DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (5)

DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS
De onbekende kant van de gezondheidszorg
Verhalen met en over dokters
(deel 5)

door
JOEP SCHOLTEN
.
.
.
.
.
(deel 1) (deel 2) (deel 3) (deel 4)
.

One for my baby (Billie Holiday)
deel 2

In de loop der jaren heb ik me aangeleerd niet te willen praten tegen een hoofd dat me niet aankijkt. Ostentatief zwijgen werkt, weet ik uit ervaring, maar plotseling voel ik medelijden. Tegelijkertijd baal ik daar van. Hoezo compassie! Ik kom hier niet om ‘aap-wat-heb-je-mooie-jongen’ te spelen. Ik verkoop een product, verdorie. Ik heb het altijd als de basis beschouwd van ons contact. Een niet alledaags product dit keer, een product waarover een gesprek voeren niet zelden leidt tot de kern van hoe iemand zijn praktijk beheert. Ook onbedoelde bekentenissen liften regelmatig mee. Daarbij hoort onvoorwaardelijk deze vraag: ‘Enig idee hoeveel alcoholisten je in je praktijk hebt?’
Het is alsof zijn voorovergebogen gestalte ter plekke verstart. Onder handbereik zit ik tegenover een standbeeld, een beeld dat nog steeds weigert zijn gesprekspartner aan te kijken. Dan verstrijken de seconden. Vijf, tien, misschien vijftien. Langzaam tilt hij dan zijn hoofd op en gunt hij me een blik op de jaren en hoe ze zich een weg hebben gegraven in zijn gezicht. Natuurlijk, op den duur krijgen we allemaal een oude kop, maar de ingevallen wangen met stoppels van ten minste een dag of twee, vooral ook de kleur van zijn huid, doen alarmbellen rinkelen. Ik zie dat hij diep ademhaalt, het kost hem moeite, er klinken bijgeluiden. Zoveel jaar hartstochtelijk roken betaalt zich uit. Opeens beginnen de ogen achter zijn bril te fonkelen. De kwajongen in hem hangt nog ergens aan de dakgoot. Hij gaat rechtop zitten, leunt wat naar voren en plant dan nadrukkelijk de elleboog van zijn rechterarm op het bureau. Uit die arm steekt een hand met daarop omhoog priemend de gestrekte wijsvinger, nicotinebruin gekleurd. Vlak voor mijn gezicht houdt hij hem staande, kijkt me aan en zegt: ‘Van één weet ik het zeker.’
verpleegkundigIn een reflex beantwoord ik zijn beweging en buig me tot vlak voor hem. Met slechts die priemende vinger tussen onze ogen kijken we elkaar indringend aan. Ik hoor mezelf zeggen: ‘Mijn professionele discretie weerhoudt mij om te vragen naar het wie en wat van die persoon.’
Daarna zakken we beiden in een wat gemakkelijker houding. Hij knikt instemmend. Achterover geleund op ons eigen terrein laten we een stilte vallen. Slechts onderbroken door zijn verzoek, ‘Even afmaken.’ Terwijl ik daar op wacht, denk ik nog even terug aan onze eerste ontmoeting in dat mooie pand elders in het dorp, waar een strenge mevrouw zijn praktijk organiseerde en hem tegelijkertijd weerhield weg te glijden in de melancholie van te veel drank. Oom Jan en tante Gerda zijn al jaren dood.

Ongeveer een jaar of twee à drie na onze hernieuwde kennismaking, besluit ik nog even tot een kort bezoek. Ik tref hem trekkenbenend door de apotheek. Al dingen doend roept hij: ‘Je hoeft niet meer te komen. Ik stop ermee. Aan mij is geen stuiver meer te verdienen.’
‘Dat is een mooi moment om afscheid te nemen,’ roep ik terug. ‘Blijf nog even, ik haal een cadeautje voor je uit mijn auto.’ Snel draai ik me om en kom even later terug. ‘Ik heb een boekje voor je meegenomen. Zelf geschreven. Moet ik er nog een opdracht voor je inschrijven?’
Hij is verbaasd. ‘Kom,’ zegt hij, ‘laten we even in de tuin gaan zitten.’
In het tuintje blijkt een klein plateau van trottoirtegels die, achter het ooit kruidenierswinkeltje, voor terras spelen. Onze stoelen passen er net op. We drinken koffie uit een mok. Hij vertelt. Over zijn hartinfarct en het besef dat zijn werk en zijn manier om er mee om te gaan hem langzaam hebben gesloopt. Na langdurig gedoe met de verzekeringsmaatschappij is er een akkoord over een uitkering, mede gebaseerd op arbeidsongeschiktheid. Tussen de zinnen door, geniet hij met volle teugen van zijn sigaret.
‘Wat wil je dat ik erin zet?’ vraag ik.
‘Verzin maar wat.’
Ik schrijf iets over oude leeuwen die elkaar tegenkomen en zich realiseren dat hun tijd langzaam opraakt. En dan nog een zin. Ik geef hem het boek terug. Hij leest het en ik zie hoe zijn ogen zich geleidelijk vullen met vocht.
‘’t Is dat ik niet kan zingen,’ zeg ik, ‘anders had ik het gedaan. Er zijn veel uitvoeringen, maar die van Billie Holiday vind ik het mooist. Een ervaringsdeskundige, dat hoor je meteen.’
Zijn instemmend knikken staat in mijn geheugen gegrift.

 

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

2 thoughts on “DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (5)

  1. Pingback: DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (6) | MUIZENEST

  2. Pingback: DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (7) | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: