DE DRIE GRATIËN – 035

Ossip Zadkine (Vitebsk, 14 juli 1890 – Parijs, 25 november 1967) was een Franse beeldend kunstenaar van Wit-Russische komaf. Hij is vooral bekend geworden als beeldhouwer, maar hij laat ook een belangrijk oeuvre na van gouaches en litho’s. In Nederland is hij vooral bekend van het beeld De Verwoeste Stad in Rotterdam, een icoon voor het bombardement op de stad in mei 1940. Zadkine had een Joodse vader die docent klassieke talen in Smolensk was en een Schotse moeder. In 1905 stuurde zijn ouders de vijftienjarige Ossip naar Engeland, waar hij vanaf 1908 onder meer lessen volgde aan de Arts and Crafts School in Londen. In oktober 1909 vestigde hij zich in Parijs, maar hij werd opgenomen in de kunstenaarsgroep met Fernand Léger, Alexander Archipenko, Marc Chagall en Amedeo Modigliani. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als vrijwilliger in het Franse leger als soldaat-brancardier. Eind 1917 raakte hij bij een gasaanval gewond. Rond 1918 verkreeg hij de Franse nationaliteit en in 1920 huwde hij de kunstenares Valentine Prax. In 1928 verhuisden zij naar de Rue d’Assas 100, waar Zadkine beschikte over een atelier en een tuin. Er is nu het Musée Zadkine gevestigd. Ook in het Franse Les Arques in het département du Lot, waar Zadkine een zomerverblijf had, bevindt zich een Zadkine-museum met enkele van zijn werken. In de crypte van het Romaanse kerkje tegenover dit museum staat een Piëta van Zadkine. Vanaf 1918 werd zijn werk sterk beïnvloed door het kubisme, waarvan hij na 1926 langzaam wat afstand nam om een geheel eigen stijl te ontwikkelen die werd geïnspireerd door de primitieve kunst.

In 1941 vluchtte Zadkine op advies van Amerikaanse vrienden (zonder echtgenote, wel met een visum voor Spanje) vanuit Lissabon naar de Verenigde Staten. Prax bleef in Parijs en werd na de oorlog de grote inspirator achter de carrière van Zadkine en degene die zorgde dat beide musea ontstonden na Zadkine’s dood. Hij bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in New York, waar hij een eigen atelier had, met  andere ballingen (Fernand Léger, Max Ernst en Marc Chagall) aan diverse tentoonstellingen meedeed en diverse beeldhouwlessen gaf. In 1946 keerde Zadkine terug naar Parijs, waar hij The Ossip Zadkine Studio of Modern Sculpture and Drawing opende, die vooral was gericht op Amerikaanse studenten. In 1947 betrok hij weer zijn atelier aan de Rue d’Assas en ging lesgeven aan de Académie de la Grande Chaumière. Honderden kunstenaars kregen daar les van hem, waaronder in 1957 Jan Wolkers. Ossip Zadkine stierf eind 1967 op 77-jarige leeftijd in Parijs en werd er begraven op de Cimetière du Montparnasse.

In Nederland bevindt zich, naast het overbekende werk van hem in Rotterdam, werk van Zadkine in musea in Zwolle (De Fundatie), Eindhoven (Van Abbemuseum), Scheveningen (Museum Beelden aan Zee), Otterloo (Kröller-Müller Museum), Amstelveen (Museum Jan van der Togt) en Apeldoorn. De Apeldoornse burgemeester Des Tombe, burgemeester van de stad van 1946 tot 1972), liet in 1963 voor een bedrag van (omgerekend) 30.000 euro het beeld De Drie Gratiën kopen. Het beeld van de drie dochters van Zeus, die respectievelijk schoonheid, vreugde en scheppingskracht brengen, werd in 1964 geplaatst aan de Moeflonstraat gestaan, bij een klein stadspark. Daar bleef het staan tot in 2008 een aantal vandalen het beeld van de sokkel trokken. Toen werd de tijd rijp geacht het kostbare beeld te beveiligen tegen lieden de de waarde van kunst niet inzien en beelden van wereldfaam graag voor de prijs van brons stelen. De Drie Gratiën werden naar binnen gebracht en staat sindsdien in de binnentuin van museum CODA, filmhuis Gigant en het kunstencentrum Markant. Op de plaats waar het beeld eerder in de publieke ruimte stond, werd in 2008 een nieuw beeld geplaatst: Trittai van de Apeldoornse kunstenaar Hieke Luik (1958). Het is ook geïnspireerd op het mythologische verhaal van De Drie Gratiën.

 

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: