DONOVAN

Donovan (Glasgow, 10 mei 1946) is een Schotse singer-songwriter die populair werd in de jaren zestig. In die tijd werd hij met zijn aan folk verwante popliedjes beschouwd als ‘het Britse antwoord op Bob Dylan’, maar zijn liedjes waren veel optimistischer en naïever, waardoor Donovan aansluiting vond bij de hippiebeweging uit die tijd. In 1964 nam hij op achttienjarige leeftijd een demo op en al kort daarop had hij zijn eerste televisie-optreden. Dat optreden sloeg aan en de single ‘Catch the wind’die direct werd uitgebracht stond binen de kortste keren in de Britse hitlijsten. Ook zijn tweede single Colours werd een grote hit, gevolgd door Universal Soldier, uitgebracht op het moment dat overal de anti-Vietnamprotesten hun hoogtepunten bereikte. Daarna vertrok Donovon naar de Verenigde Staten om zich onder te dompelen in de flowerpower-beweging en meer psychedelische nummers. Weer wat later trok hij naar India, waar hij in elk geval tot de inkeer kwam dat harddrugs beter vermeden knden worden. Eerder was hij namelijk enkele malen gearresteerd geweest vanwege het gebruik van canabis en incidenteel wat zwaardere middelen. De muziek uit deze periode in de VS en India heeft nooit echt tot mijn favorieten gehoord, zijn eerste Britse werk heb ik vroeger helemal grijsgedraaid en nog steeds haal ik die nummers graag uit de platenkast. Vanaf begin jaren zeventig trok hij zich steeds meer terug uit het openbare leven en de albums die hij uitbracht kregen steeds minder respons. Recent stuitte ik echter op zijn album HMS uit 1971 dat een paar briljante nummers heeft. Een daarvan is een door hem op muziek gezet gedicht van de dichter William Butler Yeats. In het gedicht verwijst een oude man, die onrustige gedachten heeft. Hij verwijst naar een moment uit zijn jeuhd toen hij besloot te gaan vissen om zijn gedachten tot rust te brengen. Het feit dat er motten in het bos rondfladderen geeft het tafereel iets magisch. Door een bes in het water te gooien, weegt hij een ‘kleine zilveren zalm’ te vangen. Terwijl hij een vuurtje aanmaakt, verandert die glanzende zalm in een ‘glimmering girl’, die in de lichter wordende lucht verdwijnt. Het verlies van ‘the glittering girl” achtervolgde de verteller zijn levenslang. Altijd heeft hij gehoopt dat meisje terug te vinden. Het gedicht kan worden gezien als een beschrijving van wat iedereen najaagt: het vinden van de onbereikbare ideale geliefde. In de titel gaf Yetas echter ook aan dat het een verwijzing is naar Aengus, een mytisch persoon die symbool stond voor liefde, jeugd en schoonheid, en die ook Ierland op de daar wonende stammen zou hebben veroverd: The song of wandering Aengus.
.

.

I went out to the hazel wood,
Because a fire was in my head,
And cut and peeled a hazel wand,
And hooked a berry to a thread;
And when white moths were on the wing,
And moth-like stars were flickering out,
I dropped the berry in a stream
And caught a little silver trout.

When I had laid it on the floor
I went to blow the fire a-flame,|
But something rustled on the floor,
And someone called me by my name:
It had become a glimmering girl
With apple blossom in her hair
Who called me by my name and ran
And faded through the brightening air.

Though I am old with wandering
Through hollow lands and hilly lands,
I will find out where she has gone,
And kiss her lips and take her hands;
And walk among long dappled grass,
And pluck till time and times are done,
The silver apples of the moon,
The golden apples of the sun.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: