JOZEF VAN HUL

Jozef Van Hul werd geboren op 13 februari 1894 in Melsele, als eerste kind van een eierkoopman, die toen in de Grote Baan in Melsele woonde; in oktober 1895 verhuisde de familie naar een nieuw gebouwd huis op de hoek van de huidige Farnèselaan en de Grote Baan. Jefke, zo genoemd omdat hij nogal klein van gestalte was, ging naar school bij de broeders in Sint-Niklaas. Zijn vrije tijd bracht hij graag door bij Piet Staut (Beveren, 29 maart 1876 – Beveren, 9 juni 1933), een kunstschilder en fotograaf die ook schilder- en tekenlessen gaf. Staut had gestudeerd aan de Antwerpse Kunstacademie. Hij schilderde landschappen, taferelen met dieren en stillevens. In 1908 werd hij lid van de Wase kunstenaarsvereniging Nederig Streven, die slechts kort bestond. Van Hul maakte bij die schilder- en tekenlessen vrienden voor het leven met Louise Van Goey, de dochter van zijn overbuurman, de brouwer Louis Van Goey, en met Theo Bogaerts (Sint-Niklaas, 26 april 1893 – Brussel, 21 juni 1971) die later werkzaam zu zijn als journalist en schrijver. Behalve enige reisverhalen en journalistieke schetsen publiceerde hij ook een aantal romans, waarvan de belangrijkste Het oog op den heuvel is. Van Hul vatte er ook het idee op om net als zijn mentor en leraar kunstschilder te worden. In 1909 schreef Jozef zich in aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Samen met zijn vriend Theo Bogaerts spoorde de vijftienjarige Van Hul dagelijks naar de Scheldestad. Aan de academie werd al snel zijn talent ontdekt. Vanaf zijn eerste jaar behaalde hij meerdere eerste prijzen en ook bij zijn afstuderen in 1914 kreeg hij een eerste prijs voor zijn stillevens.

Waarschijnlijk was hij al niet meer aanwezig op de prijsuitreiking op 12 juli 1914 aan de Academie. Op 16 mei was Jozef namelijk opgeroepen voor zijn legerdienst. Hij  moest zich melden in Sint-Niklaas voor een medisch onderzoek, werd geschikt bevonden en op 3 juli 1914 ingedeeld bij het 13e Linieregiment. Op 4 augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en als eind augustus werden Jozef en zijn regiment naar het frontgebied gestuurd. Op 14 oktober 1914 hergroepeerde het leger zich in de Westhoek. Aan het front bleef Jozef tekenen en schilderen in zijn vrije momenten. Aan teken- en schilderspullen kwam hij via Louise Van Goey, die ondertussen getrouwd was met Eduard Hernould en tijdens de oorlog in Ealing bij Londen verbleef. Zij stuurde hem regelmatig spullen op, waardoor hij kon deelnemen aan de tentoonstelling Kunst op den IJzer, die op 1 september openging in Nieuwpoort. Jozef viel er op met zijn ‘hoekige, karaktervolle koppen’ in houtskool en zijn aquarellen vol kleur. Een uitloper van deze tentoonstelling was de kunstenaarskring Kunst aan den IJzer, die in oktober 1916 werd opgericht door onder meer Maria Elisabeth Belpaire en Louisa Duykers. Maria Belpaire (Antwerpen, 31 januari 1853 – 9 juni 1948) was een Vlaams schrijfster en een mecenas binnen de Vlaamse Beweging (ze werd met goede redenen ‘de moeder van de Vlaamse Beweging’ genoemd) en het katholiek meisjesonderwijs. Gedurende de Eerste Wereldoorlog verbleef ze in De Panne, waar ze diverse tentoonstellingen organiseerden. Ze was ook de oprichtster van de frontsoldatenkrant De Belgische Standaard. Louisa Duykers (Antwerpen, 13 maart 1869 – Antwerpen, 20 december 1952) was een schrijfsters van katholiek getinte romans en novellen, van kinderboeken en een bundel reisimpressies. Samen met Belpaire en de dichteres Hilda Ram zou Duykers de vrouwelijke kern gaan uitmaken van de Vlaamse beweging alsook van katholieke vrouwenbeweging in Vlaanderen. De villa Swiss Cottrage in De Panne waarin de beide dames gedurende oorlogsjaren verbleven groeiden door hun activiteiten snel uit tot een ontmoetingsplaats van (katholieke) soldaten, brancardiers, priesters, studenten, politici, letterkundigen en kunstenaars die achter het front verbleven. ‘Un tourbillon de visites’, noemde Duykers het. Er werd een indrukwekkende waaier aan activiteiten ontplooid, onder meer ten bate van de verpleegsters en atelierarbeidsters. Voor hen wordt het tijdschrift Omhoog opgericht, dat ook in een Franstalige editie verscheen. Beide tijdschriften worden door Louise Duykers geredigeerd. En sinds oktober 1916 bestierden zij dus ook de kunstenaarskring Kunst aan den IJzer.

Jozef trad toe tot deze vereniging. In 1917 volgden twee nieuwe tentoonstellingen, eerst in De Panne, later dat jaar in Le Havre. In het voorjaar van 1918 werd Jozef ziek. Hij werd met zware bronchitis opgenomen in het ziekenhuis can Calais, later werd hij overgebracht naar het hospitaal in Angerville. Van eind april tot eind mei 1918 verbleef hij met ziekteverlof in Epernay-sur-Marne om te herstellen van zijn ziekte. Daardoor kon hij niet persoonlijk aanwezig zijn op een nieuwe tentoonstelling, die van 27 april tot eind mei 1918 liep in De Panne. Van Hul had hiervoor vier schetsen in olieverf ingestuurd. Met de verkoop van die werken wilde hij nieuw teken- en schildermateriaal aanschaffen; blijkbaar verliep de toevoer uit Engeland moeilijker of was die helemaal stilgevallen. In de zomer van 1918 was Jozef terug aan het front. Het Belgische, Britse en Franse leger begonnen aan een tweede groot, gezamenlijk offensief om de Duitse linies te doorbreken. Op 28 september 1918 vertrok Jozef met een zending naar een vooruitgeschoven post. Hij zou er nooit van terugkeren. Er wordt aangenomen dat hij sneuvelde aan het Blankaartsmeer in Diksmuide op 29 september 1918. Op woensdag 12 maart 1919 werd in zijn geboorteplaats een lijkdienst voor Jozef gehouden. In 2000 besliste de Plaatselijke Cultuurraad van Melsele om een straat naar hem te vernoemen, de Jozef Van Hulstraat. Hij werd ook geplaatst op de longlist om verkozen te worden tot Beverse erfgoedheld. Zijn talent is niet vergeten, maar nooit tot ontplooiing gekomen.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: