ODALISKEN – 016

Jean-Léon Gérôme (Vesoul, 11 mei 1824 – Parijs, 10 januari 1904) was een Frans schilder en beeldhouwer. In 1865 werd Gérôme verkozen als lid van het Institut de France. Hij stierf op 79-jarige leeftijd en werd begraven op het Cimetière de Montmartre. Hij weigerde mee te gaan in het door Monet en Manet begonnen impressionisme en trachtte vast te houden aan de traditie van het Franse neoclassicisme. Veel van zijn werk ademt een historische, oriëntalistische sfeer. Gérôme trok in 1840 naar Parijs waar hij als student kon werken onder Paul Delaroche, die hij vergezelde naar Italië (1844-1845). Bij zijn terugkeer kon hij, net zoals zoveel andere studenten van Delaroche, terecht in het atelier van Charles Gleyre, en hij exposeerde zijn schilderij Combat de coqs, dat hem de derde-klasse medaille opleverde in het Salon van 1847. Dit werk werd gezien als summum van de Neo-Grec-beweging die voortkwam uit Gleyre’s studio en werd verdedigd door de Franse criticus Théophile Gautier. Met La Vierge, L’enfant Jésus et St-Jean en haar pendant Anacréon, Bacchus et l’Amour wist hij een tweede-klasse medaille weg te kapen in 1848. Hij stelde Bacchus et l’Amour ivres, Un intérieur grec en Un Souvenir d’Italie in 1851 tentoon. De jaren daarna exposeerde hij met Une Vue de Paestum (1852) en Une Idylle (1853).

Gérôme ondernam geregeld expedities naar het Midden, Nabije Oosten en Verre Oosten. Onder meer naar Noord Afrika, Egypte, Sinaï, Palestina en Turkije. Tijdens deze reizen was het zijn gewoonte om in de buitenlucht op locatie olieverfschetsen te maken. Opvallend aan deze schetsen is dat ze nog de punaise-afdrukken in de marge hebben, waarmee Gérôme het canvas vastprikte op zijn werkbord. In 1854 maakte Gérôme een reis naar Turkije en de oevers van de Donau en in 1857 bezocht hij Egypte. Voor de Wereldtentoonstelling van 1855 maakte hij enkele schilderijen, waarvan er één werd aangekocht door de Franse staat vanwege ‘de technische verdiensten van het schilderij’. Gérôme’s reputatie bereikte nieuwe hoogtes tijdens het Salon van 1857 door een collectie van werken met een meer populaire inslag. In 1859 trachtte Gérôme terug te keren naar het serieuzere werk, maar hij slaagde er niet in de interesse van het publiek op te wekken. Nieuwe schilderijen als Phryne avant l’Areopagus, Le Roi Candaule en Socrates Cherchant Alcibiades dans la Maison d’Aspasia (1861) deden een schandaal ontstaan omwille van de onderwerpen die de schilder had gekozen, en leverde hem bitter aanvallen van de kant van Paul de Saint-Victor en Maxime du Camp. Tijdens datzelfde Salon stelde hij ook Ecrasant le Grain en Egypte/le Hache-paille égyptien en Rembrandt faisant mordre une planche à l’eau-forte, twee zeer gedetailleerd afgewerkte werken, tentoon. Bekend van hem is verder het schilderij Verkoop van een slavin in Rome uit 1884, waarvan hij een tweede versie maakte waarbij de slavin van de achterkant is geportretteerd. In 1876 maakte hij onderstaande schilderij van een bad in een Turkse harem.

 

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

One thought on “ODALISKEN – 016

  1. Pingback: ODALISKEN – 017 | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: