ADOLF ERBSLÖH

Adolf Erbslöh (New York, 27 mei 1881 – Irschenhausen, 2 mei 1947) was een Duitse schilder, die samen met Marianne von Werefkin en  Alexej von Jawlensky de oprichter was van de Neuen Künstlervereinigung München (N.K.V.M.), waaruit later Der Blaue Reiter zou voortkomen. Erbslöh werd geboren in New York, waar zijn vader op dat moment als zakenman was gevestigd.Een aantal jaren later keerde het gezin terug naar Duitsland, waar Erbslöh in 1901 aan de kunstopleiding in Karlsruhe zijn opleiding begon. Hij was eerder dat jaar begonnen aan een opleiding die hem in de voetsporen van zijn vader had moeten brengen, maar na amper een half jaartje hield hij die opleiding voor gezien. In Karlsruhe ontmoette hij Alexander Kanoldt en Georg Tappert, het begin van een levenslange vriendschap. In 1904 stapte hij over naar de kunstopleiding in München, waar hij les kreeg van Ludwig von Herterich. Bij die opleiding ontmoette hij Alexej von Jawlensky en via hem Marianne von Werefkin, wat hij artistieke carrière een bepalende richting instuurde. In 1904 was hij samen met hen de medeoprichter van de N.K.V.M., waarvan ook Kandisnkey, Kanoldt en Münter lid waren. Dezelfde groep zou later Der Blaue Reiter oprichten, die bepalend zou zijn voor de richting waarin de Duitse schilderskunst zich de daarop volgende decennia zou ontwikkelen. Na een lange reis door Italië werd Adolf Erbslöh keerde hij eind 1914 terug naar Duitsland en werd kort daarop onder de wapenen geroepen. Hij zou aan het westerse front (Vlaanderen en Frankrijk) worden ingezet. Op 5 augustus 1916 schreef hij: ‘Ich komme in den nächsten 14 Tagen zum 95. Inf.Regt. (liegt bei Verdun), wo ich beim Regimentsstab als Kriegsmaler Verwendung finden soll.’ Op 23 september voegde hij in een vervolgbrief hieraan toe: ‘Da es für einen beschränkt kriegsverwendungsfähigen Unteroffizier eine offizielle Stelle als Kriegsmaler nicht gibt, so bin ich hier so quasi als Hilfsschreiber angestellt (das Kind muß einen Namen haben).’ Zijn positie is dus op geen enkele manier vergelijkbaar met die van de Belgische kunstschilders, die gedurende de oorlog in de Sction Artistique werden ondergebracht. De tekeningen en schilderijen die Erbslöh er maakte zijn portretten van zijn oorlogsvrienden, van verwoeste huizen en dorre vlakte waar eens een bos had gestaan. Ze moeten aanvankelijk een bontheid aan kleuren hebben gehad, maar zijn inmiddels allemaal erg mat en vaal. In 1916 werd hij lid van Die Neue Secession, een expressionistische kunstgroep, waarvan ook zijn vriend Georg Tappert en Max Pechstein deel van uitmaakte. Vanaf 1920 ging Erbslöh weer vaak op reis en schilderde toen hoofdzakelijk landschappen, met vooral bergen als belangrijkste thema. Vanaf 1927 vestigde hij zich definitief in Beieren. In 1932 werd nog een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk gehouden en werden door Erbslöh en Kanoldt ook plannen gemaakt voor een grote tentoonstelling in 1934 van de werken van de N.K.V.M.-leden, maar nadat de nationaalsocialisten in maart 1933 de macht overnamen werd voor ‘entartete Künstler’ het werken direct onmogelijk gemaakt. Al hun werken werden uit de musea verwijderd. Erbslöh trok zich helemaal terug in zijn woning in Irschenhausen, onderhield nog wel de contacten met zijn kunstvrienden, maar zijn publieke kunstproductie stokte helemaal.Hij maakte nog wel portretten van familieleden en vrienden en schilderde op klein formaat zaken uit zijn zeer directe omgeving, het huis, de tuin, de kerk en weilanden net buiten het dorp. Wel in zijn vaste ‘entartete’ stijl. Op 2 mei 1947 stierf Adolf Erbslöh, 66 jaar oud. Zijn dochter, de schilderes en beeldhouwster Inge Erbslöh zorgde tot haar dood voor de artistieke nalatenschap van haar vader.




Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: