zinnetje haar plotseling getransfiegureerd?
Hij kon ’t niet meer aannemen; maar toch moest hij erkennen, dat ’t misschien wel de zonnestraal was geweest, waardoor de ijskorst van het zich-miskend-voelen om zijn hart was gesmolten.
‘Ik heb vroeger niet geweten,’ zei ze, ‘dat u een schrijver was; maar nu ik ’t weet, durf ik bijna niet meer met u spreken.’
Hoe weinig hadden die woorden beduid en wat hadden ze hem weldadig aangedaan! Ze zeiden ’t haast onomwonden, dat zij geen letter van hem gelezen had en toch had hij er zo’n strelende verering in gevoeld. Was dan zijn liefde op de keper beschouwd slechts de dankbaarheid geweest van de gevleide artiest? En zij…. had zij zich misschien gevleid gevoeld door zijn dankbaarheid?
Ach, wie zal ooit met zekerheid durven zeggen, ziedaar de elementen van de krachten, die twee personen trokken tot elkaar?

– wordt vervolgd –

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: