SIENTJE VAN HOUTEN

Sientje van Hoten (Groningen, 23-12-1834 – Den Haag, 20-3-1909), beeldend kunstenares en kunstverzamelaarster. Dochter van Derk van Houten (1810-1864), houthandelaar, en Barbara Elisabeth Meihuizen (1809-1856). Sientje van Houten trouwde op 23 april 1856 in Groningen met Hendrik Willem Mesdag (1831-1915), effectenhandelaar en later kunstenaar. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren.

Sientje van Houten kwam uit een vooraanstaande Groningse familie en groeide op in een doopsgezind gezin met zes broers en zusjes (van wie er twee op jonge leeftijd overleden). Het gezin woonde in een verbouwde molen buiten de stadspoorten van Groningen aan het Damsterdiep 215. Haar vader Derk van Houten, handelaar in balken en scheepsmasten, had naast de molen een houtzagerij laten bouwen. In korte tijd had hij zijn bedrijf weten uit te breiden tot een succesvol internationaal houthandelsbedrijf. Verder was hij lid van de gemeenteraad van Groningen, de Provinciale Staten, de Kamer van Koophandel en de kerkenraad van de doopsgezinde gemeente. Ook had hij een bescheiden kunstverzameling, waardoor de kinderen al vroeg in aanraking kwamen met kunst. Vanwege haar moeders zwakke gezondheid kreeg Sientje als oudste dochter veel huishoudelijke taken. In huize Van Houten werd veel over politiek gesproken – broer Samuel zou later minister worden en vooral bekend worden van het beroemde Kinderwetje uit 1874. Regelmatig kwam de liberale dominee J.W. Straatman over de vloer, die van grote invloed is geweest op de opgroeiende Sientje.

In 1856 trouwde Sientje van Houten met Hendrik Willem Mesdag. Haar man kwam eveneens uit een welgestelde doopsgezinde familie uit Groningen, en beide families stonden op goede voet met elkaar. Hendrik was als effectenhandelaar in dienst bij het bankierskantoor van zijn vader. Het echtpaar vestigde zich op de Vismarkt (nr. 219b), waar in 1863 zoon Nicolaas (Klaas) werd geboren. Aangemoedigd door zijn vrouw besloot Hendrik Willem Mesdag in 1864 om zich helemaal aan de schilderkunst te wijden, een stap die mogelijk werd gemaakt door de erfenis van de vader van Sientje, die dat jaar overleed. Het echtpaar vertrok naar het schildersdorp Oosterbeek, waar Hendrik er elke dag op uit trok om naar de natuur te tekenen. Intussen begon ook Sientje voorzichtig pogingen te doen om het landschap vast te leggen. In de zomer van 1866 ging Hendrik in de leer bij de landschapsschilder Willem Roelofs in Brussel. Huize Mesdag-van Houten aan de Rue Van de Weyer groeide al snel uit tot een ontmoetingsplek voor Nederlandse en Belgische schilders. Het tekentalent van Sientje werd hierdoor gestimuleerd. Daarbij kreeg ze aanwijzingen van Roelofs en van Laurens Alma Tadema, een neef van Hendrik en in die dagen een beroemd schilder.

In 1868 bezocht het echtpaar Mesdag-van Houten het Duitse eiland Nordeney. Daar raakte Hendrik zo onder de indruk van de zee en het strand dat hij besloot om zeeschilder te worden. Het paar verhuisde daarom in 1869 naar Den Haag, waar ze eerst aan de Anna Paulownastraat 71 en later op de Laan van Meerdervoort 9 woonden. Hendrik huurde in hotel Villa Elba een werkkamer met uitzicht op de zee. Ook Sientje zat er regelmatig te tekenen. In deze tijd nam ze tekenles van huisvriend en schilder Johannes Christiaan d’Arnaud Gerkens (1823-1892). Nadat zoon Klaas in 1871 aan difterie was overleden, wijdde Sientje van Houten zich volledig aan haar schilderwerk.

Sientje Mesdag-van Houten richtte zich aanvankelijk op de landschapsschilderkunst. Met de bevriende schilderes Harriet Lindo ging ze in de duinen van Scheveningen tekenen. Lindo gaf haar dan aanwijzingen, waar zij naar eigen zeggen veel aan had. Verder werkte Sientje alleen of met bevriende kunstenaars in Drenthe, Overijssel en de Veluwe. Ook schilderde zij stillevens met bloemen, vruchten en portretten. Ze schilderde met forse streek en gebruikte een rijk, donker palet dat haar landschappen stemmig maakte. Later zouden vooral haar stillevens kleurrijker worden.

Vanaf 1872 begon Sientje Mesdag-van Houten te exposeren. Zij zond haar werk in voor de nationale tentoonstellingen van Levende Meesters en nam deel aan groepstentoonstellingen van de Hollandsche Teeken-Maatschappij en het Haagse kunstenaarsgenootschap Pulchri Studio. In Pulchri Studio exposeerde zij meerdere keren samen met Hendrik; haar werk werd doorgaans goed ontvangen. Samen met Gerardine van de Sande Bakhuyzen, Kate Bisschop-Swift en Margaretha Roosenboom schilderde zij in 1874 ‘Haagse weeskinderen’, een schilderij voor de toenmalige koningin Sophie ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van haar man koning Willem III. Verder was haar werk te zien in Antwerpen, Londen, Parijs, Chicago, New York, Venetië en Wenen. Zij had goede contacten met verschillende kunsthandelaars, die voor haar werk prijzen tussen de twee- en twaalfhonderd gulden vroegen. Kunstkenners waren vooral te spreken over haar stillevens. Haar landschappen kregen aanvankelijk minder waardering, terwijl deze later juist onderscheiden werden. Haar ‘Hutten bij ondergaande zon’ en ‘Heide bij Ede’ werden op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 bekroond met een bronzen medaille.  Ook in Melbourne werd haar werk met een bronzen medaille bekroond. Men prees haar kleurgebruik, eenvoud, originaliteit en realistische verbeelding van de natuur. Zij kreeg ook kritiek: haar composities waren niet in balans, ze was weinig vormvast, bracht te veel details aan en gebruikte te grote doeken.

Sientje Mesdag-van Houten was zeer actief in het Haagse kunstenaarsleven. Zo was zij lid van Pulchri Studio en woonde ze regelmatig de vergaderingen van dit genootschap bij. Daarnaast was zij lid van de Hollandsche Teeken-Maatschappij. Zij was presidente van Onze Club, een ontmoetingsplek voor ontwikkelde vrouwen. Mesdag-van Houten had veel contact met andere kunstenaressen en zette zich in voor de ‘arme vrouwelijke artiest’. Vanaf ongeveer 1875 verzamelde ze een groep jonge kunstenaressen om zich heen die regelmatig haar atelier bezocht en die zij lesgaf.

Van maart tot augustus 1881 hielp Sientje Mesdag-van Houten haar man bij het schilderen van het beroemde Panorama Mesdag. Omdat er weinig documentatie over de totstandkoming van het Panorama is overgeleverd, is niet met zekerheid te zeggen wat haar aandeel in dit doek van 1680 m2 is geweest. Vermoedelijk heeft zij een (gedeelte van) het dorp Scheveningen geschilderd of een groot deel van de duinen. Hendrik Willem Mesdag vereeuwigde haar op het Panorama schilderend achter een ezel .

Samen met haar man legde Sientje Mesdag-van Houten een grote kunstverzameling aan: in totaal bijna 350 schilderijen, aquarellen, tekeningen en etsen van contemporaine kunstenaars. Daarin lag de nadruk op Franse schilders van de school van Barbizon. De verzameling omvatte ook talrijke kunstnijverheidsstukken uit zowel Nederland als Azië. Al in Brussel was het echtpaar begonnen met het aankopen van schilderijen. In 1887 lieten ze naast hun woonhuis aan de Laan van Meerdervoort een museum voor de verzameling bouwen. Op verzoek kregen geïnteresseerden een rondleiding. In 1903 schonken Sientje en Hendrik de collectie en het museum aan de Nederlandse Staat; sindsdien heet het Museum Mesdag.

In 1904 vierde Sientje Mesdag-van Houten haar zeventigste verjaardag. Het kunstlievend Genootschap Pictura in Groningen greep de gelegenheid aan om een zaal van hun nieuwe gebouw naar haar te vernoemen. In Pulchri Studio werd een eretentoonstelling aan haar gewijd. Het kunstenaarsgenootschap organiseerde bovendien een huldigingsfeest waarop zij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor haar bijdragen aan de ‘vaderlandse kunst en […] de grote schenking die zij samen met haar echtgenoot aan de Nederlandse Staat deed’ (Clercq en Poort, 93). In een interview blikte ze dat jaar terug op haar – zo laat begonnen – kunstenaarsloopbaan. De verloren tijd had ze teruggewonnen door hard te werken en veel ‘naar de natuur te studeren’. Ze legde de nadruk op haar zelfstandigheid: ‘Ofschoon de echtgenote van de vermaarde zeeschilder, wil zij toch niet als Mesdags vrouw in de kunst worden beschouwd, maar als de zelfstandige ‘kunstamazone’, die haar eigen weg volgt en hare oorspronkelijke opvatting wenst erkend te zien’ (Vrouwke 1904). In 1906 vierde het echtpaar Mesdag-Van Houten zijn gouden bruiloft.

Sientje van Houten is tot haar dood is blijven schilderen. Ze overleed op 20 maart 1909 aan aderverkalking en werd onder zeer grote belangstelling op 23 maart begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Daar werd ook haar man in 1915 begraven. In 1930 werd ook haar broer Samuel bijgezet in hetzelfde graf. Sientje Mesdag-van Houten was een van de bekendste en meest gewaardeerde kunstenaressen van haar tijd. Na haar dood nam haar naamsbekendheid echter snel af en werd zij vooral gezien als de echtgenote van de zeeschilder Hendrik Willem Mesdag. Hierin kwam in 1989 verandering. Onderzoek heeft sindsdien veel informatie over haar leven en werk naar boven gebracht en haar werk wordt geregeld tentoongesteld. Werk van Van Houten bevindt zich in de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Panorama Mesdag, het Rijksmuseum Amsterdam, het Groninger Museum, het Drents Museum te Assen, de Fraeylemaborg in Slochteren, Museum Lambert van Meerten in Delft en de Mesdag Collectie. Zo heeft Sientje Mesdag-van Houten alsnog een plaats in de kunstgeschiedschrijving gekregen.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: