JAC. VAN LOOY

Jac. van Looy (1855-1930) verloor kort na elkaar beide ouders en groeide vanaf zijn vijfde op in het Burgerweeshuis in Haarlem, het huidige Frans Hals Museum. Dankzij een toelage van Teylers Stichting kon hij in 1877 een schildersopleiding volgen aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Tussen 1885 en 1887 steunde Teylers Museum de jonge kunstenaar opnieuw door meer dan honderd tekeningen van hem aan te kopen. Vanaf 1887 publiceerde Van Looy regelmatig in het letterkundige tijdschrift De Nieuwe Gids en maakte hij deel uit van de Tachtigers. Het bekendst werd hij door zijn deels autobiografische cyclus Jaapje-Jaap-Jakob. Helaas wordt hij tegenwoordig nog maar weinig gelezen, terwijl Van Looy toch een aantal boeken heeft gelezen die nu, meer dan een eeuw later, nog steeds de moeite waard zijn. Dat Van Looy daarnaast ook nog een begenadigd schilder was, is al helemaal onbekend. Toch noemde Teylers Museum zijn schilderij De Tuin uit 1893 ‘het meest impressionistische schilderij in Nederland’, toen men het doek in 2013 kon aanschaffen.

Op het schilderij is de echtgenote van de kunstenaar afgebeeld in een zee van bloeiende Oost-Indische kers. Het doek, aangeschaft van een particulier voor een verder onbekend bedrag, begint zich sindsdien in de Tweede Schilderijenzaal van Teylers. Het forse doek (97 bij 137 centimeter) is een van slechts vijf bekende grote bloemenschilderijen van Van Looy. Een ander werk, Zomerweelde uit 1900, bevindt zich in het Rijksmuseum. Teylers heeft één ander schilderij van Van Looy in bezit, maar dat is kleiner en door het gebruik van bitumen ernstig verdonkerd. ‘De tuin sprankelt van zichzelf’, aldus hoofdconservator Michiel Plomp van Teylers. ‘Het is een droomschilderij, mooier dan menig werk van Monet of Manet. Het is het meest impressionistische schilderij dat we in Nederland hebben.’ Van Looy schilderde De tuin in de zomer van 1893 in amper zes weken tijd, en plein air, in de achtertuin van zijn woning aan de Rustenburgerstraat in de Amsterdamse Pijp. ‘Het was een soort van wedloop tusschen mij en die snel rankende bloemen’, schreef de kunstenaar over het werk. Hoewel de bloemenzee tot in de verte door lijkt te gaan, beschikte Van Looy in werkelijkheid maar over een piepklein tuintje. Plomp: ‘Hij koos voor een zeer gedurfde compositie, met dat lage standpunt en de afwezigheid van een horizon. Het licht is ook fantastisch. Dat sluit aan bij wat de Franse impressionisten deden. Daarin was Van Looy in Nederland uniek.’ Toen Van Looy De tuin in 1894 in de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti exposeerde, werd het werk kritisch ontvangen. De recensent van de Nieuwe Rotterdamse Courant schreef dat zo’n ‘brok, plompverloren uit de natuur gesneden’ niet als een echte compositie kon worden beschouwd. En: ‘Het had net zo goed de helft kleiner gekund.’ Maar collega Isaac Israels noteerde: ‘Het is het beste schilderij dat er is [in Arti], dus er is geen kwestie van of jij had de medalje moeten hebben.’

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: