LA GRANDE BOUCLE 25

Eugène Christophe (Parijs, 22 januari 1885 – Parijs, 1 februari 1970) was een Franse wielrenner, die prof was van 1904 tot 1926. vanwege de enorme snor die hij aan het begin van zijn carriere had kreeg hij de bijnaam Le vieux Gaulois, de oude Galliër. Een andere bijnaam was Chri-chri, naar een nog steeds bestaande traditie in de Franse wielersport van de eerste letters van voor- of achternaam van een renner een bijnaam te maken. Zo is vorige week Julian Alaphilippe voorzien van de bijnaam ‘Ju-ju’. Hij werd geboren in een buitenwijk van Parijs. Al op jonge leeftijd vond hij zijn passie in de wielersport en besloot hij zich toe te leggen op een carrière als professioneel wielrenner en veldrijder. In 1904 en 1905 reed hij als onafhankelijk renner rond; in 1905 gevestigde hij de aandacht op zich door als tweede te eindigen in het nationale kampioenschap cyclocross. Cyclocross lag hem toch wel goed want in 1909, 1910, 1911, 1912, 1913 en 1914 veroverde hij de nationale titel en als de oorlog er niet was tussengekomen zou de reeks waarschijnlijk nog langer zijn geweest. na de oorlog weet hij in 1921 nog eenmaal de cyclocrosstitel te behalen. In 1906 kreeg hij een contract op in de bescheiden ploeg Labor, waarvan ook de Luxemburger Francois Faber deel uitmaakte. Als 21-jarige mocht Christophe zijn eerste Tour rijden en eindigde op de negende plaats.Hij maakte daarna de overstap naar de grote Franse ploeg Alcyon, maar de eerste twee jaar dat hij er onder contract stond werd hij niet geselecteerd voor de Toutr en staan er ook geen andere aansprekende resultaten van hem bekend. In 1909 mag hij voor de tweede maal aan de start verschijnen in de Tour 1909, die door ploeggenoot Faber zal worden gewonnen. Christophe behaald een groot aantal ereplaatsen en eindigde opnieuw op de negende plaats. Hij kwam in het peloton bekend te staan als een talentvolle en methodische renner. Hij had altijd een klein leren tasje om zijn nek voor het geval hij pech zou krijgen, met daarin een fietsketting, een spakenspanner en paar muntjes van tien en twintig francs. Christophe staat echter ook bekend als de grootste pechvogels die de Tour de France ooit heeft gekend.

Die nuttige voorwerpen kwamen Eugène Christophe echter van pas tijdens de loodzware koers van Milaan – San Remo op 3 april 1910, die vanwege de extreme weersomstandigheden een ereplaats kreeg in de geschiedenis van de Primavera. Na een rustige start werd het peloton plotseling getroffen door zwaar winterweer, waardoor de 71 renners bij de afdaling van de Col de Tuchino door een twintig centimeter diepe laag sneeuw moesten ploegen. Renners zochten hun toevlucht voor een hevige sneeuwstorm in de huizen langs de weg. Christophe lag op dat moment aan kop en zette door, maar moest een paar keer afstappen en een stukje lopen om zijn bloedsomloop weer op gang te krijgen. Na weer een wandeling had Cri-Cri echter geen kracht meer over en belandde hij met hevige maagklachten op een ijskoude steen in de berm. Daar werd hij enkele minuten later ontdekt door een voorbijganger, die de hevig onderkoelde renner meteen naar de lokale herberg bracht. Christophe wilde echter niet opgeven en na een half uurtje bij de open haard vervolgde hij zijn rit. Onder luid protest van de herbergier, die het ergste vreesde voor zijn gast. Zijn doorzettingsvermogen werd beloond, want Christophe kwam uiteindelijk als eerste aan in San Remo.Hij was er echter van overtuigd dat hij de verkeerde weg had genomen en besefte niet dat hij als eerste in San Remo was aangekomen. Slechts vijf renners zouden ook in de kustplaats aankomen, waarvan de Italiaan Luigi Ganna (die het jaar eerder de rit had gewonnen) die als tweede over de finish was gekomen werd gediskwalificeerd omdat hij delen met de auto had afgelegd. Geen ongebruikelijke ‘tactiek in die tijd. Christophe moest zijn heroïsche zege wel bekopen met een maand herstel in het ziekenhuis.  De Tour de France kon hij in 1910 dus vergeten.

Het jaar 1911 begint niet slecht voor Christophe, met onder meer een zesde plaats in Milaan – San Remo en tweede plaats in de Ronde van België, maar in de Tour vallen de klasseringen tegen en moet hij in de twaalfde etappe opgeven. In de editie van 1912 gaat het aanzienlijk beter. Hij wint drie etappes en eindigt op de tweede plaats in het eindklassement. Er is ergens grote onvrede over die tweede plaats achter de Belgische winnaar Odiel Defraeye. Christophe heeft namelijk snelle gereden dan de Belg. Na de voorlaatste rit staat hij in punten op een niet meer goed te maken achterstand, maar in de tijdsklassering zou hij ruim zes minuten op Defraeye hebben voorgestaan. De Tour 1912 wordt echter beslist op dat puntenklassement. Met succes kaart Christophe deze ‘onrechtvaardigheid’ aan. Het zou de laatste keer zijn dat het het puntensysteem werd gewerkt, vanaf 1913 werd de bekende tijdsklassering gebruikt.

De Tour 1913 zou de naam van Christophe als pechvogel vestigen. In de eerste bergetappe reed de Fransman zijn Belgische rivaal helemaal zoek. Defraye besloot halverwege de rit zelfs af te stappen, waardoor Christophe in theorie de rit alleen nog maar uit hoefde te rijden om de Tour te winnen, zo groot was zijn voorsprong. In de de afdaling van de Tourmalet sloeg het noodlot echter. Zijn voorvork brak, waardoor hij niet verder kon fietsen. De regels van de Tour de France stonden hulp van buitenaf destijds niet toe en dus moest Christophe de afdaling te voet voortzetten. Met de fiets op zijn rug liep de Fransman naar de dichtstbijzijnde smederij in Ste-Marie-de-Campan, tien kilometer verderop. Daar aangekomen kon de smid alleen toekijken en advies geven, terwijl Christophe eigenhandig zijn voorvork moest repareren. Toen zijn fiets eindelijk weer gerepareerd was kreeg Cri-Cri van de race-officials ook nog eens straftijd omdat een 11-jarig jongetje even had geholpen door met de blaasbalg te pompen. Christophe kwam als 29e over de finish, bijna vier uur na de eerst aangekomenen en kon de eindoverwinning wel op zijn buik schrijven. Althans dat is de officiële lezing, want uiteindelijk eindigde Christophe de Tour 1913 als zevende met iets meer dan veertien uur op de Belgische winnaar Philip Thys. In de negen etappes die nog volgde na het legendarisch ‘voorvork-incident’ moet hij in totaal nog elf uur tijdsachterstand hebben opgelopen. Het is een mooi verhaal, maar door dat ene incident heeft Christophe de Tour niet verloren. Ter nagedachtenis aan dit avontuur is bij de kerk van Sainte-Marie-de-Campan een pleintje naar Christophe vernoemd. Hier staat sinds 2014 ook een bronzen standbeeld van hem, waarbij hij een vork in de lucht steekt.

In 1914 eindigde Christophe op de elfde plaats en na een onderbreking vanwege de Eerste Wereldoorlog keerde hij in 1919 weer terug in de Tour de France. Opnieuw gaat het verhaal rond dat onze pechvogel die ronde normaliter had gewonnen, ware het niet dat hij door pech ernstig was. Ditmaal lijkt dat wel terecht te zijn. Bij aanvang van de voorlaatste etappe had Christophe bijna een half uur voorsprong op Firmin Lambot, maar in die rit van Metz naar Duinkerke (468 kilometer) sloeg het noodlot toe. Christophe brak zijn vork en moest lopend verder tot aan de fietsfabriek in Valenciennes. Hiermee verloor hij zeventig minuten, later kwam daar door een val nog veel tijd bij. Op bijna 2,5 uur van de winnaar Lambot komt hij in Duinkerke aan. Hij zal met een achterstand van iets meer dan twee uur derde worden in het eindklassement. Het Franse volk had echter zoveel medelijden met de ‘Pechvogel van de Tour de France’ dat ze een landelijke inzamelingsactie hielden, waardoor Christophe uiteindelijk nog meer geld opstreek dan de winnaar. Het ongeluk is echter niet niet afgelopen. In 1920 en 1921 moet Christophe vroegtijdig uitvallen. In 1922 eindigde hij in de Tour op de achtste plaats, maar opnieuw was er een etappe waarin zijn voorvork brak. De twee jaar daarop moet hij verstek laten gaan. In 1925 keerde hij, veertig jaar oud inmiddels, een laatste maal terug in de rond en eindigt op de achttiende plaats.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: