JOS VERDEGEM 3

Twee hoofdstedelijke buitenlandse instituten, het Maison Descartes en het Vlaams Cultureel Centrum, werpen licht op het weinig bekende maar omvangrijke oeuvre van de Gentenaar Jos Verdegem. De exposities lijken een overzicht te bieden van een complete groep kunstenaars, in werkelijkheid zijn ze ontsproten aan de grillige artistieke hand van een man. Een eenduidige stijl, kleurgebruik en techniek ontbreken. Een sprankje Matisse, wat Jan Toorop, Picasso, Braque en Gauguin, enkele korreltjes Odilon Redon, Grosz en Emil Nolde, een vleugje Ensor en Manet, afgemaakt met een drupje Hannah Hoch.

De afzonderlijke werken zijn soms vaak zelfs erg mooi, maar zie je ze allemaal tezamen dan slaat de verwarring toe. Wie is Jos Verdegem? Een avant-gardistisch kunstenaar in wie vele zielen huisden? De gemaskerde man, de man zonder gezicht? Reeds op 12-jarige leeftijd besloot Verdegem (1897-1957) schilder te worden. Bij een huisschilder, onderaan de ladder, zette hij zijn eerste streken. Tekenlessen volgde hij op de academie bij Frits van den Berghe en George Minne. De jonge workaholic leerde de schilderstechniek volkomen beheersen. Als garçon de piste werkte hij bij een circus waar hij zijn ogen goed de kost gaf, als vrijwilliger belandde hij aan het begin van de Eerste Wereldoorlog aan het front: periodes in zijn leven die hij uitgebreid heeft vastgelegd. De mens in al zijn facetten was Verdegems voornaamste inspiratiebron en is tegelijk ook voor de kijker het enige ijkpunt in diens veelzijdige oeuvre.

De nadruk in de exposities ligt enigszins op Verdegems Franse periode (Parijs: 1922-1929; Limoges: 1940). Hier liet deze robuuste expressionistische schilder zich zeer bewust inspireren door de verfijning, de nuances van de Franse esprit. Bovenal echter was hij een van de weinigen die wist te onstnappen ‘aan een kunststijl (het Vlaamse expressionisme) die epigonaal dreigde te worden’, volgens de kunsttheoreticus Willem Elias. Juist hierin ligt volgens Elias Verdegems kunsthistorische verdienste: hij zag in dat om de expressionistische kracht te behouden, het Vlaamse expressionisme moest worden omzeild. Verdegem voorzag zijn expressionisme van een Franse sierlijkheid, lichtheid. Terwijl zijn tijdgenoten uit de periode tussen de twee wereldoorlogen (o.w. Constant Permeke, Gustave De Smet en Gustave Van de Woestijne) teruggrepen op het idyllisch-volkse oer-expressionisme, verkoos Verdegem Parijs als omweg. Hier trouwde hij met Alice Rigoley, een Parisienne. Uren aaneen zwierf hij rond hij door het Louvre, langs les Anciens als Michelangelo, Rubens en Jordaens. In deze Franse periode neemt hij deel aan vele wedstrijden en exposities. Het publiek, de pers en collega’s zijn enthousiast. Hoewel Verdegem zich in het openbare leven veelal wat sarcastisch, afstandelijk opstelde en hierdoor meer vijanden dan vrienden maaktre, werd hij in kleine kring op handen gedragen.

De omstreeks 1945 op gang gekomen artistieke beweging La Relève (met Roger Raveel, Burssens en Vlerick e.a.) zag hem als belangrijkste leermeester annex inspirator. Daarbij werden ze voorzover bekend niet gehinderd door de emotionele afstand die Verdegem in zijn werken placht te bewaren. Verdegem droeg een masker, schilderde alsof hij niet zelf de maker was, soms zelfs alsof hij slechts schilderkundig aan het experimenteren was. Dit geldt beslist niet voor alle stukken. In het Vlaams Cultureel Centrum hangt onder meer een aangrijpend sterk-expressionistisch portret uit 1930 van zijn moeder op haar sterfbed. In het Maison Descartes is Verdegems kunst wat meer thematisch gerangschikt. Hier hangen treffende werken uit onder meer Verdegems circusperiode en van zijn verblijf in Limoges, waar hij – inmiddels leraar aan de Academie van Gent – met zijn tweede vrouw Elza Vervaene korte tijd neerstreek op de vlucht voor de oorlog. Vluchtelingen, achtergelaten doden, angst, als bij het portret van zijn moeder wordt hij hier directer, persoonlijker. Vooral na 1940 geeft hij meer en meer uiting aan zijn geliefde thematiek, ‘de vrouw’. Meermalen fungeerde Elza Vervaene als model: het gezicht op de arm, op de rug, in slaap, in onderjurk. Gevoelige portretten die ook buitengewoon intiem zouden kunnen zijn. Doordat Verdegems interesse in de mens echter tamelijk ongenaakbaar is en de gedachte ‘Waar en bij wie heb ik dit eerder gezien?’ voortdurend het directe contact tussen kijker en kunstwerk verstoort, wordt de ware esthetische ervaring in de kiem gesmoord.

Artikel van Merel Ligtelijn, verscheen op 4 oktober 1997 in NRC Handelsblad onder de titel ‘Intimiteit ontbreekt. Schilder Jos Verdegem blijft ongenaakbaar beeldende kunst’.


Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: