KAT IN HET BAKKIE

Het lijkt zo’n alledaagse Nederlandse uitdrukking, maar zelfs F.A. Stoett, de onvolprezen kenner van Nederlandse gezegden en uitdrukkingen, heeft het niet in zijn boek staan. Dat kan betekenen dat het een vrij recente uitdrukking is, want de eerste uitgave van Stoett’s Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden dateert van 1902 en ook in de uitgave van 1923-1925 komt het niet voor. De betekenis van Kat in ’t bakkie is die van ‘een makkelijk karweitje’, maar het wordt ook wel geroepen als een karwei is afgerond of als uitroep in de betekenis ‘voor elkaar!’ en ‘komt in orde!’
Marc De Coster vermeldt in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) dat het van oorsprong een Rotterdamse uitdrukking is die door inbrekers werd gebruikt bij een geslaagde inbraak. Politiemensen zouden de uitdrukking gebruiken voor een zaak die afgehandeld is. De herkomst van deze uitdrukking is niet zeker. Kat kan zijn afgeleid van het Maleise gadji (‘vet’), dat vroeger ‘loon, opbrengst’ betekende. Kat in ’t bakkie betekent dus wellicht zoiets als ‘geld in het laatje’. Het sluit aan bij andere verbasteringen van gadji, zoals de zegswijze katje beuren, wat marinetaal is voor ‘het salaris opstrijken’. Het feit dat het marinetaal is, wijst ook al op een oorsprong uit het Verre Oosten. Dat de havenstad Rotterdam de bakermat is van deze verbasteringen, mag ook geen verwondering wekken. Was de gage ontvangen, dan zat men weer ‘vet’ in het geld. Katjesdag werd vroeger (en wordt misschien nog) wel gebruikt in de betekenis ‘betaaldag’. In het Bargoens woordenboek van Endt en Frerichs (1974) komt kattebak voor in de betekenis ‘winkella of geldla’, dus opnieuw een aanwijzing dat het een verbastering is van gadji.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: