GELE TREINEN

Op mijn reizen in verre, exotische oorden reis ik graag met de plaatselijke trein. Je ziet nog eens wat en je zit tussen de lokale bevolking. Dat vind ik leuk en leerzaam. In Nederland gebruik ik het spoor maar zelden. Het is niet dat ik er iets tegen heb, maar het komt er gewoon meestal niet van. Maar deze keer, voor het vervoer van en naar mijn stedentrip naar Praag, besluit ik hier verandering in te brengen.
De heenreis gaat zeer voorspoedig. Om tijd te sparen en uit gemaksoverwegingen schaf ik van huis uit online een vervoersbewijs aan dat mij het recht geeft op het traject Rotterdam Centraal – Amsterdam Schiphol een stoel in een tweedeklas coupé te bezetten. Als tegenprestatie zend ik digitaal een bedrag van € 11,90 naar de Nederlandse Spoorwegen. Een aardig sommetje dat, zeker als ik ook weer terug wil, de prijs voor benzine overstijgt. Maar daar staat tegenover dat de moordende parkeertarieven van Schiphol mij bespaard blijven.Na een zeer geslaagd verblijf in het schitterende Praag keer ik na enkele dagen terug in mijn geboorteland. Het is nog vroeg in de avond. In de hal van het vliegveld staan machines waaruit je met enige moeite een treinkaartje kunt toveren. Hiervoor word ik door een virtueel labyrint geloodst waarbij ik verschillende keren een afslag moet kiezen. De meeste zijn wel begrijpelijk maar ik moet ook langs afkortingen die mij niets zeggen en waarbij ik op goed geluk een vakje aanklik, net als vroeger op school bij multiple choice toetsen, wanneer ik globaal de stof bestudeerd had maar uit luiheid sommige details had overgeslagen. Het lukt me om bij het betaalmenu te geraken en ik kom tot de conclusie dat ik een bedrag van € 11,90 plus € 1,= toeslag verschuldigd ben. Ik vind het een beetje flauw, want in vier dagen tijd is de afstand tussen Amsterdam en Rotterdam vast niet groter geworden. Maar Praag heeft mij mild gestemd en ik besluit geen energie te steken in pogingen het te begrijpen. Ik betaal en mijn kaartje rolt in de la. De toeslag van € 1,= staat er keurig op vermeld.
Nu naar de trein. Het bord dat boven de kaartjesmachines hangt, vertoont veel overeenkomsten met de borden die aangeven waar de vliegtuigen vertrekken. Het kost me dan ook weinig moeite om uit te puzzelen hoe laat ik op welk perron moet zijn. Ik hoef maar tien minuten te wachten. Op het perron wordt de naderende trein al aangekondigd, er wordt geen vertraging verwacht. Uit de luidsprekers op het perron klinkt een dame die meldt dat voor deze trein een toeslag vereist wordt en dat kaartjes hiervoor boven in de hal verkrijgbaar zijn. Ik onderneem geen nadere actie, want op mijn kaartje is de toeslag immers al in rekening gebracht en apart vermeld. Nu begrijp ik meteen waar die extra euro voor bedoeld is. Met een rein geweten stap ik in de trein. Hij vertrekt keurig op tijd.
Al na enkele minuten nadat de trein zich in beweging heeft gezet, komt een controleur de coupé binnen. Ik overhandig hem mijn kaartje en hij bestudeert het geruime tijd. Dan kijkt hij mij streng aan en zegt: ‘U hebt geen toeslag voor deze trein betaald, mevrouw.’ Dat moet een misverstand zijn. Ik wijs hem op het kaartje waarop duidelijk leesbaar ‘Toeslag € 1,=’ gedrukt staat. Hij schudt moedeloos het hoofd, alsof hij een wel erg domme leerling tegenover zich heeft, en zegt dat dit een andere toeslag is. Voor verblijf in deze trein moet ik nog een toeslag betalen, ter hoogte van € 2,30. Dit begrijp ik niet en ik vraag om uitleg. Met slecht gespeeld geduld legt hij uit dat dit een hoge snelheidstrein is die het traject met een half uur bekort en dat ik daarvoor een toeslag verschuldigd ben. De toeslag die op het kaartje vermeld staat, is omdat ik een papieren kaartje uit de machine heb gekocht. De logica ontgaat me maar ik hou mijn focus liever op het werken aan oplossingen. Ik zeg hem dat ik naar eer en geweten heb gehandeld, kennelijk onbedoeld een fout heb gemaakt en vraag of hij mij nu gaat straffen. Nee, dat is niet zijn bedoeling, ik kan het vereiste toeslagkaartje bij hem kopen. Kijk, ik hou van dit soort dienstverlening. Maar de vreugde is van korte duur; hij meldt dat het kaartje, als het aan boord gekocht wordt en niet zoals het hoort van tevoren is aangeschaft, € 10,= kost. Pardon? Ik moet nu toch even aan hem kwijt dat ik deze twee niet met elkaar verband houdende toeslagen bijzonder verwarrend vind en dat het, ook voor minder ervaren reizigers, toch mogelijk moet zijn om via de kaartauto-maten het juiste vervoersbewijs aangereikt te krijgen. Aan zijn reactie is te zien dat hij zijn uiterste best doet om zich de lessen van de-escalerend optreden te herinneren en het lukt hem om de juiste teksten te vinden. Het hoofdstuk non-verbale communicatie is echter duidelijk langs hem heen gegaan. Hoewel de door hem uit het hoofd geleerde zinnen in principe niet onbeleefd of grof zijn, straalt zijn hele wezen uit dat hij mij een dom, wanbetalend en uiterst irritant vrouwmens vindt. De minachting druipt er vanaf. Op een toon alsof ik verstandelijk niet helemaal in orde ben, vraagt hij mij of ik wellicht van hem verwacht dat hij aan alle reizigers uit gaat leggen hoe het kopen van een kaartje werkt? Nou nee, zo had ik het mij niet voorgesteld. Maar iets meer gebruikersvriendelijkheid van het systeem vind ik toch niet te veel gevraagd. Hij is duidelijk klaar met mij. ‘Mevrouw, in dit proces hebt u zelf de beslissing genomen om op een IC te stappen en daarvoor geldt een toeslag. Dat wordt aangegeven in het keuzemenu en ook omgeroepen op het perron. Het is volledig uw eigen verantwoordelijkheid.’ Tegen het eind van deze volzinnen is zijn stemvolume verdubbeld. Nog even en hij gaat gillen. Dit gaat hem niet worden, nog los van het feit dat ik niet weet wat een IC is. Niet dat ik onder de indruk raak van gil¬lende mannen, maar op dit soort energievreters zit ik na een paar geweldige dagen in Praag niet te wachten. Voor de vorm vraag ik hem nog of het probleem zich ook wel eens voordoet met passagiers uit het buitenland, die dit waarschijnlijk ook erg verwarrend vinden. Bars zegt hij dat dit inderdaad gebeurt en dat deze mensen bij hem dan ook voor € 10,= een kaartje moeten kopen. Eigen schuld. Ik geef het op. Met deze man is een verstandig gesprek niet mogelijk. Ik haal mijn pinpas tevoorschijn. Dit kalmeert hem enigszins. Nadat de vereiste handelingen verricht zijn en ik verblijd ben met een peperduur kaartje, geeft hij me een bewijs dat ik zonder geldig vervoerbewijs in deze bijzondere trein zat, maar dat dit nu door zijn tussenkomst gelegaliseerd is. Hij wijst mij er nog op dat zijn naam achterop het formulier staat, voor het geval ik een klacht in wil dienen. Nou, misschien doe ik dat wel. Ten afscheid zegt hij op schappelijke toon: ‘Het is heel eenvoudig, mevrouw. U moet gewoon altijd de gele treinen hebben.’ Ik bedank hem hartelijk voor dit geniale advies. Vanaf nu zal ik van alle landen die ik ga bereizen van tevoren uit het hoofd leren welke kleur de treinen hebben waar ik zonder problemen in kan gaan zitten. Ik mag wel vast beginnen.
De trein reist inderdaad in de beloofde bekorte tijd naar Rotterdam Centraal. Hoewel mijn ergernis over de controleur al weer is gezakt, is mijn gevoel van onrechtvaardigheid over de verwarrende toeslagen nog niet gesust. Misschien helpt het als ik even voor wat extra ondertiteling bij de servicebalie langs ga. Het ligt toch op de route. Ik sluit aan in een korte rij en beland aan een balie waarachter een kleine corpulente dame zit met een gebleekt kapsel dat recht overeind staat. Terwijl ik haar de situatie schets en om uitleg over de verwarrende toeslagen vraag, neemt ze mij misprijzend op vanaf de rafels onderaan mijn sjofele tuinbroek tot aan de veer in mijn haar. Zij en ik hebben overduidelijk een geheel andere opvatting van wat een prettig voorkomen is. Als ik uitverteld ben, voegt ze me op enigszins smalende toon toe dat er vanaf 1 juli al een toeslag wordt berekend voor een papieren kaartje, dat in het menu van de kaartautomaten heel duidelijk wordt aangegeven wanneer nog een andere toeslag betaald moet worden en dat het ook nog omgeroepen wordt. ‘Ja mevrouw, hoe vaak wilt u het horen?’ Ik dacht dat ik de minst aangename medewerker vanavond al ontmoet had. Niets ten nadele van het personeel van de Nederlandse Spoorwegen, ik geloof onmiddellijk dat het merendeel van hen uiterst bekwaam en klantvriendelijk is. Maar deze twee zouden het best begeleid worden naar een andere carrière. Kalm probeer ik nog eens mijn verwarring toe te lichten, maar ze is niet geïnteresseerd. ‘Extra toeslag voor een papieren kaartje is er al vanaf 1 juli’, houdt ze vol, ‘iedereen weet dat.’ Nou ja, bijna iedereen, want ik weet het niet. Maar ook nu besluit ik weer dat dit een zinloos gesprek gaat worden en dat vind ik jammer van de mooie avond. Ik neem afscheid van haar.
Voor de rest van de thuisreis kan ik mijn woon-werkabonnement gebruiken. Opgelucht haal ik het ding langs de vertrouwde scanner. Dit is zelfs voor mij te begrijpen.

Een kort verhaal van Angeline Schoor.
Van haar verschenen bij uitgeverij Sylfaen al vier reisverhalen: Op zoek naar magie (2013), De jungle-jingle van Ecuador (2014), Prinsen op witte scooters (2015) en Muziek van wind en water (2016).

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: