RADEN ADJENG KARTINI

45e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD

Raden Adjeng Kartini (Jepara, 21 april 1879 – Rembang, 17 september 1904), was een Javaanse aristocrate en voorvechtster van de rechten van de vrouw. Haar vader, Raden Mas Sosroningrat was regent van Jepara en haar moeder was een van zijn vrouwen, polygamie was immers gebruikelijk onder de Javaanse aristocratie. Ze werd geboren in een tijd dat vrouwen weinig of geen regulier onderwijs ontvingen, maar zij mocht tot ze twaalf jaar oud was de Europese lagere school bezoeken. Ze leerde daar onder andere goed Nederlands spreken, iets wat voor Javaanse vrouwen in die tijd zeer ongebruikelijk was. Na haar twaalfde jaar werd zij thuis afgezonderd, wat een normale praktijk was om jonge meisjes op hun huwelijk voor te bereiden. Het was een vorm van opsluiting, want het was meisjes niet toegestaan zonder begeleiding buitenshuis te gaan. Bij hun huwelijk werd dit gezag overgedragen aan hun echtgenoten. De vader van Kartini stond haar in elk geval nog enige privileges toe, want ze mocht borduurlessen volgen en speciale gebeurtenissen bezoeken. Omdat ze de Nederlandse taal goed beheerste kon ze thuis Nederlandse boeken lezen, waardoor ze een toegangspoort tot de Westerse cultuur had. Ze mocht ook correspondeerde met Nederlandse penvriendinnen en gaf in die brieven haar mening over de oneerlijke behandeling van vrouwen. Blijkbaar was haar vader van dat alles niet erg onder de indruk, want ze werd uitgehuwelijkt aan de burgemeester van de stad Rembang die al drie vrouwen had. Kartini stemde er met veel moeite mee in, alleen om haar ziekelijke vader te kalmeren. Tot haar geluk bleek haar echtgenoot vrij liberaal voor die tijd. Op 13 september 1904 beviel Kartini van een zoon, maar vier dagen later overleed ze op de leeftijd van 25 jaar.

Roda Abendanon, een van die meisjes met wie ze had gecorrespondeerd, zorgde er in 1912 voor dat de brieven van Kartini aan haar en andere Nederlandse vriendinnen werden gepubliceerd in het boek ‘Door Duisternis tot Licht’. Het boek had grote invloed op de Indonesische intelligentsia en vrouwenbeweging. Ze stelde in haar brieven dat geestelijke ontwikkeling een fundamenteel recht is, ook voor vrouwen. Haar waardering voor de positieve kanten van de Europese cultuur ging gepaard met felle kritiek op het egoïsme en materialisme dat de koloniale heersersklasse zo kenmerkte. In 1964 werd Kartini benoemd tot Held van Indonesië. Sinds 2007 reikt de gemeente Den Haag jaarlijks rond 8 maart (Internationale Vrouwendag) de Kartiniprijs, een gemeentelijke vrouwen-emancipatieprijs uit. Haar naam komt ook voor op de voordrachtlijst van namen die kunnen worden verbonden aan een dertigtal straten in een nieuwbouwwijk in Ijbujrg, Amsterdam, die worden vernoemd naar personen uit het koloniale verleden van Nederland.

Iris Heidebrink (Algemeen Rijksarchief te Den Haag) en Elisabeth Keesing (schrijfster van het boek ‘Hoe ruim een kooi ook is; Leven en lot van Kartini en haar werk’) schreven onderstaande tekst over Raden Adjeng Kartini:

Kartini werd op 21 april 1879 geboren als dochter van het hoofd van het district Mayong, vanaf 1880 regent van Japara. Kartini’s moeder, Ngasirah, was zijn tweede vrouw. Kartini was al tijdens haar leven in brede kring bekend vanwege haar onconventionele optreden en moderne opvattingen. Ze wekte ergernis van degenen die tevreden waren met de status-quo of hun maatschappelijke positie niet in gevaar wilden brengen. De meeste bekendheid verwierf ze na haar dood, toen een deel van haar aan Europeanen gerichte brieven werd gepubliceerd.
Kartini las, sprak en schreef uitstekend Nederlands, omdat zij en haar zusjes de Europese lagere school mochten bezoeken. Toen zij twaalf was moest ze echter thuisblijven om zich voor te bereiden op haar rol als raden ayu, de echtgenote van een man van gelijk sociaal niveau. In deze periode werd ze zich bewust van de sociale verhoudingen in haar beperkte wereld. Ze was verontwaardigd over volgens haar onrechtvaardige wetten en gebruiken, over status die gebaseerd was op geboorte, geld of macht. Ze wilde als individu kunnen werken aan haar levensdoel: een rechtvaardige en welvarende maatschappij. Ze wilde geen raden ayu worden, omdat dat haar opnieuw onvrij zou maken.
Tijdens haar eenzame opsluiting had ze één lichtpuntje: de kranten, tijdschriften en boeken die wekelijks in de leestrommel bij haar vader gebracht werden. Ze herkende haar opvattingen in geschriften van Europese feministes en sociaal-democraten en startte een uitgebreide briefwisseling met deze geestverwanten. Ze vatte het plan op om in Nederland een vak te leren. Als ze economisch zelfstandig was, zou ze haar idealen kunnen verwezenlijken Ze wist onder welke sociale druk zijzelf, haar vader en andere familieleden zouden komen te staan wanneer zij haar ‘gekke’ ideeën niet alleen in brieven en gesprekken zou uiten, maar deze in daden zou willen omzetten. Ze zocht daarom zorgvuldig de steun van invloedrijke personen.
Het parlementslid ir. H.H. van Kol zette zich voor haar in, nadat hij haar tijdens een rondreis door Indonesië speciaal had opgezocht. Kartini wist de kwestie van onderwijs aan vrouwen op de politieke agenda te krijgen.
Ook in Europa hadden mannen en vrouwen geen gelijke rechten. Pas in 1870 verzocht en kreeg Aletta Jacobs als eerste vrouw toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken, Thorbecke, om te worden toegelaten tot het middelbaar onderwijs. In de vergadering van de Tweede Kamer in Den Haag over het “inlands” onderwijs hield Van Kol op 26 november 1902 een pleidooi voor een studiebeurs voor Kartini en haar zus Roekmini om in Nederland een opleiding te volgen. De minister van Koloniën, Idenburg, stemde hiermee in.
Toch zou Kartini’s plan niet lukken. De regering in Batavia was er op tegen vanwege ‘rust en orde’. Ze kreeg het mondeling advies dat ze zich toch veel nuttiger kon maken door onderwijs te geven aan meisjes, met name uit de hogere standen. Nu de weg naar Nederland was afgesneden, startte ze met Roekmini een schooltje aan huis. Enkele kinderen van lagere inlandse hoofden werden aan hen toevertrouwd. Ze zinspeelde op de mogelijkheid om subsidie aan te vragen als het leerlingenaantal zou toenemen. Ook dit plan zou niet lukken.
Voortdurend werd Kartini voorgehouden dat ze eindelijk moest trouwen. Ze kon met haar talenten toch zoveel betekenen voor man en haar kinderen. Gewoonlijk reageerde Kartini daar met een snedige opmerking op: wanneer wordt het boek geschreven, waarin staat wat de man voor de vrouw betekenen kan ? Geïsoleerd en zonder contacten met gelijkgestemde vrouwen in Indonesië, gaf ze zich tenslotte gewonnen: ontgoocheld. Met een sarcastische ondertoon maakte ze haar besluit bekend aan het echtpaar Abendanon: “kent nu de omvang van mijn zalig geluk, mijn vernedering, mijn schande: ik ben de verloofde van de regent van Rembang, een weduwnaar met 6 kinderen en 3 vrouwen”.
In 1904 overleed Kartini, vier dagen na de geboorte van haar enig kind.
Ondanks de weerklank die de publicatie van brieven van Kartini in Nederland en de rest van de wereld vond, was er nog lang geen sprake van solidariteit met de Indonesische vrouwenbeweging. Tijdens een bezoek aan Azië van Aletta Jacobs en vijf andere voorstanders van vrouwenkiesrecht hadden deze feministes in feite alleen contact met Europese kringen. Hetgeen er in de Indonesische samenleving speelde ging geheel en al aan hen voorbij.
In haar later gepubliceerde reisverslag noteerde Aletta Jacobs vooral de verschillen met de situatie in Europa: ‘Men ziet hier in midden-Java minstens even zovele vrouwen op het land werken als mannen. …Mij werd vertelt dat de Javaanse vrouw, ook de gehuwde, in haar eigen onderhoud voorziet’.
Naar aanleiding van een gesprek met de regent van Magelang merkt ze op dat kiesrecht op Java alleen van toepassing is op de verkiezing van desahoofden. Het kiesrecht is echter niet verbonden aan sekse maar aan grondbezit: ‘…de Javaanse vrouw is haar Nederlandse zusters voor!
‘Kartini is in Indonesië hèt symbool van de verheffing van het volk en van de vrouwenemancipatie geworden. In Nederland is zij een bijna vergeten figuur, waarvan we kennis kunnen nemen door het lezen van een selectie van bewaard gebleven brieven die in 1911 voor het eerst werden gepubliceerd in het boek ‘Door duisternis tot licht’. Haar gedachtegoed en strijd inspireerde velen. Maar er is meer dan vechten voor bevrijding in Kartini’s denken en voelen bewaard gebleven. ‘O heerlijk dat wij juist leven in deze tijd! De overgang van het oude in het nieuwe!’ schreef zij eens.
Leven is beweging, er is altijd een overgang van het oude in het nieuwe. Nog altijd kan iemand die zich opgesloten, geplaagd, gefrustreerd voelt, troost en kracht putten uit haar voorbeeld, zo jong, zo gevangen, zo zacht en sterk als ze was.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: