DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (10)

DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS
De onbekende kant van de gezondheidszorg
Verhalen met en over dokters
(deel 10)

door
JOEP SCHOLTEN
.
.
.
.
.
(deel 1) (deel 2) (deel 3) (deel 4) (deel 5) (deel 6) (deel 7) (deel 8) (deel 9)


4. Money money (Liza Minelli, Joel Grey)
deel 1

Geld gedraagt zich binnen de medische stand als vreemdelingenhaat bij nette mensen. Daar loop je niet mee te koop. Slechts onder gelijkgezinden valt die gêne weg. Op websites, speciaal voor huisartsen, zie je dan ook dat vooral geld het thema is waarvoor men in de pen klimt. Alles passeert: achterblijvende tariefaanpassing, het schijntje voor de ANW-dienst (avond-, nacht- en weekenddienst), de vergoeding per verrichting of voor ICT-investeringen. Ook bij artsen lijkt het erop dat bij het reageren via internet elk gezond gevoel voor schaamte verdampt. Daar ook krijg je zicht op de vreemde positie waarin vooral huisartsen zich hebben gemanoeuvreerd. Hoewel ze zich ondernemer noemen, lijkt hun gedrag eerder op dat van ambtenaren die het allemaal overkomt. Ondertussen verkruimelt het zorgvuldig gekoesterde imago van de onbaatzuchtige zorgverlener. Soms krijg je de indruk dat patiënten in dit verhaal nog slechts een gemarginaliseerd verschijnsel zijn. In plaats daarvan regeert Money Money.

En toch kun je nog bijna de tijd aanraken dat een huisarts zich beledigd voelde, zodra je een toespeling maakte op zijn verdiensten of hem een idee aan de hand deed waarmee hij zijn concurrentiepositie kon verbeteren.
‘Ik ben arts.’
Sommigen spuugden dit bijna letterlijk in je gezicht. Daarmee een soort heiligheid suggererend, die voor een normaal mens, hoog of laag, onbereikbaar bleef. In dit zorgvuldig gestileerde sprookje figureerde als vanzelf ook een grote boze wolf. Bijna automatisch werd die rol toebedeeld aan de farmaceutische industrie. In sommige jaren-zeventig-kringen keek men vol minachting neer op de pillenmaffia. Zij wel … schaamteloos winstcijfers presenteren gebaseerd op patiëntenleed.

Als artsenbezoeker kwam ik er snel achter dat er artsen waren die de antipathie jegens de farmaceutische industrie tot hun academische bagage rekenden. Sommige universiteiten dompelden hun studenten er letterlijk in onder. Slechts drie zinnen had je nodig en je wist waar ze gestudeerd hadden. Niet veel later leerde ik het zelfs aflezen van een oogopslag. Al snel leek de wederzijdse irritatie de bepalende factor in een dergelijk gesprek. Gelukkig had ik een mooi voorbeeld hoe het beter kon. Mijn eerste chef bleek een zeer erudiete man met grote verbale gaven. Als voormalig stuurman op de grote vaart had hij de grote werken uit de wetenschapsliteratuur verslonden. Een onwaarschijnlijk breed kennisterrein was het gevolg en daarvan liet hij me profiteren. Hij wees me onder anderen op The Origin of Species. ‘Er zijn er,’ zei hij met een lichte spot in zijn ogen, ‘die zelfs na lezing van dat boek Onze Lieve Heer nog aanzien voor de allesbepalende Willie Wortel’. Ook ik besloot te gaan lezen. Het bleek het meest efficiënte bepalende middel om je te wapenen tegen waanzin. Bovendien kreeg ik er ammunitie aangereikt als de hypocrisie van gesprekspartner te ver doorschoot. Zoals bij die apotheker.

money 1Hij kocht scherp geneesmiddelen in, deed al aan generieke substitutie toen dat nog amper gangbaar was en feitelijk inging tegen wat er letterlijk in de wet stond. Maar goed, artsen klaagden nauwelijks en de meeste patiënten hadden geen flauw benul. Alleen de fabrikanten die zelf geneesmiddelen ontwikkelen, verloren omzet. Tegenwoordig een volledig geaccepteerd gegeven, want generiek wordt nu vooral door zorgverzekeraars afgedwongen. Voor de innoverende farmaceutische industrie rest maar één ding: nieuwe producten ontwikkelen en die zo goed mogelijk op de markt brengen.
Door toeval werkte ik altijd bij innoverende bedrijven en het is daar een goede gewoonte om bij de introductie van een nieuw product ook de apotheker te informeren. Daarom meld ik mijnheer Van de B, apotheker in een splinternieuwe stadswijk, zo’n oord waar geluk lijkt voorgekookt in eindeloze rijen eenheidsworst. Verder dan de balie kom ik niet. Met zichtbare tegenzin staat mijnheer Van de B. mij te woord. Hij weet het allemaal al, is zijn reactie. Nee, hij heeft geen zin in al die onderzoeken. Toch allemaal één pot nat. Wanneer ik daarover mijn verbazing uitspreek en hem ook nog betrap op een onwetendheid, raakt hij geïrriteerd. ‘Ach mijnheer,’ klinkt het badinerend, ‘eigenlijk wil ik helemaal niet met u praten. Met de farmaceutische industrie wil ik feitelijk niets van doen hebben.’
Voor een moment ben ik weer dat kleine rotjochie met al vroeg een fijne neus voor hypocrisie. Uit die tijd herinner ik me de opkomende woede om mijn verbale onvermogen, hoe dat mijn keel langzaam dichtkneep. Maar dat is alweer een tijd geleden. In plaats van korte broek draagt hij nu een pantalon en heb ik geleerd zijn boosheid te stileren in vileine replieken. De choreografie daarbij mag je zeker niet onderschatten. Dus buig ik langzaam maar nadrukkelijk over zijn toonbank. Zoiets kan dreigend overkomen en daarvan ben ik me bewust. Terwijl ik een draai maak richting zijn winkel wijs ik één voor één met mijn vinger naar de kasten die geluidloos uit en in muren schuiven. Allemaal gevuld met voorverpakte geneesmiddelen. Daarna kijk ik hem aan en zeg: ‘Hoeveel capsules, pillen, poeders en crèmes maakt u daarvan nog zelf? U hoeft niets te zeggen, mijnheer van de B, we weten allebei het antwoord. Niet één! U koopt ze in bij de innoverende farmaceutische bedrijven of, zodra het patent eraf is, van de generiekboer. Vijf jaar studie en dan mag je jezelf apotheker noemen. Klaar om doosjes te schuiven en klaar voor het grote geld… Mijnheer Van de B. misschien is het een teleurstelling, maar ik kom niet praten over geld. Ik wil u slechts informeren over een nieuw geneesmiddel. Dat doe ik opdat u uw klanten adequaat kunt voorlichten. Wij willen graag dat de patiënten het op de juiste manier gebruiken. U toch ook? Kijk, mijnheer Van de B., daar ligt ons gemeenschappelijk belang. Wij ontwikkelen en maken het geneesmiddel en u zorgt voor de distributie. Eigenlijk kunnen we niet zonder elkaar. Plat gezegd, zijn we tot elkaar veroordeeld: U en ik, wij eten ervan.’
Ik zie hoe hij naar adem hapt. Verontwaardigd krast hij ten slotte: ‘Dit is de ergste belediging die iemand mij ooit gemaakt heeft.’
Ik ben er klaar mee, pak mijn spullen en bij de deur roep ik: ‘Bedankt, mijnheer Van de B., voor vandaag kan niemand me nog een mooier compliment maken.’

Een verhaal als hierboven doet het goed bij huisartsen. In hun geklaag over achterblijvende vergoedingen is afgeven op de tarieven van specialisten en vooral de verdiensten van apothekers een vast onderdeel. Ondertussen houden ze ook elkaar nauwlettend in de gaten. Want o wee…
Een nietsvermoedende jonge arts in een groot dorp overkomt het volgende. Hij heeft net een praktijk overgenomen en om zijn patiënten op de hoogte te brengen over zijn aanstaande afwezigheid, plaatst hij de volgende advertentie in het plaatselijke huis-aan-huisblad: Wegens nascholing is de praktijk de komende week gesloten.
Terug van die nascholing proeft hij een vreemde sfeer tijdens het wekelijkse overleg met zijn collega’s. Nee, er valt geen onvertogen woord, maar er broeit iets. Eindelijk komt het hoge woord eruit: de annonce in het plaatselijke blaadje. In de toevoeging Wegens nascholing proefden ze verkapte reclame. De amices zijn not amused.

Dit item was geplaatst door Muis.

One thought on “DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (10)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: