ODALISKEN – 026

Jean-Auguste-Dominique Ingres (Montauban, 29 augustus 1780 – Parijs, 14 januari 1867) was een Frans kunstschilder, eentje die behoorde tot de allerbeste schilders aan het begin van de 19e eeuwe en die een grote invloed zou hebben op Franse schilders na hem. Hij kreeg zijn eerste lessen van zijn vader, die schilder-beeldhouwer was. In 1791 ging hij naar de Academie in Toulouse en kwam in 1797 in Parijs bij Jacques-Louis David in de leer, nog zo’n icoon. In 1799 werd hij aangenomen aan de École des Beaux-Arts in Parijs. In 1801 won hij de “Prix de Rome” met het neoclassicistische werk Achilles ontvangt de afgezanten van Agamemnon. Ingres schilderde portretten die sterk afweken van die van zijn leermeester David. Hij streefde naar een voorname houding en een realistische weergave van kleding. In Parijs kreeg zijn werk echter scherpe kritiek, omdat men de scherp omlijnde, precieze schilderwijze waarin de penseelstreken onzichtbaar waren en de verf een vlakke techniek vertoonde, ‘gotisch’ vond. De critici beperkte hun commentaar echter niet tot hun commentaar op de werken, maar nog scherper vielen ze de persoon Ingres aan. Blijkbaar was Ingres uiterst impopulair binnen de artistieke Parijse wereld. De sterkste tegenstander was de kunstcriticus Théophile Silvestre (Fossat 1823 – Parijs 1876), die Ingres in een van zijn boeken als volgt omschreef: ‘M. Ingres is een corpulente grijsaard, vijfenzeventig jaar oud, gedrongen en verlopen; met een vulgair uiterlijk dat verbazingwekkend contrasteert met de gekunstelde elegantie van zijn werken en zijn Olympische ambities; wie hem ziet langslopen, zou hem misschien houden voor een rentenier die zich uit zijn zaken heeft teruggetrokken, of voor een Spaanse pastoor in burger: een donkere huidskleur, opvliegend; zwarte, levendige, wantrouwige, toornige blik; dunne, gefronste wenkbrauwen; een smal voorhoofd dat terugwijkt tot het topje van zijn schedel, die taps toeloopt, als een kegel; kort dik haar, ooit pikzwart, nu grijs, in twee helften verdeeld, zoals bij vrouwen; grote oren, kloppende aderen op de slapen; een prominente neus, enigszins gebogen en ogenschijnlijk kort, dankzij de afstand die hem scheidt van zijn mond; gespierde hangwangen, ver vooruitstekende kin en jukbeenderen, hoekige kaak, dikke pruillippen.’ Er waren echter genoeg critici die zijn werk bewonderde, dus kon Jean-Auguste-Dominique Ingres volharden in zijn eigen stijl die doortrokken was van romantische fantasieën. Zijn schilderijen hadden steeds dezelfde voluptueuze, erotische sensualiteit, die met uiterst geraffineerde belijningen en vaak in heldere, felle kleuren tot uiting wordt gebracht. De dames in zijn werken dragen vaak gouden kettingen die de weelderige, gevulde schouders en armen accentueren.Hij bestuurde vooral de werken van de renaissanceschilder Rafaël vanaf 1806, toen hij lange tijd in Italië verbleef. Hier schilderde hij ook het thema dat hij nog veelvuldig zou schilderen: baadsters op de rug gezien. Bekend zijn vooral Odalisque (1814) en één van zijn laatste werken: Het Turkse bad (1862).

La grande odalisque is een schilderij uit 1814, dus uit het begin van de carrière van Ingres. Het schilderen van odalisken was op dat moment in opkomst, als een toegestane vorm van erotiserende kunst in een door aseksuele christelijke waarden gedomineerde samenleving. In opdracht van Carolina Bonaparte, de zus van Napoleon, schilderde Ingres in 1813-1814 twee bij elkaar horende naakten, waarvan La grande odalisque er een was. De pendant van het werk, met een slapende vrouw, ging echter verloren tijdens de ineenstorting van Napoleons rijk. Ingres schilderde La grande odalisque in Rome, waar hij toen grote bekendheid had. Hij liet zich vooral inspireren door het portret Madame Récamier (1800) van zijn leermeester Jacques-Louis David (hiernaast). De naakte odalisk werd ruggelings geportretteerd terwijl ze over haar schouders kijkt. Deze odalisk was nog conform het toenmalige schoonheidsideaal: vrouwen moesten nog slank zijn. Later in de negentiende eeuw zouden de odalisken in de schilderkunst voluptueuzer worden. Hij schildert het werk met opvallend veel aandacht voor de lijnvoering en ogenschijnlijk veel minder voor kleur. De ornamenten en ook het haar kennen een hoge mate van detaillering. De fijne sporen van de wierookbrander rechts zijn zo natuurgetrouw weergegeven dat de lucht bijna uit het schilderij lijkt op te stijgen. De textuur van de rijke stoffen is dusdanig geschilderd dat ze bijna voelbaar wordt. Critici wijzen erop dat Ingres zeer bewust ‘speelde’ met het realisme van het schilderij. Hij bracht bijvoorbeeld wat anatomische aanpassingen aan, zoals een vreemde verlenging van de ruggengraat die duidelijk enkele wervels te veel heeft. Verder ligt vooral het linkerbaan in een stand die geen enkel model lang kan volhouden. De houding lijkt daardoor stijf en gekunsteld. Verder suggereert de schilder een oosterse sfeer, maar ook dat is bedrieglijk. De pauwenveren in haar hand, de fluwelen kussens, het gordijn, de sieraden, het kapsel en de hoofddoek, alles lijkt exotisch en typisch oosters maar zijn het geen van allen. De vrouw zou evengoed een Franse gezelschapsdame kunnen zijn die zich omringd heeft met oriëntaals ogende spulletjes. Als meest typerend voor het schilderij is in de loop der tijd de ongenaakbare afstandelijkheid van de odalisk gaan gelden. Ze ligt met haar lichaam afgewend en ziet de kijker van over haar schouder recht in de ogen. Haar blik lijkt iets mysterieus te hebben maar is ontdaan van alle warmte. Dat effect wordt nog versterkt door de donkere achtergrond en de koele kleuren van de stof en accessoires. Haar hooghartige houding is sceptisch, enigszins afwachtend. Ze legt een zelfbewustzijn aan de dag dat in die dagen nog verre van vanzelfsprekend was voor vrouwen. La grande odalisque werd voor het eerst tentoongesteld op de Parijse salon van 1819 en baarde daar veel opzien. Er was vooral veel negatieve kritiek op de naar maniërisme neigende vertekeningen van het vrouwelijke figuur. De aanvankelijk afwijzende houding kan echter zeker ook in verband worden gebracht met de zelfverzekerde uitstraling van het model en een zekere kilheid, die onbewust moet hebben afgeschrikt.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: