TJIKKEBOEM-TSJIKKEBOEM

angeline-schoorIedereen die wel eens met het openbaar vervoer reist, kent ze: jongelingen die met een in zichzelf gekeerde blik verdiept zijn in de muziek die door hun oordopjes hun gehoorgang binnenstroomt, daarbij meestal ritmisch enigszins meebewegend met het hoofd. Voor de directe omgeving is doorgaans alleen het monotone tjikkeboem-tjikkeboem te horen, waardoor het niet meevalt ten volle mee te genieten van het muzikale gebodene.
Op een van mijn werkreisjes door de Rotterdamse metrotunnels staat in het gangpad een voluptueuze vrouw. Ze is mooi op een wat overdadige manier en gekleed in felle kleuren en glitters die fraai contrasteren met haar diepzwarte huid. Naast haar in een wandelwagen zit haar zoontje, een aanbiddelijke dreumes van een jaar of twee, met grote koolzwarte ogen en stevig kroeshaar. Moeder heeft een telefoon in haar hand waar zo te zien een grote voorraad muziekjes in zit. Ze scrolt er doorheen en maakt zo nu en dan een keuze. De bijbehorende oordopjes zitten in de oortjes van haar kind. Het is duidelijk dat dit voor hem een ervaring van wereldformaat is. Als de muziek start, breekt zijn gezichtje open in een stralende lach en vertoont een glans van opperste verrukking. In extase laat hij zich meevoeren op de muziek, waarbij zijn hele lijfje deinend het ritme volgt. Omdat door de oortjes het tjikkeboem-tjikkeboem het metrostel inknalt, is goed waar te nemen dat hij absoluut ritmegevoel heeft. Zeer sterk zelfs voor een kind van zijn leeftijd. Een muzikantje in de dop.
De vreugde van het mannetje is zo groot dat deze niet volledig bevat kan worden door zijn kleine lijfje; hij wil het delen met zijn omgeving. Naarstig zoekt hij naar oogcontact met medereizigers, waarbij hij een handje met een oortje uitsteekt in de hoop dat hij iemand bereid vindt om met hem mee te genieten. Omdat het niet zo druk in de metro is, zijn alleen een oude man en vrouw in zijn nabijheid. De vrouw, die aan het raam zit, houdt zich afzijdig en kijkt demonstratief naar buiten, de donkere tunnel in. De man aan het gangpad weet niet zo goed wat hij met de situatie aan moet. Ik zit wat verder weg en wacht vol spanning de reactie van de oude man af. Tegenover mij en verderop zitten ook een paar mensen mee te kijken, allemaal met een blik van vertedering op het gezicht. De oude man heeft in de gaten dat hij geobserveerd wordt en voelt de verantwoordelijkheid die op zijn schouders drukt. Even aarzelt hij nog. Misschien heeft hij geen kleinkinderen. Maar dan buigt hij toch zijn grijze hoofd naar het hem toegestoken hand-je en legt onwennig zijn oor te luisteren bij het oordopje. Het jongetje, uitzinnig van vreugde omdat hij een medestander gevonden heeft, straalt nog wat harder en wipt al ritmisch bewegend bijna uit de wandelwagen. Moeder beziet alles met een trage glimlach en zoekt een nieuw liedje uit.
Als ik mijn halte nader, kom ik binnen het bereik van de wandelwagen. Ook mij wordt hoopvol het oortje aangereikt en natuurlijk ga ik voor het ventje door de knieën. Samen headbangen we op de muziek totdat de deuren opengaan en ik eruit moet. Hij zwaait me stralend en wiegend uit als de metro vertrekt. Op weg naar mijn afspraak blijft het tjikkeboem-tjikkeboem nog een tijdje in mijn oren hangen.

Een kort verhaal van Angeline Schoor.
Van haar verschenen bij uitgeverij Sylfaen al vier reisverhalen: Op zoek naar magie (2013), De jungle-jingle van Ecuador (2014), Prinsen op witte scooters (2015) en Muziek van wind en water (2016).

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: