THEO MIDDELKAMP

003
Theofiel Middelkamp
* Nieuw-Namen, 23-02-1914, † Kieldrecht, 02-05-2005

Tourresultaten
1936: 23e op 2u16’32” na winnaar Sylvère Maes (Bel) – 1 etappezege.
1937: uitgevallen na de 5e etappe.
1938: 43e op 3u02’45” van winnaar Gino Bartali (It) – 1 etappezege.
.

D’n Fiel heeft het talent om de Tour de France te winnen”, schreef de grote Karel Van Wijnendaele nadat de godfather van de Vlaamse wielerjournalistiek hem in La Grande Boucle aan het werk had gezien. Middelkamp was inderdaad een groot en veelzijdig talent, een renner met inhoud, die in de cols met de besten mee kon, sneller daalde dan een omlaag vallend rotsblok en in de sprint zijn mannetje stond. Hij was voorts boerenslim en las de koers nog voor die was geschreven. Een linkedoor, zeggen de Vlamingen en door het boerenvolk in de staminees werd hij dan ook Lepe Fieleke genoemd. Door slimmer te zijn won hij veel koersen, maar hij verkocht er nog meer als dat financieel aantrekkelijker was.

Een wereldtitel is echter niet te koop. In 1946 in het eerste naoorlogse WK zat hij met de beste renners van die tijd tot kort voor het einde in de kopgroep. Helaas sloeg zijn derailleur in het wiel en dat was er mede oorzaak van dat ieder deelnemend land met ingang van het volgende WK toestemming kreeg om langs het parcours een materiaalpost in te richten, waar de renners in geval van pech een beroep op konden doen. Dat kwam goed van pas, want in de finale van het WK 1947 zat Middelkamp opnieuw in de kopgroep, met onder meer de Belg Albert Sercu en een tweede Nederlander, de Limburger Jefke Janssen. Vlakbij de materiaalpost van de Belgen kreeg Fiel pech en, hoewel dat niet de bedoeling was, greep hij als een havik in het voorbijgaan de reservefiets van Nestje Sterckx. Voor de Belgische mekaniekers het in de gaten hadden lag hij weer op volle snelheid. In no-time sloot hij weer aan en in de eindspurt had hij geen kind aan zijn medevluchters. Tot zijn geluk werd het door de Belgen ingediende protest afgewezen. De druiven waren zuur, want een kermiskoerser als wereldkampioen was een smet op de mondiale erelijst, vonden de Vlaamse wielerjournalisten. Ze waren waarschijnlijk vergeten dat Middelkamp in het WK van 1936 al eens derde was geworden op een loodzwaar Zwitsers parcours. En ze waren kennelijk helemaal kwijt dat die duivelse keeskop in zijn eerste Tour de France zomaar een zware bergrit had gewonnen, terwijl hij nog nooit een col van dichtbij had gezien.

.
.
14 juli 1936. Theo Middelkamp heeft zojuist de rit naar Grenoble gewonnen, de eerste Nederlandse over-winning in de Tour de France is een feit.
.
.
.
.
.
.
.
.

.

.
.
.

.
.
Het was de zwaarste etappe van de Tour van 1936 met drie lange beklimmingen op bergen van de eerste categorie. De wegen naar de top van de Télégraphe, de Galibier en de Lautaret zijn nu geasfalteerd, maar toen waren het nog geitenpaden vol grind en steengruis, met het permanente gevaar een kei op je kop te krijgen die zonder aankondiging van de rotsen kon vallen. De renners zwoegden omhoog met banden van slechte kwaliteit en een achterwiel met slechts drie kransjes. In de kopgroep met louter grote namen die aan de klim van de Lautaret begon, zat ook de pas 22-jarige Tourdebutant uit Zeeuws-Vlaanderen. Die zou wel als eerste moeten lossen dachten de volgers, maar het was Georges Speicher, de Tourwinnaar van 1933, die de anderen moest laten gaan. Even later gevolgd door Romain Maes, de Tourwinnaar van 1935. Middelkamp daarentegen voelde zich steeds sterker worden. Hij kwam met lichte achterstand als derde boven en begon daar onbevreesd aan de afdaling. Goed kijkend achter het glas van zijn stofbril en virtuoos sturend met het gemak van een gehaaide kermiskoerser, zeilde hij aan het eind van de rit met de vaart van de laatste afdaling de stad Grenoble binnen. Als voorste van een kopgroep en met nog enkele kilometers te gaan. De finish was in het plaatselijke stadion en op de piste aangekomen wist hij een kleine voorsprong te nemen met alleen de Fransman Maurice Archambaud in zijn wiel. Die was in de sprint geen partij voor hem en zo werd Theofiel Middelkamp de eerste Nederlander die in de Tour de France een etappe won. Een tweede ritzege volgde in 1938 toen hij op de zevende koersdag in een vlakke etappe van Bayonne naar Pau in een droog spurtje de Duitser Heinz Wengler en de Belg Ward Vissers de baas was.

Als Fieleke zich volledig op het rijden van de Tour had geconcentreerd, had de overwinning, waartoe Van Wijnendaele hem in staat achtte, er misschien in gezeten. Maar de Zeeuw was in de eerste plaats renner geworden om geld te verdienen. Veel geld. Om dat te bereiken kon je gokken op een Touroverwinning, maar die kans was vanwege de concurrentie niet groot. Met drie weken zwoegen verdiende je het zout in de pap nog niet, terwijl hij in een eenvoudige kermiskoers al een startgeld beurde van drieënhalfduizend frankskes. Tijdens de koers pakte hij er aan prijzen en premies nog een paar duizend bij en dat was bij elkaar meer dan de winnaar van de Ronde van Vlaanderen ontving. Hij reed per week minimaal twee van die rondjes, dus tel uit je winst. De enige reden waarom hij toch drie keer in de Tour is gestart, was waarschijnlijk zijn eergevoel als sportman, dat de uitdaging om de beste wegrenners van de wereld te bekampen ondanks zijn geldzucht toch niet kon weerstaan.

In de oorlog werd het aantal wedstrijden beduidend minder en om aan de kost te komen werd Fiel smokkelaar, zoals zoveel Zeeuws-Vlamingen en West-Brabanders. Graan, kaas, boter, tabak, alles sjouwde hij de grens over en het maakte niet uit in welke richting. Later ging hij in het groot smokkelen en liep uiteindelijk tegen de lamp. Drie maanden zat hij vast in de gevangenis van Gent, een vrijheidsberoving die hij als buitenman maar moeizaam verteerde. Eenmaal weer vrij koos hij met d’n velo weer voor het rechte pad en in 1943 werd hij voor de tweede keer kampioen van Nederland om twee jaar later zijn derde driekleurige kampioenstrui te behalen. Na de oorlog behoorde hij direct weer tot de beste renners van Nederland en België en tot de zeldzame grootverdieners. Na zijn wereldtitel in 1947 werd hij in de mondiale titelstrijd van 1950 nog een keer tweede. Hij is daarmee de enige Nederlandse renner die op het erepodium van het WK op de weg voor profs op alle drie de treetjes heeft gestaan.

Een jaar later parkeerde hij zijn fiets voorgoed in de schuur en kocht een café in Kieldrecht aan gene zijde van de grens. Hij stond jaren achter de tap in de gezellige kroeg met zijn naam in vlammend rode letters op de gevel. Hij bewoonde in dat kleine Belgische dorp een mooie villa, want achttien jaar profwielrennen had van hem een vermogend man gemaakt. In 1961 stierf zijn vrouw en toen zijn kinderen de deur uit waren en hij zijn café had verpacht, kon de rancuneuze kant van zijn karakter aan bod komen. De pers kon hem de kloten kussen en de Nederlandse staat werd bestuurd door een stel knuppels die hem z’n ouderdomspensioen onthielden. Kwaad op de hele wereld joeg hij iedere journalist van zijn erf, tot hij in 1996 na 45 jaar ineens weer bereid was te praten en een vertegenwoordiger van de schrijvende pers toeliet tot zijn morsige menage. Toen was gelijk het hek van de dam en de ene cameraploeg na de andere krantenman wist hem te vinden. Het was de moeite waard, want de oude knekel maakte er steeds een prachtig optreden van met de mooiste verhalen, opgesierd met de nodige goeverdommes.

Hij voorspelde dat hij als eerste wielrenner de magische grens van honderd jaar zou passeren, maar het mocht niet zo zijn. In zijn 88e levensjaar keek hij sterk vermagerd en met holle ogen nog eens in de camera van een fotograaf. Hij woonde nog steeds in de langzaam vervallen villa, waar zijn onstuimige karakter bezig was hem te verlaten. “Ik wil niet meer afzien, dat heb ik genoeg gedaan in mijn leven”, zei hij in een van de laatste interviews. Eenmaal in de warmte van een liefderijk verzorgingstehuis leefde hij nog even op, omdat de oudjes maar geen genoeg konden krijgen van zijn hilarische herinneringen. Zijn negentigste verjaardag werd nog uitbundig gevierd, maar ruim een jaar later was hij opgelucht toen hij met zijn brekende ogen Magere Hein aan het voeteneind van zijn bed zag staan. Een grote schare fieletelisten droeg hem een paar dagen later in diepe rouw naar zijn laatste rustplaats.

Fred van Slogteren
ALS JE DE TOUR NIET HEBT GEREDEN, deel 1
1936-1971: Nederland ontdekt de Tour de France
december 2013 ;
winkelprijs € 24,95
ISBN 978.94.6217.066.7

Fred van Slogteren
ALS JE DE TOUR NIET HEBT GEREDEN, deel 2
1972-1988: De jaren van overweldigend succes
december 2014 ;
winkelprijs € 24,95
ISBN 978.94.6217.067.4

Fred van Slogteren
ALS JE DE TOUR NIET HEBT GEREDEN, deel 3
1987-2017: Er komen eindelijk weer vette jaren
december 2017 ;
winkelprijs € 29,95
ISBN 978.94.6217.068.1
.
.

NU MET KORTING TE BESTELLEN VIA HET SLOGBLOG

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: