ODALISKEN – 019

François-Édouard Picot (Parijs, 10 oktober 1786 – Parijs, 15 maart 1868), de zoon van een brodeur (iemand die de borduursels op legeruniformen aanbracht) in dienst van Napoleon Bonaparte, was een Frans kunstschilder. Hij kreeg zijn kunstzinnige opleiding en bracht zijn jeugd door te midden van kunstenaars die voor Napoleon werkten. Op veertienjarige leeftijd trad hij toe tot het atelier van Léonor Mérimée, secretaris van de Académie des Beaux-Arts en kreeg hij les van François-André Vincent. Verder kreeg hij les van Ingres. Hij won in 1811 een tweede prijs in het concours om de Prix de Rome. In 1813 won hij de eerste prijs en ging studeren aan de Villa Medici. Zijn eerste bekende werk is uit 1813, Rencontre d’Énée et de Vénus près de Carthage, tegenwoordig te zien in het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.
François-Édouard Picot schilderde in 1817 het doek Amor y Psyche, waarmee hij een gouden medaille won en dat aangekocht werd door de hertog van Orléans. In 1824 stelde hij opnieuw tentoon op de Parijse salon, met onder andere Raphael et la Fornarine. Hij ontving hierna onderscheiden door de Franse overheid met een benoeming in het Legioen van Eer.
Hij schilderde twee plafonds van zalen in het Louvre, destijds het musée Charles X, waarvan één in het Egyptisch museum voorstellend l’Etude et le Genie. Voor Lodewijk Filips I van Frankrijk schilderde hij verschillende doeken voor het paleis van Versailles, waaronder de Inname van Calais (1838). Hij schilderde vele religieuze, kuise voorstellingen in opdracht van kerken en kloosters. Zo schilderde hij een voorstelling van de Heilige Maagd voor de Notre-Dame-de-Lorette voor de gelijknamige kapel, en werkte voor de kathedraal van Lyon en de kathedraal Saint-Louis de la Rochelle. In 1836 werd hij toegelaten als lid van de Académie des Beaux-Arts. En behalve als die christelijke werken wilde hij zo nu en dan ook wel eens wat ondeugends schilderen, zoals deze Odalisque (1829) die hij niet zozeer een oriëntaalse achtergrond gaf maar eerder een Grieks-Romeins decor. Niet eens zo vreemd voor iemand die vooral traditioneel-historische stukken schilderde en wellicht gaf hij er slechts de naam ‘odalisque’ aan mee omdat deze voorstellingen zich op dat moment enorm in de smaak van het publiek mochten verheugen.
.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: