DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (6)

DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS
De onbekende kant van de gezondheidszorg
Verhalen met en over dokters
(deel 6)

door
JOEP SCHOLTEN
.
.
.
.
.
(deel 1) (deel 2) (deel 3) (deel 4) (deel 5)


2. Tuesday Afternoon (Moody Blues)
deel 1

Ogenschijnlijk nietszeggende details krijgen soms zo maar een andere lading. Voornamelijk omdat je anders leerde kijken. Zoals naar een dinsdagmiddag bijvoorbeeld. Eigenlijk gek, want je hebt er honderden versleten, tot die ene – Just the kind of day to leave myself behind – je wakker schudt. En dat alleen omdat je dacht: ‘Kom, even de straat over. Nog snel een afspraak maken’.

Ergens uit de jaren zeventig herinner ik me die straat als Luilekkerland voor artsenbezoekers. Hoewel de huidige aanblik anders suggereert, is vrijwel niets meer hetzelfde. In mijn hoofd heerst echter monumentenzorg, dus kan ik er ook zoveel jaren later, onveranderd dwalen in wat ooit het katholieke ziekenhuis was en ik kom er opnieuw de nonnen tegen in de lange gangen vol kleurrijk terrazzo. Ook ben ik weer vaste gast op de afdeling gynaecologie. Ik verkoop de pil en aan het gebod van Sint Pieter hebben de daar werkzame vrouwenartsen geen boodschap. Nergens meer dan in Nederland gebruiken zoveel dames in de vruchtbare leeftijd orale anticonceptie. Ook hier, Paus of geen Paus.
In datzelfde stukje straat bevinden zich vier huisartsenpraktijken. Allemaal mannen. Normaal voor die tijd. Vooral die ene is apart. Onlangs haalde hij weer eens lichtelijk scandaleus het nieuws. Al snel ruilde hij zijn patiënten in tegen een handel in doodzieke bedrijven. Als bedrijvendokter werd hij multimiljonair. Sindsdien verzamelt hij kunst, vooral oude meesters. Er was iets met de financiering. Maar dat was pas later. ‘Waarom is deze man huisarts?’, vraag ik me meteen al af. Zo totaal anders dan ik gewend ben, gedraagt hij zich. Heerlijk recht voor zijn raap. Misschien viel ik nog wel het meest voor de prettige soort eigendunk die hij uitstraalt. Meteen al bij de eerste ontmoeting is het raak: ‘Ik schrijf al jouw producten voor en daar moet wat tegenover staan. Briefpapier met enveloppen lijkt me wel wat. Jouw firma heeft daar vast wel een potje voor.’
‘Nee, wij hebben geen potje,’ antwoord ik in alle eerlijkheid, ‘en jij lijkt me niet de persoon die zijn voorschrijfpatroon verandert voor een paar lullige enveloppen of wat briefpapier. Bovendien, iemand die zich zo’n auto kan veroorloven, heeft dat helemaal niet nodig.’
Ik herinner me zijn zelfvoldane kop terwijl hij het gordijntje van zijn spreekkamer opzij schuift. Samen kijken we naar de indrukwekkende bolide op de oprit: ‘Mooie auto, vind je niet!’
Ik knik. Zijn grijns is kamerbreed.

Maar aan het horen van Tuesday Afternoon kleeft niet zijn herinnering. Net zo min aan zijn collega-huisarts schuin tegenover. Aardige man trouwens en zijn wachtkamer ligt altijd vol met de meest bijzondere tijdschriften. Ik kom altijd een kwartiertje vroeger om erin te kunnen lezen. Nee, ook geen Tuesday Afternoon-gevoel bij zijn overbuurman en het depressief makende praktijkgebouwtje dat schuil ging achter een donkere heg. De somberste praktijk ooit. Ondanks dat houdt de dokter onveranderd zijn bijna jongensachtige uitstraling. En zo rijgt zich de ene herinnering aan de andere in dit niets-aan-de-hand-straatje, dat weer een afspiegeling is van het stadje. Er gebeurt nooit wat of het zouden de van kleur wisselende verkeerslichten moeten zijn, zoals een cabaretier ooit opmerkt. Nee, Tuesday Afternoon is onlosmakelijk verbonden met die kleine ronde psychiater. In een herenhuis met praktijk achterom ontpoppen onze ontmoetingen zich als markers in de tijd. Hoewel de gesprekken in aantal slechts beperkt zijn, vergezelt de kwaliteit ervan mij de rest van mijn leven.
Van zijn spreekkamer herinner ik me vrijwel niets. Hij is te dominant in beeld. ‘Zou je hem kunnen rollen?’, vraag ik me af wanneer ik hem voor het eerst een hand geef. Zo perfect kogelrond zijn er niet veel. Angstaanjagend bijna, maar dat verandert zodra hij spreekt of – nog mooier – wanneer hij lacht. Hoog en opvallend hees klinkt het, vergezeld met de oogopslag van een kwajongen, die trots is op zijn vermomming. Steeds is de dokter in keurig kostuum met vlinderstrik en meer bekakt kan een stemgeluid nauwelijks klinken. In zijn spreekkamer hangt permanent de geur van versgepelde sinaasappelen. Keurig op een schoteltje liggen ze in losse schijfjes. Tijdens ons gesprek schuift hij ze een voor een naar binnen. Alsof hij er het hete aardappelgeluid mee wil afblussen.

Uit het milieu waaruit ik kom, is bekakt praten verdacht. Het staat model voor foute ‘überheblichkeit’ en voordringen. Kijkend naar de TV wijst mijn vader ze aan. Jozef Luns is een voorbeeld van hoe fout een stem kan klinken en welk een ware afspiegeling ze is van de persoon die het uitkraamt. Later op de HBS roept een geschiedenisleraar dezelfde associaties op. Maar tijdens de gesprekken met de kleine dikke psychiater verdampen al die vooroordelen. Naar hem luister ik met een glimlach. In zijn stemgeluid schuilt een schijnbeweging. Het vormt een virtuoos onderdeel van zijn eruditie en de daarop gebouwde tactiek. Hij geniet zichtbaar wanneer hij er verwarring mee kan stichten bij zijn gesprekspartners. Ik ben slachtoffer en toeschouwer tegelijk. Zonder dat ik het me realiseer, wordt hij een van mijn leermeesters. Zijn aanpak laat me kijken naar de horizon en het inzicht dat erachter gloort. Of dat zijn bedoeling is? Ik vraag het niet. En wanneer dat besef bij mij vaste grond kreeg, is hij er al niet meer. Ik herinner me zijn verhalen. Die zijn prachtig. Vooral als hij over zijn patiënten vertelt, hun gekte en hoe mijn pillen daar soms zomaar enig soelaas bieden.
Standaard hult hij medisch farmaceutische resultaten in ironie. Het is de ironie van iemand die verbazing en hulpeloosheid als wezenlijk onderdeel van zijn professionaliteit heeft leren ontdekken. Nee, hij is niet die grote magiër en… nee, het ontbreekt hem ook aan een direct lijntje met Onze Lieve Heer. Het specialisme dat hij uitoefent, is er één dat stijf staat van de aannames en onwetendheid. Een broednest voor waanideeën bovendien en in dat kielzog meeliftende ijdelheid. Als geen ander is hij zich daarvan bewust. Daarom kun je in zijn vak niet zonder gevoel voor humor en compassie, laat hij doorschemeren. Gek zijn is niet zelden een kwestie van hoe je wilt kijken. ‘Soms heeft het leven niet meer in de aanbieding dan de genade van het moment …,’ herinner ik me een uitspraak, ‘… en soms zelfs dàt niet. Als jouw pillen het dan ook nog laten afweten, heb ik niet meer te bieden dan een beetje troost.’
Die kant van zijn persoonlijkheid en zulke opmerkingen zijn al genoeg voor een onuitwisbare herinnering, maar hij is meer. In hem schuilt bovendien de onverwachte horzel die weinig compassie heeft met de prima donna’s uit zijn eigen beroepsgroep.

– morgen deel 7 –

Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: