ARNOLD ALETRINO – MOEWE JAREN

Nadat Aletrino’s eerste vrouw Rachel Mendes da Costa in 1897 zelfmoord had gepleegd, trouwde de schrijver een jaar later op 40-jarige leeftijd met Emilie Julia van Stockum. In 1908 verschijnt in afleveringen in De XXe Eeuw Arnold Aletrino’s roman Moewe Jaren, een roman die hij aan haar ( ‘Jupie’) opdroeg.

Het verhaal gaat over het wel en weer van een zij-figuur, die opgroeit onder weinig rooskleurige omstandigheden. Haar moeder was uit sociale nood getrouwd met een stoker, nadat ze een kind had gekregen van de zoon van de mevrouw waarbij ze diende. Die jongeman liet haar echter zitten, zodat er weinig anders restte dan te trouwen met iemand die nog zo vriendelijk was haar te ‘nemen’. Het leidde tot een huwelijk vol strijd. De hoofdfiguur probeert zich aan dat milieu te ontworstelen door naar de avondschool te gaan, maar ze beseft voortdurend dat het ellendige huwelijk van haar moeder wel eens haar voorland kan zijn. Op een gegeven moment neemt ze thuis de benen en aanvaardt een baantje bij een oude dame en haar zoon. Het leven van haar moeder herhaalt zich dan in gewijzigde vorm. Ze wordt weliswaar niet door de zoon des huizes verkracht en met een kind opgezadeld, maar de zoon gaat wel een allesoverheersende rol in haar leven spelen. Er ontstaat een stroeve relatie tussen hen beiden, waarbij zij wel dolgelukkig is met de relatie in dit milieu. De oude dame besluit echter naar het buitenland te vertrekken en haar zoon mee te nemen. Het aantal brieven van hem neemt snel af en uiteindelijk keert de oude dame alleen terug. De hoofpersoon neemt direct ontslag en keert terug naar haar moeder. Als die sterft en ze dreigt achter te blijven bij haar gevreesde vader, gaat ze op zichzelf wonen. Het gevolg is een lang troosteloos en passief bestaan, kort onderbroken door een jonge man die haar het hof maakt. Haar ervaring met haar eerste liefde staat echter een nieuwe relatie in de weg. Ze wordt daarna huishoudster bij een oude man, die ze met veel liefde, plezier en toewijding verzorgt. Als de oude man sterft, dreigt ze psychisch in te storten, maar ze wordt opgevangen door diens zoon. Die brengt haar in contact met een weduwnaar met twee kleine kinderen. Uiteindelijk besluiten zij te trouwen. De hoofdpersoon neemt afscheid van haar vriendinnen en vertrekt naar het buitenland om een nieuw leven te beginnen. Ze beseft een keuze te hebben gemaakt tussen visioen en werkelijkheid. Of zoals Arnold Aletrino in het hem kenmerkende taalgebruik zegt: ‘Ze zegt de gloed-gegoude visioenherinnering van haar jeugd vaarwel’.

In zijn biografie van Arnold Aletrino (‘Aletrino. Een pessimist met perspectief’) gaat Kees Joosse in op de vraag of In Moewe Jaren de literaire weergave te herkennen is van het leven van Jupie van Stockum, voordat ze trouwde met de weduwnaar Arnold Aletrino. Hij concludeert dat het goed denkbaar is, eerder had de schrijver namelijk met zijn boek Stille Uren (1903) zijn eigen leven model laten staan, maar dat er te weinig biografische gegevens van Jupie van Stockum voorhanden zijn om deze conclusie te rechtvaardigen.

Joosse merkt ook op dat de psychologische tekening van de hoofdpersoon laat zien dat zij in al die ‘moewe jaren’ niet zozeer in haar ontwikkeling belemmerd wordt door een verschroeiende liefde voor de eerste liefde, maar door de vertekende herinnering aan de sfeer die in haar geheugen is blijven hangen. Door allerlei romantische illusies die ze lang en tegen beter weten in heeft gekoesterd. De hoofdpersoon laat zich niet leiden door mensen van vlees en bloed, maar door de sfeer en de illusies die ze rond haar idolen heeft opgebouwd. Illusies die ze zorgvuldig koestert.

De vele sfeertekeningen werken vertragend in dit verhaal met relatief veel handelingen. Tegen de tijd dat het verhaal verschijnt, zijn de hoogtijdagen van de typische impressionistische verteltrant van de Tachtigers al voorbij. Er is een snel teruglopende belangstelling voor dit soort proza. Kees Joosse betoogde dat Arnold Aletrino zijn hele leven een Tachtiger is gebleven. Al zijn werken zijn puur persoonlijk en ‘de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’, zoals Willem Kloos ooit de essentie van alle kunst beschreef. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw staan uitgevers te dringen om de werken van de verschillende Tachtigers uit te geven. Na de eeuwwisseling wordt echter een aanpassing van de Tachtigers gevergd. Aletrino blijft volharden in zijn eigen stijl. Vanaf het begin van de twintigste eeuw neemt daardoor de belangstelling van zijn werk echter af. In 1908 vindt echter geen enkele criticus het nog de moeite waard de roman in feuilletons uit De XXe Eeuw te bespreken. Geen enkele uitgever heeft de moed de feuilletons van Moewe Jaren te bundelen en uit te geven. Een beetje wanhopig probeert hij in 1910 de roman in een bundel Verzamelde opstellen uit te geven, in een merkwaardige combinatie met ‘Het liefdeproces bij den mensch’, een zuiver wetenschappelijk werk. In een brief van 30 maart 1913 aan zijn neef Leopold laat hij weten het idee te hebben dat zijn kunst niet meer aansluit bij het publiek en de kritiek, omdat iedereen maar blijft praten over een andere kunst die er moet komen. De moed dat Moewe Jaren kan worden uitgegeven, heeft hij echter nog niet opgegeven. Hij kondigt aan om, weliswaar met veel schroom, toch weer enkele uitgevers te willen benaderen. Erg hoopvol kan hij niet zijn geweest, want juist op dat moment gaat de ene uitgeverij over in andere handen van een nieuwe uitgever. Zijn boeken verhuizen mee, vaak worden ze tegen een zacht prijsje in de ramsj gedaan. Hij biedt de roman onder meer aan bij de Wereldbibliotheek, die echter geen interesse heeft. De schrijver is daarover boos, omdat de Wereldbibliotheek wel ‘De Dames Cnusewinckel’ uitgeeft, ‘een boek dat alleen voor een intense goi te genieten is ‘. Een inderdaad totaal vergeten werk. Arnold Aletrino had beter verdiend. Ruim een eeuw later verschijnt zijn verhaal alsnog als boek.

Inleiding van Frans van den Muijsenberg uit: Arnold Aletrino – Moewe Jaren, Uitgeverij Sylfaen, 2018, ISBN: 978.94.9115.411.9.
Morgen hieruit de eerste alinea’s uit het boek, in twee variaties.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: