27 MEI – MAX BROD

Max Brod (Praag, 27 mei 1884 – Tel Aviv, 20 december 1968) was een Duitstalig Tsjechisch schrijver, publicist, muziek- en theatercriticus, vertaler en componist. Brod was van Joodse afkomst en werd onder de invloed van Martin Buber zionist geworden. In 1939 emigreerde hij vanuit Tsjechië naar het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina. Daar werkte hij verder als schrijver, publicist, dramaturg en journalist. Zijn romans hebben vaak een autobiografische en joodse achtergrond. Tussen 1933 en 1940 verschenen van hem bij de exil-uitgeverij Allert de Lange in Amsterdam zes boeken.

Brod is vooral bekend geworden als de vriend en biograaf van de eveneens Tsjechisch-Duitse schrijver Franz Kafka (1883-1924). Ook was hij sterk bevriend met Alice Herz-Sommer (1903-2014), die in de herinnering voortleeft vanwege het boek De pianiste van Theresienstadt. Max Brod schreef lovende recensies over de eerste pianoconcerten van Alice. Maar het is dus vooral de vriendschap met Kafka, het bewaren van de literaire nalatenschap van Kafka en de biografie die hij over zijn jeugdvriend schreef, die de naam Max Brod laat voortleven. Bord die die biografie pas dertien jaar na het overlijden van Kafka, die wereldfaam opbouwde met zijn verhalen met een nachtmerrieachtige, onheilspellende sfeer (als kafkaësk bekend geworden), waarin de bureaucratie en de onpersoonlijke maatschappij steeds meer greep krijgen op het individu. Pas toen voelde Brod zich capabel om de biografie te schrijven omdat hij inmiddels voldoende distantie van het onderwerp had. De vriendschapsband was vanaf hun eerste ontmoeting als universiteitsstudent in 1902 tot aan Kafka’s dood in 1924 in het Oostenrijkse sanatorium hecht en beiderzijds inspirerend. Brod – ook met literair talent begaafd – tekent eerst zijn voorouders en jeugd. Dan volgt de universiteit. De lezer is als het ware toehoorder bij de frequente omgang van beiden. Die zet zich voort bij hun beroepskeuze en de daarmee verbonden innerlijke tweestrijd. Vervolgens komen de eerste publicaties en de eerste verlovingen. In de latere jaren volgt de religieuze ontwikkeling. Door Brods persoonlijke betrokkenheid en eerlijke visie blijft dit werk een belangrijke, essentiële en ongemeen boeiende bron tot begrip van het raadsel Franz Kafka.

Kafka zag het schrijven als een diepe innerlijke noodzaak, al was het voor hem ‘een vreselijke bezigheid’, die ‘een volledige opening van lichaam en ziel’ inhield. Hij sprak van ‘de bevroren zee in ons’; een boek moest zijn als ‘de bijl’ waarmee die zee moest worden ‘opengehakt’. Schrijven diende men volgens Kafka te doen alsof men zich bevindt in een donkere tunnel, nog zonder te weten hoe de personages zich verder zullen ontwikkelen. Tijdens zijn leven publiceerde Kafka slechts enkele korte verhalen en de novelle De gedaanteverwisseling, wat maar een zeer beperkt deel was van zijn werk. Van de grote romans die hij tijdens zijn leven schreef werden Het slot en Amerika nooit voltooid. Het proces eindigt wel, maar het zevende hoofdstuk bleef onvoltooid en bovendien is de volgorde van de hoofdstukken onzeker. Voor zijn dood droeg Kafka zijn vriend en executeur-testamentair Max Brod schriftelijk op om zijn manuscripten te vernietigen. Maar Brod zag in de schriftelijke aanwijzing van zijn vriend, dat juist hij dit ‘vonnis’ moest voltrekken, een vrijbrief om dit niet te doen. Hij, die Kafka’s werk juist als geen ander kende en waardeerde, had immers zijn vriend meermalen laten weten zijn uiterste best te zullen doen, om zijn werk te behouden voor het nageslacht. Over deze door Brod veronderstelde dubbelzinnigheid van Kafka’s ‘testament’ (in feite niet meer dan een kort briefje) is naderhand veel ontstaan. Hoe serieus Kafka’s wens was, dat al zijn ongepubliceerde werk moest worden vernietigd, zal nooit helemaal duidelijk worden. Wel staat vast dat de schrijver diverse manuscripten, waaronder tal van verhalen en minstens één toneelstuk, zelf heeft vernietigd of heeft laten verbranden door zijn vriendin Dora.

Maar Brod heeft zich dus  niet gehouden aan de wens van Kafka om diens nog niet gepubliceerde boeken, waaronder Het proces, na zijn dood te vernietigen. Opvallend is dat Brod in zijn essay schrijft dat de roman naar zijn mening vollendet vorliegt, nach Ansicht des Dichters freilich unvollendet, unvollendbar, unpublizierbar. Niettemin, Brod wilde en kon een Meisterwerk der Weltliteratur niet vernietigen.In 1922 schrijft Max Brod al over Het proces, dat hij het belangrijkste werk van Kafka noemt. Brod kan nauwelijks genoeg prijzende woorden vinden om de betekenis van het nog ongepubliceerde boek van Kafka aan zijn lezers uit te leggen: Hier gehen mir die Worte aus. Es ist nicht etwa so, dass dieser Roman mir gefällt. Sondern es gibt einfach Zeiten (Tage, Wochen), in denen mir nichts anderes gefällt als er, in denen ich völlig unter seinem Bann lebe. Dann überkommt mich die Empfindung wie bei Lektüre der wenigen, ganz grossen Meisterwerke der Weltliteratur. Die Empfindung: dieses Buch genügt, Schluss, es braucht nichts mehr, nie mehr etwas geschrieben zu werden! Dieses Buch erfüllt den Horizont, den Weltraum, neben ihm ist weder Platz für andere Bücher, noch ein Bedürfnis nach ihnen.

In 1993 verscheen Franz Kafka/Max Brod, ‘Een vriendschap in brieven (uitgeverij De Arbeiderspers, Privé Domein, 554 blz.) met een briefwisseling van de twee Praagse vrienden, die begint in 1904 en eindigt in 1924. In een recensie in Trouw wordt de correspondentie tussen Kafka en Brod beschreven als een document van een volwaardige, tweezijdige vriendschap en komt Brod ook naar voren als iemand die meer was dan de kapstok waaraan Kafka zijn ideeën kon ophangen of de brave assistent aan wie Kafka opdrachten inzake zijn nalatenschap kon geven.

In 2015 is er een nieuwe, verrassende ontwikkeling. Brod had slechts een beperkt gedeelte van het werk dat Kafka hem had toevertrouwd gepubliceerd. In zijn nalatenschap bevonden zich nog duizenden manuscripten van Max Brod, waaronder korte verhalen, brieven en dagboeken van Max Brod, plus nog het een en ander van en over Franz Kafka. Na het overlijden van Brod in 1968 kwam al dat materiaal in handen van Ester Hoffe, de secretaresse en minnares van Brod. Die overleed in 2007 op 101-jarige leeftijd. Alles kwam toen in handen van de oudste dochter, Ruth Hoffe. Nadat die in 2012 overleed kreeg de tweede dochter, Eva Hoffe, de beschikking over al het materiaal. Hoffe bewaart de manuscripten in haar woning in Tel Aviv, die ruim bevolkt wordt door katten. Een Israëlisch gerechtshof bepaalde in 2015 dat Hoffe alle manuscripten van de schrijver Franz Kafka moet overhandigen aan de Israëlische Nationale Bibliotheek, die van plan is het onbekende werk online te zetten. Zo’n uitspraak was er overigens na het overlijden van Ruth Hoffe in 2012 al, maar de familie Hoffe tekende hiertegen beroep aan. Die procedure herhaalde zich in 2015 en het is nog steeds niet bekend of de familie straks definitief het materiaal uit handen moet geven.

 

 

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

One thought on “27 MEI – MAX BROD

  1. Pingback: VERLAG ALLERT DE LANGE | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: