HERMAN DE VRIES

Herman de Vries (Alkmaar, 11 juli 1931) is een Nederlands beeldend kunstenaar, die zijn naam zonder hoofdletters spelt om ‘hiërarchieën te vermijden’ te vermijden. Hij gebruikt hoofdzakelijk natuurlijke en gevonden materialen, omdat hij de natuur als onze primaire realiteit beschouwt en deze vaak als document weergeeft, ontdaan van andere betekenissen, om de poëzie van de werkelijkheid te kunnen ontdekken. Herman de Vries volgde in 1949-1951 een opleiding aan de Rijkstuinbouwschool in Hoorn, werkte daarna een tijdje als landarbeider in Frankrijk en trad in 1952 als plantkundige in dienst bij de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen. In 1953 begon hij zich naast zijn werk als plantkundige bezig te houden met het maken van kunst. Zijn vroege werk bestaat onder andere uit collages van gevonden materiaal, zoals een van de muur afscheurde laag posters. Hij gebruikte hiervoor de noemer collages trouvés, verwijzend naar de objets trouvés van Marcel Duchamp. Eind jaren vijftig schilderde hij vaak in witte, grijze en zwarte tonen, een aantal jaren later nog enkel met witte verf. De Vries hoorde in 1961 samen met Armando en Henk Peeters tot de oprichters van het tijdschrift nul = 0 op, de uitgave van de Nul-beweging. Na twee uitgaves viel de redactie echter uiteen en De Vries zet het tijdschrift nog twee nummers alleen voort. Intussen heeft hij zijn baan als plantkundige verruild voor een aanstelling als biologisch onderzoeker aan het Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur (ITBON) in Arnhem. In zijn werk gebruikt hij nu kanswerking als een belangrijk beeldend middel. Dit levert werken met willekeurig geplaatste blokken, stippen en letters op. In 1970 verhuisde De Vries naar het Beierse dorp Eschenau en vanaf deze tijd zijn de natuur en Oosterse filosofieën belangrijke elementen in zijn werk. in de natuur komen bijvoorbeeld tot uitdrukking in werken met gevallen boombladeren of in een verslag van een onderzoek naar planten gevonden op een afgeperkt stuk weiland. In de loop der jaren gaat de verstoorde relatie tussen mens en natuur een steeds grotere plaats innemen. Hij schrijft boeken over kruiden en gewassen; in werken op papier gebruikte hij verschillende soorten aarde als pigment en ook exposeerde hij grassen, geurige rozenblaadjes en planten met een hallucinerende werking. Naast een groot aantal kunstenaarsboeken maakte De Vries ook foto’s, films en tekstwerken. In 1997 werd De Vries betrokken bij de opzet van een Bomenmuseum in de Haagse wijk Wateringse Veld, dat in 2008 officieel werd geopend. Blijkbaar is het ook weer snel gesloten, want ik heb er niets meer over kunnen vinden. Sinds 1976 verzamelt De Vries aarde over de hele wereld. Deze collectie van meer dan zevenduizend grondmonsters is opgenomen in de collectie van het Musée Gassendi in Digne-les-Bains waar deze permanent tentoongesteld wordt als le musée des terres (het aardemuseum). De monsters worden gebruikt voor het maken van uitwrijvingen die – in de woorden van de kunstenaar – “een beeld geven van de visuele rijkdom van de aarde”.

Werk van Herman de Vries bevindt zich onder andere in het Kröller-Müller Museum in Otterlo, Rijksmuseum Twenthe in Enschede, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag, museum Beelden aan Zee Den Haag, museum Voorlinden in Wassenaar, het Stedelijk Museum Schiedam, het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag, het Van Abbemuseum te Eindhoven, en in vele buitenlandse openbare collecties, waaronder de Staatsgalerie Stuttgart, de Bibliothèque nationale de France te Parijs, het Museum of Modern Art in New York, het Victoria and Albert Museum in Londen, de Nationalgalerie Berlin, en het Museo Ideale Leonardo da Vinci in Vinci. Kunstvereniging Diepenheim heeft een collectie buitenprojecten van Herman de Vries: De Tuinen van Diepenheim (vlindertuin, seringentuin en wintertuin) en De Waterlelies (een hommage aan Fechner). In 2015 vertegenwoordigde de inmiddels 84-jarige kunstenaar Nederland op de Biënnale van Venetië met de tentoonstelling, bestaande uit 122 panelen met vondsten (planten, stenen, restanten van menselijke activiteit) die De Vries verzamelde op eilanden in de lagune. Verder bracht hij op het eiland Lazzaretto Vecchio, een voormalige kolonie voor pestlijders, enkele plaquettes met teksten aan en bestempelde hij een deel van het eiland als ‘sanctuarium’, een gebied dat niet voor mensen toegankelijk is en waar de natuur haar gang kan gaan. Er schijnt sinds 2005 een jaarlijkse Elsevier Kunst Top-100 te zijn, waarin de internationaal zichtbare, levende Nederlandse kunstenaars zijn opgenomen. In de lijst van het jaar 2007 steeg De Vries, om voor me onbekende redenen, in één klap van de 96ste naar de 3e plaats. Anno 2019 staat de oude meester op de 16e plaats.


 

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: