BOK DE KORVER

Bok de Korver (Rotterdam, 27 januari 1883 – Rotterdam, 22 oktober 1957) werd geboren aan de Oude Binnenweg 91 in Rotterdam, als tweede zoon van een pakhuisknecht.Thuis heette hij gewoon Jo, maar iedereen kende hem als ‘Bok’. Waar de bijnaam vandaan kwam, valt niet met zekerheid te zeggen. Sommigen menen dat deze te maken had met het onverzettelijke en koppige in zijn spel, anderen houden het op de manier van koppen van De Korver. Zijn ouders waren in 1879 uit Den Haag verhuisd en openden twee jaar na de geboorte van Jo, zoals hij binnen het gezin werd genoemd, een kleine winkel in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen aan de Kruiskade, op de plaats waar nu het Hilton Hotel staat. De Korver leerde op straat voetballen met een tennisbal, waarmee hij met enkele vrienden op kleine terreintjes rond de Kruiskade en de Diergaardelaan oefende. Pas na de middelbare school (HBS) schreef hij zich op 17-jarige leeftijd in bij de kleine voetbalclub Constantia, die later zou opgaan in het grotere Volharding. De vereniging speelde op het Schuttersveld, hetzelfde veld waar ook Victoria, Celeritas, Rapiditas en het grote Sparta speelden. Sparta had natuurlijk een enorme aantrekkingskracht op de spelers van die kleine clubs en ook De Korver maakte de overstap toen de gelegenheid zich voordeed. In september 1902 werd hij door de ballotagecommissie van Sparta aangenomen als actief. Direct daarna maakte hij zijn debuut in het eerste elftal in een vriendschappelijk treffen tegen een elftal van Delftse studenten (D.S.V.V. Ouwe Schoen). Zijn eerste competitiewedstrijd vond plaats op 19 oktober 1902 tegen het Amsterdamse RAP, op dat moment nog steeds een grote club maar al wel lichtjes in verval. Hij maakte indruk, want een RAP-speler liet aan de verslaggever van een krant weten dat zijn handen vol had gehad aan de Rotterdamse heren, ‘…. want naast die toen al snelle Rein Boomsma, hadden ze me daar een knaap, Korvers of Korver of hoe die heten mag. Ik beloof je, die jongeman heeft wat in zijn mars. Daar zullen we meer van horen.’ Dat kwam al snel uit, want al in het seizoen 1903-1904 werd de pas twintigjarige De Korver tot aanvoerder benoemd van het elftal dat steeds beter ging spelen. In 1908 werd bij Sparta een professionele trainer werd aangesteld, de Britse Edgar Chadwick, die daarnaast ook het Nederlands elftal coachte. Bok vond dat maar niks en snapte ook de animo van zijn ploeggenoten voor de intensieve trainingen en handige tips van de Engelsman niet. Hij liet de taktiekbesprekingen graag aan zich voorbij gaan en ging liever ‘gewoon voetballen. Hij merkte echter wel dat de selectie steeds beter ging spelen en dat de top van de divisie steeds dichterbij kwam. Met de Rotterdamse club werd De Korver vijf keer landskampioen, in 1909, 1911, 1912, 1913 en 1915 en ook werd de beker een aantal malen gewonnen. Ook won hij met het Nederlands elftal tweemaal een bronzen medaille op de Olympische Zomerspelen: in 1908 in Londen en in 1912 in Stockholm.

Bok de Korver behoorde tot de groep voetballers die werd opgeroepen voor de allereerste officiële interland van het Nederlands elftal, op 30 april 1905 in Antwerpen tegen België. Samen met zijn ploeggenoten Dirk Lotsy, Eddy de Neve en Reinier Beeuwkes zorgde De Korver op 22-jarige leeftijd voor een 4-1-overwinning in de eerste interland in en tegen België. Ook voor de tweede wedstrijd werd hij door bondscoach Cees van Hasselt opgeroepen. Dit zou de eerste officiële internationale wedstrijd op Nederlandse bodem worden. De wedstrijd eindigde in een afgemeten 4-0 winst voor Oranje, De Korver maakte het eerste doelpunt. Het Rotterdamsch Nieuwsblad, organisator van de wedstrijd, beschreef het doelpunt als volgt: ‘De Korver, Sparta’s captain, die van het begin van den wedstrijd af enorm spel vertoond heeft, ja zelfs Kamperdijk en Kessler heeft overtroffen, neemt den bal van Van der Stappen af, passeert Dedecker, Poelmans en van Hoorden, zal schieten, maar de bal gaat rakelings langs het doel … Reeds juicht een deel van het publiek, maar alles is weer te beginnen! Drie minuten later haalt De Korver ongeveer dezelfde truc uit, thans met succes, want voor het goal gekomen, richt hij den bal en met een niet al te hard maar zeker schot heeft Nederland door een Rotterdammer de leiding gekregen (1-0).’ Ook in de twee daaropvolgende interlands tegen België speelde De Korver mee, die allebei door de zuiderburen werden gewonnen. De Rotterdammer bleek te zijn uitgegroeid tot een publiekslieveling onder het Nederlandse volk, maar tot ieders verrassing werd hij door bondscoach Van Hasselt de daarop volgende drie interlands niet opgeroepen. Het was de sanctie voor zijn constante weigering te verschijnen op trainingen, omdat De Korver nog steeds het nu wat curieus overkomende standpunt had dat oefeningen voor een wedstrijd onsportief was.

De Rotterdamse journalist, toneelcriticus en voetbalpropagandist Doe Hans was een groot Sparta-supporter en schreef vervolgens maanden aan een stuk felle artikelen in De Sport, gericht tegen de Nederlandsche Elftal Commissie en tegen spil Willem Janssen van Prinses Wilhelmina uit Enschede (officieel EFC-PW 1885, wat staat voor Enschedese Football Club Prinses Wilhelmina, die in 1885 was opgericht), die in deze drie interlands in 1907 de voorkeur kreeg boven De Korver. Het lukte de Rotterdamse schrijver Janssen uit en De Korver weer in het Nederlands Elftal te schrijven. Op 21 december 1907 kwam De Korver weer terug voor zijn vijfde cap, maar erg gelukkig zal hij van die wedstrijd niet zijn geworden. Nederland werd tegen de Engelse amateurs met 12-2 afgedroogd. Pas in 1913 na zijn 31ste interland nam hij afscheid van Oranje. De legendarische Spartaan was toen recordinternational; pas eind 1925 zou hij aan de kop van het klassement door Harry Denis worden afgelost. Als blijk voor zijn verdiensten werd De Korver benoemd tot erelid van de KNVB. Niet dat hij daar erg van onder de indruk was. Bok de Korver was wars van officiële besognes. Het gejubel in couranten en sporttijdschriften was aan Bok de Korver niet besteed. Hij is in zijn leven vaak geïnterviewd, maar die gezellige vraaggesprekjes ten huize van de wondervoetballer – ‘mevrouw De Korver geeft ons een heerlijk kopje thee’ – hebben in alle gevallen uitgeblonken door weinig zeggende antwoorden van Bok. Hij hield eigenlijk helemaal niet zo van alle aandacht voor zijn persoon. ‘Ik heb fijn gevoetbald, het was een mooie tijd’, zo hield hij het bij voorkeur kort.

Zijn laatste officiële wedstrijd zou de vrije verdediger pas spelen op zijn veertigste. Op 18 maart 1923 werd rivaal Feyenoord met 1-0 verslagen. Bijna had hij die wedstrijd trouwens niet gespeeld. In de zomer van 1922 werd hij geveld door een zware longontsteking. Die had hij waarschijnlijk opgelopen door roken, want hij hield nogal van een sigaretje, ook tijdens de rust van een wedstrijd. De situatie was kritiek, maar hij herstelde wonderbaarlijk. Na zijn carrière bleef De Korver actief bij zijn club; tot 1944 was hij er bestuurslid technische zaken. Ook was hij namens de Liberale Vrijheidsbond lid van de gemeenteraad en werd hij hoofd van de afdeling sport & recreatie van de gemeente Rotterdam. Zoon John speelde ook nog een aantal jaren bij Sparta. Ook hij droeg de aanvoerdersband bij de Kasteelclub, al was al snel duidelijk dat hij nooit in de voetsporen ging treden van zijn illustere vader. John de Korver werd in in 1939 uitgezonden naar Indië, waar hij ging voetballen bij Soerabaja. Tijdens de Tweede Wereldoorlog overleed hij aan malaria, nadat hij was gevangengenomen en als dwangarbeider naar de Birmaspoorlijn werd gestuurd. Bok de Korver overleed in 1957 aan een longontsteking op 74-jarige leeftijd. Na zijn overlijden werden diverse straatnamen, pleinen en clubs naar hem vernoemd. In Amsterdam is een voetbalclub naar De Korver genoemd (BDK = Bok de Korver), in Gouda bevindt zich een plantsoen dat zijn naam draagt en ook een tribune van Het Kasteel draagt zijn naam. De Spartaheld is ook een eeuw na zijn actieve voetbalcarrière nog lang niet vergeten.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
.
.
.

 

Nederland-België (uitslag 3-1). De toss voor de wedstrijd met beide aanvoerders. Links de Belgische aanvoerder en rechts, in witte broek, Bok de Korver van Nederland. Dordrecht, 2 april 1911.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: