HEIN BOEKEN

Hein Boeken (Amsterdam, 2 december 1861 – Amsterdam, 19 oktober 1933) was een Nederlandse schrijver en dichter, gelieerd aan de Tachtigers. Hij was een vriend van Willem Kloos. Boeken studeerde klassieke talen te Amsterdam en promoveerde in 1899 op het proefschrift Adnotationes ad Apuleii Metamorphoseon (een boekbespreking van Apuleius’ Metamorphoses). Daarna gaf hij les in oude talen en werd directeur van de Brinioschool te Hilversum. Boeken kwam al op jonge leeftijd in aanraking met De Nieuwe Gids, waarin hij in 1887 zijn eerste sonnetten publiceerde en waarvan hij vervolgens tot aan zijn dood redactielid bleef. Hij was een ‘leerling’ en levenslange vriend van Willem Kloos, die hij al kende uit zijn studietijd en voor wie hij in alle opzichten veel heeft gedaan. Kloos roemt hem in zijn memoires om zijn hulpvaardigheid. Boeken las en schreef acht vreemde talen, maar hem ontbrak “die kennis van de wereld en haar wegen, die gewoonlijk de echte dichter en wijsgeer vreemd blijft”, aldus G.H. ‘s-Gravesande in de Encyclopedie van de Wereldliteratuur, die hij ‘soms een kinderlijke geest’ noemde. 

In 1916 stond Hein Boeken terecht voor moord op zijn vrouw. Hij had haar naar eigen zeggen geholpen uit het leven te stappen op het moment dat ze in een psychiatrische inrichting zou worden opgenomen. Hij werd schuldig bevonden aan doodslag, “doch niet strafbaar” geacht vanwege een storing in zijn “verstandelijke vermogens”. Op Literatuurmuseum schreef Yannick Dangre er onderstaande reconstructie over.

Drie flesjes laudanum
De moord op Dien Boeken vindt plaats op 22 januari 1916. Aan de vooravond van de fatale dag geeft Hein zijn vrouw, op haar eigen verzoek, drie flesjes laudanum. De geliefden zeggen elkaar teder vaarwel en Dien neemt de verdovende middelen in.
Hun plan gaat echter, als om de suspense op te drijven, op het laatste moment mis. De laudanum blijkt niet krachtig genoeg en Hein haalt er ’s ochtends een dokter bij, die alleen maar kan vaststellen dat Diens toestand zeer ernstig is. In de uren daarna zwerft Boeken doelloos door de stad, doodsbang dat zijn vrouw weer zal ontwaken. Zij zou hem, verklaart hij later, immers ‘de hevigste verwijten maken’ omdat hij had nagelaten haar definitief te laten inslapen. Ten einde raad neemt Boeken het heft in handen: Ik heb toen eindelijk besloten mijn vrouw zelf te doden, vooral omdat ik mij gebonden achtte aan mijn belofte dat ik zou  zorgen dat zij niet in een gesticht kwam. Aanvankelijk probeert Boeken zijn vrouw met zijn blote handen te wurgen, maar omdat dit niet lukt, bindt hij een laken om Diens hals. ‘Ik heb haar daarbij nog een kus op het voorhoofd gegeven en gezegd dat zij mij dankbaar zou zijn voor hetgeen ik deed. Ik voelde mij volkomen rustig.’ Daarna gaat hij naar de dokter om te melden wat hij gedaan heeft.

Tijdens het proces houdt Boeken vol dat het om hulp bij zelfdoding ging, ook al is er anno 1916 nog lang geen sprake van een euthanasiewet of zelfs maar -praktijk. Hij wordt dan ook schuldig bevonden aan doodslag, ‘doch niet strafbaar’ geacht. De rechter meent dat ‘de beklaagde tijdens het plegen van het ten laste gelegde feit op zodanige wijze was gestoord in zijn verstandelijke vermogens dat dit feit hem niet kan worden toegerekend’.

Nu vragen we ons, verslaafd als de televisie ons heeft gemaakt aan dubbele bodems, natuurlijk af of dit oordeel gefundeerd is. Was Boeken écht gek, of gaat het hier om een begripvolle rechter die – tijdens wat het eerste euthanasieproces in Nederland moet zijn geweest – Hein krankzinnig verklaart om tot een humane uitkomst te komen? Kortom, ging het nu wel of niet om euthanasie? Het krachtigste argument pro is natuurlijk de doodswens van Dien Boeken. Die is boven alle twijfel verheven, want al kort na hun huwelijk in 1899 zinkt ze weg in depressies, waarvoor ze zelfs een tijdje wordt opgenomen in een gesticht. Die traumatische ervaring, nog versterkt door het vroegtijdige overlijden van hun enige zoontje in 1903, doet haar afglijden naar de krankzinnigheid en bijna dagelijks vraagt zij haar man om haar uit haar lijden te verlossen. Na jarenlang verzet geeft Hein toe. Sterker nog, Boeken is na al die tijd rotsvast overtuigd dat dit de beste oplossing is. Zo schrijft hij amper één dag na de feiten aan zijn boezemvriend Willem Kloos: Zij had het leven en het licht ontzaglijk lief, en wist te genieten, maar alles werd verduisterd door den demon der krankzinnigheid, die zij altijd zag naderen. De toekomst was voor ons afgesloten. […] Zij is door den dood verlost uit ontzettend geestelijk lijden. […] Nu is het verleden er mij te liever en des te mooier door.

Later, in brieven die hij in de gevangenis schrijft, maakt hij wel gewag van zijn gemis, maar ook hier geen zucht van twijfel over zijn daad. Hij meldt zijn vrienden: ‘Jullie moeten dankbaar zijn dat D. niet meer leeft; ik heb hier vrede.’

Het is opvallend dat er van deze cruciale gebeurtenis ook nauwelijks sporen in Boekens latere werk te vinden zijn. Hij zal Dien bijna twintig jaar overleven, maar komt in die tijd niet verder dan drie in memoriam-sonnetten en een paar verspreide toespelingen. Uit de sonnetten spreekt berusting en zelfs enige opluchting (‘Zij heeft haar wens’, ‘Van ’s levens kwaal genas zij,/ haar lieflijkheid blijft mij als heugenis over’). Dien is dus geen tragische geliefde die hem ontrukt is, geen vleesgeworden noodlot. Boeken blijft er de rest van zijn dagen van overtuigd: haar dood was noodzakelijk en hij heeft haar daarbij slechts geholpen.

Nu zijn dit sterke argumenten om van euthanasie te spreken, maar dat is buiten het duiveltje op onze schouder gerekend, en daar luisteren we stiekem natuurlijk het liefst naar. Zo zou het ons wijzen op het simpele feit dat Boeken zijn vrouw eigenhandig gedood heeft. Waar er, door het voorzien van flesjes laudanum, eerst sprake was van passieve euthanasie, wordt dat uiteindelijk een zeer actieve vorm. Boeken blijft zelfs verbazend koelbloedig, want na de eerste mislukte poging snoert hij ‘volkomen rustig’ het laken om Diens hals dicht. Het is maar de vraag of zoiets vandaag ook niet gewoon als doodslag zou worden beschouwd. Als we de getuigenverslagen van het proces erop nalezen, ontdekken we bovendien dat deze ultieme liefdesdaad een nachtzwart randje heeft. Het huwelijk van het echtpaar Boeken bleek verre van rozengeur en maneschijn. Zo is Hein impotent, iets wat volgens de artsen zo op hem woog dat hij er een oorzaak van Diens deplorabele toestand in zag. De schuldbewuste Hein probeerde dit te compenseren door nog meer aan Diens wensen tegemoet te komen, iets waar deze ‘op zichzelf gerichte vrouw’ gretig gebruik van maakte. De getuigen beweren dan ook unisono dat Boeken ‘geheel onder haar suggestie’ stond.

Dat zou een argument pro kunnen zijn (Boeken voert de door zijn vrouw bevolen euthanasie braafjes uit), maar het werpt toch vooral een schaduw op Heins altruïstische motieven. Boeken heeft, na anderhalf decennium aan zorgen, spanningen en doodsverzoeken, haast evenveel nood aan verlossing als Dien zelf. Hij heeft ‘belang bij de moord’, zoals De Cock ons zou influisteren. In dat opzicht slaagt Hein trouwens in zijn opzet, want zijn brieven en berichten na Diens dood zijn eensluidend: hij heeft eindelijk rust gevonden.

Verder is de vraag of Hein wel zo ontoerekeningsvatbaar was als de rechter beweert. Boeken wordt door zijn tijdgenoten getypeerd als een vreemde man ‘vol ingebeelde angst- en dwangtoestanden’ (prof. dr. L. Bouman), een ‘nobel-naïef en zwaar-stil mens’ (Kloos) en een ‘onpraktisch, soezig heerschap’ (P.G. van Anrooy). De verstrooide professor Boeken vindt soms de weg naar zijn eigen huis niet terug en draagt zijn drinkmaatje Kloos tijdens hun wandelingen soms kilometers lang op de rug als de dichtervorst moe is. Een rare snuiter dus, maar zijn dit echt doorslaggevende argumenten om deze man krankzinnig te verklaren? In deze typeringen, gecombineerd met de ‘geëxalteerde toestand’ waarin Boeken volgens de dokter op de dag van de moord verkeerde (je zou voor minder…), vindt de rechter zijn grond om Boeken ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Dat is – misschien – wat te makkelijk. Ongetwijfeld speelde ook mee dat meerdere artsen verklaarden dat een gevangenisstraf ‘zeer nadelig’ voor de beklaagde zou zijn.

Was de dood van Dien Boeken een geval van euthanasie? Het eindoordeel blijft, zelfs voor een ervaren crimikijker als ik, dubbelzinnig. Je hebt de ‘nobel-naïeve’ man die uit liefde zijn zieke vrouw uit haar lijden verlost, maar je hebt ook de getormenteerde, half verknipte echtgenoot die koelbloedig doorgaat tot de ademhaling van zijn geliefde stokt en die na zijn daad nooit meer omkijkt. En dan is er nog een rechter naar wiens ware overtuiging het gissen blijft. Oordeel vooral zelf. Of doe zoals het duiveltje ons altijd influistert: wacht gewoon op de serie.

*****

Boeken was in zijn tijd vermaard als gelegenheidsdichter die bij elke feestelijkheid een sonnet voordroeg. Zijn literaire verzen zijn van belang omdat Boeken, evenals Albert Verwey, al vroeg experimenteerde met vrij ritme en polymetrie. Mede omdat zijn verzen door deze experimenteerdrift vaak ‘slecht in het gehoor’ liggen, is veel van zijn werk inmiddels in de vergetelheid geraakt. Ter illustratie hiervan onderstaand verhaal dat ik ooit eens op het internet aantrof.

Advertentieleed
Mijn anderhalve generatie oudere collega JB bedacht in 1964 weer eens een stunt voor de advertentie in het stedelijke huis-aan-huisblad met een toenmalige monopoliestatus. De acquisiteur, een rustige, sympathieke man die echter niet kon worden beschuldigd het buskruit of iets soortgelijks te hebben ontdekt, kwam met enige regelmaat even een praatje maken, om op die manier het waakvlammetje onzer belangstelling flakkerende te houden. Hij kon goed praten en hij kon evenzeer luisteren, maar niet elke grap begreep hij. Tweemaal per jaar kon dezelfde ‘grap’ als deze niet beide keren van dezelfde persoon kwam. Dus vertelden JB en ik, ieder afwisselend, eens per jaar dat het niet gekker moest worden “met die krant”. — “Meneer D, als dat nu zo verdergaat, zeg ik mijn abonnement op uw krant op.” Meneer D rechtte dan altijd zijn schouders en keek heel plechtig als hij ons van een onmiskenbaar feit op de hoogte stelde, met vanzelfsprekend in de analen opgenomen woorden: “Wij kennen het systeem van abonnees niet.”
Een feit overigens dat op vele van — ik denk zelfs al — die bladen in ons land en elders van toepassing was.

Enfin, JB die een grote voorliefde koesterde voor de schrijfsels van de Tachtigers — welke reeds toen grotendeels waren vergeten — wilde wel eens zien hoeveel mensen de twee navolgende dichtregels konden thuisbrengen:
       Zoals de vlam het hout mint dat zij verteert
       Zo minde God mij die mijn vlees verteerde.

Dit liet hij zo in de advertentie opnemen met de toevoeging dat de eerste die op de dag na verschijnen van de huis-aan-huiskrant met de juiste naam van de dichter kwam, voor tien gulden aan boeken mocht uitzoeken. Het bleef op die bewuste donderdag in de jaren zestig van de vorige eeuw op het punt van de Tachtigers heel stil in onze winkel. Om twee minuten vóór zes stonden we al bij de voordeur om deze af te sluiten, toen er iemand op een luxe fiets met nog glimmende trommelremmen het portiek in kwam, zijn tweewieler tegen de etalageruit plaatste, en vervolgens geheel buiten adem de winkel binnenstapte.
“Is het Homerus misschien?” kon hij nog net uitbrengen voordat hij verder naar lucht hapte.
“Neen,” antwoordden JB en ik uit één mond.
“Had ik dat nu maar geweten,” zuchtte de man, “dan had ik me niet helemaal uit Haren een ongeluk hoeven te trappen om hier nog voor zessen aan te komen.”
JB vroeg toen of de man nog wilde weten van wie de bewuste tekst was. Ja, dat wel.
“Van Hein Boeken.”
“Nooit van gehoord,” sprak de man teleurgesteld.

(Hein Boeken schreef in zijn gedicht ‘De blinde en melaatse Violane spreekt’:
…..Zoals de vlam het hout mint dat zij verteert

      Zo minde God mij die mijn vlees verteerde
      En mij in d’oogen van dien man verneerde
      Die tot zijn liefste zoet mij had begeerd

Dit item was geplaatst door Muis.

One thought on “HEIN BOEKEN

  1. Pingback: 10 NOVEMBER – WILLEM PENNING | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: