MARCELLUS EMANTS – OP ZEE (15)

Haar grootste liefhebberij was iemand te plagen. Vroeger had zij ’t altoos anderen gedaan, Satis ter zijde latend als iemand, die haar onverschillig was, of die zij niet aandurfde. Op deze partij keerde zij zich terstond en ten einde toe tegen hem. Zonder dat hij begreep hoe, waren zij op eens met elkander op een voet van niets-ontziende, haast pralende vertrouwelikheid en als zij daar heel veel later samen over spraken, zei ieder, dat de ander begonnen was en wist geen van beiden zich de toedracht goed te herinneren. Zoals hij Clara die eerste dag gezien had, kon hij zich haar onmogelijk meer voorstellen. Beproefde hij ‘t, dan zag hij nog wel een enkel gebaar, bijvoorbeeld haar sierlik zwaaien met de hamer bij het croquet-spel en hoorde hij nog wel weer de schatering van. haar kristalhelder lachen; doch haar uitstralende bekoring – waarvoor hij toch gezwicht was – ontsnapte hem, als de inhoud van een boek, wanneer over de letters de schemering tot duisternis is aangedikt. Beter heugde hem zijn gevoel van opjubelende trots en dan die sensasie van in weinige uren meer doorleefd te hebben, manneliker gerijpt te zijn dan in al zijn vorige levensjaren te zamen. Toen had hij voor ’t eerst het hartstochtelik moedig begeren ondervonden, dat doof en blind voor alle gevaren, alle schaduwzijden, alle andere verleidingen, slechts één ding wil, maar dat dan ook dadelik, dat dan ook tot elke prijs, dat dan ook voor immer. Hij zou bergen voor haar verzet hebben en ’t had hem wel eens gespeten, dat er geen bergen te verzetten waren geweest.
Louise kende Clara, maar niet intiem. Al gauw had hij een toenadering tussen die twee tot stand gebracht en daarna was ’t hem gemakkelik gevallen ook zijn moeder voor het ouderloze meisje te interesseren. De oude vrouw had er natuurlik alles van begrepen en dadelik haar toekomstige schoondochter eens gevraagd.
Wat was ’t een heerlik gevoel geweest het mooie, dartele kind bij zich te hebben: voor hem alleen, in zijn eigen huis, waar geen vijandig mens kon doordringen; een juweel ontroofd aan de koel begerige blikken van spekulanten, een schat, die hij in ’t verborgen zou koesteren en genieten. ’t Was, of de uitgeleefde woonkamers met hun verlepte tinten jonger en kleuriger waren geworden, toen zij er zich door heen bewoog. Er was frisheid gekomen in de duffe atmosfeer, helderheid in de eeuwige schemering achter de statig-saai licht-wegplooiende gordijnen. Zijn deftige voorvaders in hun vergulde lijsten leken uit hun starogende sluimer opgeschrikt door het jeugdig tintelende leven, waarop zij neerkeken en ’t was, of een trilling van vrolik ontwaken haar ontstraalde, gelijk in de lente aan de zonneglans, die omzweeft tussen het uitbottende groen. En die trilling drong door in zijn ziel, de stil-zwarte diepten er van doorschijnend en doorritselend, de effen-lege grijsheden vullend met speling van kleuren en lijnen. Een verrukkelike blijheid doorgloeide zijn kil-somber denken en de massieve levensbeelden, die zijn geest neergedrukt hielden onder hun loden gewicht, verloren hun ondragelike zwaarteschijn als Egyptiese kolossen ’s middags door zonnegloeing omspeeld.
Ja, zij was een zon voor hem geweest, een prettige zon na zoveel lange mistige dagen, een zon, die naar buiten lokte weg van het martelende werk, een zon, die genot beloofde en levenslust en kracht. Wat hij in haar lief had gehad, was haar kinderlik uitschetterende grappigheid geweest, die ondoofbaar leek en hem omruiste als een opwekkende muziek. Een geniaal tekenaar van kariekaturen gelijk, wist zij overal het dwaze te ontdekken en te karakterieseren met een enkele scherpe trek. Zij kwam in zijn bestaan als een plotseling ontvlammend licht in een duistere kamer. Op eens vond hij in de egale zwartheid om zich heen een bonte wereld van aardige en belangwekkende dingen. Hij, die in het leven slechts tranenrijke tragedies had ontwaard: geen groots opklinkende handelingen van helden, die glorierijk sneven in hun strijd; maar kleingeestige worstelingen voor onbeduidende doeleinden, eindigend met een verborgen wegzinken in machteloosheid, hij zag er nu allerlei lachende kluchten in, die ’t om-zichheen-kijken dol amusant zouden maken, zolang Clara en hij maar gezond bleven en vrij van zorgen. Haar dartele spot verzoende hem met het zijn, net als het sarkasme van Passtra; maar beter dan Passtra voerde zij hem tot de mensen terug, die hij niet ontberen kon en toch telkens weer ontvlood. Menigeen rekende haar dit spotten juist als een fout aan, verweet haar, dat zij erbarmingloos de draak stak met al, wat haar maar enigsins lachwekkend voorkwam. Geheel ongegrond was dit verwijt niet. Spotten leek wel de essens van haar wezen te zijn. Met alles scheerde zij de gek en een zeldzaam talent van nabootsen bracht niet alleen de lachers op haar zijde; maar verschafte haar ook vleiers genoeg, die zich toch achter haar rug weinig vleiend over haar uitlieten. Geen lichaamsgebrek, geen Joodse trek, geen sjofele kleedij, geen verlegen onhandigheid, geen dwaze tegenstrijdigheid ontkwamen aan haar blik; maar toch lag ’t nooit in haar bedoeling iemand te kwetsen. Was ’t gebeurd, dan schrok zij hevig, dan vond zij woordjes van medelijden, die al even grappig klonken als haar scherts en dan deed zij zo lief-berouwvol haar best het kwaad te herstellen. Neen, ’t was niet te verwonderen, dat hij, bekoord door een dartelheid, die hem zo troostvol aandeed, zich nooit had afgevraagd: hoe zal ze voor me wezen, wanneer ik het aardig-zijn eens niet velen kan, of wanneer het lachen haar mond niet meer omspeelt?
Maar toen die tijden waren gekomen, had zij evenmin in zijn ernst als hij in de hare kunnen delen.
Zolang de omstandigheden slechts de bovenste lagen van hun karakters met elkander in aanraking brachten, had er een mooi begrijpen en een liefdevol waarderen tussen hen bestaan. O, zij hadden veel van elkander gehouden: hij van haar en zij niet minder van hem.
Toen de ernst van het leven hen vragen deed naar een waardering van elkanders diepere behoeften, was het begrijpen opgehouden en de vervreemding begonnen.
Had zijn moeder een voorgevoel van die toekomst gehad, zo dikwijls zij, goedig glimlachend, met vermanend opgeheven vinger Clara toevoegde:
‘Je mag heus wel een beetje voorzichtiger worden. Je bent wat al te vrij in je mondje. Dat kunnen de meeste mensen niet verdragen. Eerst lachen ze er om; maar later… als je een deftige mevrouw bent, maakt ’t hen boos. En dan, mijn lieve kind, ook voor je zelf zou ’t zo kwaad niet zijn, als je langzamerhand een beetje ernstiger werd?’
Natuurlik had hij na zo’n vermaning Clara’s partij genomen, haar juist aansporend om toch asjeblieft nooit ernstig te worden en veel liever zijn kleine hofnar – gelijk hij haar noemde – te blijven; doch naderhand had hij maar al te dikwijls aan de woorden van zijn moeder moeten denken.
Waarom zou de oude vrouw hem nooit eens haar mening over Clara hebben gezegd?
Had de ondervinding haar geleerd, dat het verkeerd is een mens raad te geven, tenzij ’t zaken geldt en de raad op cijfers kan steunen?
Misschien.
Dat Clara haar op den duur tegenviel, had hij al gauw bemerkt; maar niet in Clara had hij de verklaring er van gezocht. Daarvoor doorzag hij te goed de eigenaardigheid van zijn moeder, om alleen te houden van hen, met wie zij medelijden voelen kon. Eer zij Clara kende, had zij veel met haar opgehad, omdat zij wist, dat Clara een wees was. Toen ze evenwel zien moest, dat die wees niet gebukt ging onder haar verlies en op medelijden geen prijs stelde, was haar genegenheid verflauwd en had zij het arme kind haar dartelheid verweten, zo vaak ’t maar kon.
Toch was zij voor Clara in ’t algemeen heel lief geweest en had deze er nooit iets van bespeurd, dat zij niet in alle opzichten een schoondochter was naar haar schoonmoeders hart.
Hem had zijn vrouw reeds op de huweliksreis teleurgesteld; maar als hij daar goed over nadacht, dan moest hij toch bekennen, dat zijn eisen toen onbillik waren geweest. Zolang zij nog verloofd waren, had hij zich niet alleen met haar naïef guitige uitvallen hartelik vermaakt, doch haar zelfs aangemoedigd steeds verder te gaan, zonder zich om iemand of iets te bekommeren. Ging ’t nu aan plotseling van haar te vergen, dat ze zich inhouden en deftig aanstellen zou?
Wonderlik, dat haar luchthartige spotlust en haar kinderlike famieliearieteit, aanvankelik juist haar grootste bekoorlikheid, hem toen op eens zo gans anders hadden aangedaan. Op reis kon hij ’t niet uitstaan, dat zij eens gemoedelik babbelde met een hotelhouder of een onbekende tochtgenoot. Als zij aan tafel lachen moest om iets, dat zij hoorde of zag, dan vermeed hij zelfs de schijn van te luisteren naar haar mededeling. Voortdurend leefde hij in angst, dat er in het gezelschap een Hollander kon zijn, die haar luide scherts of haar onverwachte liefdesbetuigingen verstaan zou en wanneer zij zó duidelik haar grappige verwondering te kennen gaf, dat vreemden begonnen te glimlachen om de onverstaanbare klanken, dan kon hij haar wel niet berispen, maar vond hij dit aandacht-trekken toch allesbehalve prettig.
Kwam dit, doordien hij zich toen voor ’t eerst verantwoordelik voor haar voelde, of schaamde zich in ’t publiek zijn ernst voor haar dartelheid, gelijk een aristokraat, die een burgermeisje heeft getrouwd, zich in gezelschap voor haar manieren schaamt?
Toch was hij niet ongelukkig geweest.
O, neen; zo lang zij alleen waren leefde hij in een roes van genot. ’t Was ook zulk een heerlik gevoel de enige te mogen en te kunnen zijn, die haar het leven deed genieten! Wat had ze een pret, als ze op een stevig paard gezeten een Zwitserse berg besteeg! Wat genoot ze, als te Monte-Carlo het nummer uitkwam, waarop zij haar zilverstuk had gezet! En hoe aardig, hoe strelend aardig was ’t haar elke morgen te vragen:
‘Wat wil mevrouw van daag doen?’
… en dan al haar wensen te kunnen bevredigen!

– wordt vervolgd –

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: