HOE OM TE GAAN MET BAUDET

Hendrik Adams (Gasselternijveen, 24 juli 1900 – Velp, 23 december 1980) was een Nederlands landbouwkundige en politicus, die heel kort voor de Boerenpartij in de Eerste Kamer heeft gezeten. Adams, de zoon van de burgemeester van Gasselte, was afgestudeerd aan de Landbouwhogeschool Wageningen en werkte daarna onder meer als rijkspluimveeconsulent voor de provincies Drente en Overijssel en leraar aan de rijkslandbouwwinterschool in Emmen. In de Tweede Wereldoorlog was hij medewerker van het antisemitische sensatieblad De Misthoorn, dat verscheen tussen februari 1937 en september 1942. Het wordt allerwegen gezien als het meest virulente antisemitische scheldperiodiek dat ooit in Nederland verscheen. De Misthoorn trachtte een imitatie te zijn van het Duitse antisemitische scheldblad Der Stürmer; het blad verscheen twee keer per maand, later wekelijks. Op 22 augustus 1940 verklaarde Fritz Schmidt, Generalkommissar zur besonderen Verwendung, dat De Misthoorn stevig gesteund en vergroot diende te worden. Het verscheen sindsdien in een oplage van 20.000 exemplaren, maar het telde weinig abonnees. Het grootste deel van de oplage werd gratis verspreid. Tot medio 1941 ontving De Misthoorn fl. 40.000 (wat vandaag zo’n 3 ton zou zijn) aan financiële steun van Schmidt. Vanaf begin 1942 werd het blad steeds meer de spreekbuis van de Nederlandsche SS en was daarna het middelpunt van de ideologische strijd binnen de nationaalsocialistische beweging, tussen de NSB en Nederlandse SS. In deze strijd, de zogenaamde Misthoorn-affaire, wist de NSB aan het langste eind te trekken. Op aandringen van de NSB werd het blad door de bezettingsautoriteiten verboden. Het laatste nummer verscheen op 26 september 1942. In dat blad had Hendrik Adams een artikel geschreven, waarin hij onder meer schreef over ‘kromneuzige leiders, die ons volk doelbewust offerden op het altaar van de Engels-Joodsche belang’. Adams was ook lid van de aan de SS gelieerde organisatie Saxo-Frisia, een volkenkundige stichting die in januari 1941 werd opgericht door de Groninger hoogleraar oudgermanistiek J.M.N. Kapteyn en tot doel had naspeuringen te doen naar de oorsprong van de ‘Dietse geest’. De stichting had een duidelijk politiek en ideologisch doel. De stichting viel vanaf de oprichting onder toezicht van Der Vaderen Erfdeel, ook wel Volksche Werkgemeenschap genaamd, en was daarmee automatisch ondergeschikt aan de SS-organisatie Ahnenerbe. Vanaf november 1941 viel de stichting onder rechtstreeks gezag van Henk Feldmeijer, de leider van de Nederlandsche SS. Toen Kapteyn na Dolle Dinsdag schielijk Nederland verliet, kwam er een einde aan het bestaan van de stichting. Hendrik Adams werd  na de bevrijding veroordeeld voor collaboratie en verloor voor tien jaar het kiesrecht.

Deze Adams verscheen echter in 1966 opnieuw op het politieke toneel. Op 20 september 1966 werd hij door de Boerenpartij als senator afgevaardigd. Dit leidde vrijwel onmiddellijk tot een conflict met VVD-collega Jan Baas. Baas was gedurende de oorlog ook leraar geweest op de Rijkslandbouwwinterschool in Emmen en was nog prima op de hoogte van de nationaalsocialistische ideeën van de senator van de Boerenpartij.Direct nadat Adams was geïnstalleerd als Eerste Kamerlid voor de Boerenpartij vroeg Jan Baas het woord aan Kamervoorzitter Mazure. `Voor een persoonlijk feit’, zoals dat in het jargon heette. In zijn betoog voor een voltallige Eerste Kamer lichtte Baas het doopceel van Hendrik Adams. Baas legde de Kamer uit waarom hij het Kamerlidmaatschap van zijn voormalige collega niet kon accepteren. Hij memoreerde onder meer dat tijdens een lerarenvergadering te Emmen een debat was ontstaan over de politieke ideeën van Adams, waarna Adams Baas de woorden toevoegde: `Ik, Adams, zal ervoor zorgen, dat jij zo spoedig mogelijk wordt gedeporteerd.’ Baas sprak zijn verontrusting erover uit dat deze Hendrik Adams nu weer als volksvertegenwoordiger kon optreden en liet weten dat Adams niet op zijn collegiale omgang kon rekenen. Na afloop van de vergadering stormde Adams briesend de koffiekamer van de Eerste kamer binnen en ging op Baas af, onder de woorden ‘Jij, smerige proleet…’ en meer van dat fraais. Baas voelde zich ernstig bedreigd en gaf Adams onmiddellijk een vuistslag. `Want’ zo verklaarde Baas later, `waar vuur is moet je meteen blussen’. De ruzie eindigde met een vuistslag van Baas en een blauw oog voor Adams. De Kamerleden van de andere partijen steunden Baas en stelden dat collegiale samenwerking met Adams onder deze omstandigheden niet mogelijk was. Korte tijd later, in oktober 1966, trok Adams ‘als gevolg van de onwaardige en onwettige bejegening tegen hem’ zich terug als senator.

De dagen daarna was de affaire-Adams voorpaginanieuws en kwamen steeds meer nieuwsfeiten over de rol van Adams in de oorlog boven tafel. Twee weken later, op 4 oktober 1966, mocht Adams zich in de Eerste Kamer verdedigen. Hij verklaarde nooit verraad te hebben gepleegd en zag de aanval van Baas als een hetze tegen de Boerenpartij. De woordvoerders van de andere fracties gaven aan dat van enige samenwerking met Adams geen sprake kon zijn. Op 7 oktober 1966 deelde boer Koekoek tijdens een partijvergadering van de Boerenpartij in Assen omfloerst mee dat Hendrik Adams zich zou terugtrekken uit de Eerste Kamer, op grond van een onwettige en onwaardige bejegening in een vijandige sfeer. Al snel bleek echter dat ook vertegenwoordigers van de Boerenpartij in verschillende gemeenteraden van nationaalsocialistische sympathieën werden beschuldigd. Het leidde tot flinke beroering in de partij, temeer omdat Koekoek tegen de mening van veel leden Adams bleef verdedigen. Veel partijleden zegden hun lidmaatschap op, anderen probeerden een ‘zuivering’ onder het ledenbestand door te voeren en te komen tot een verbetering van de interne partijdemocratie. Koekoek wist deze aanval op het ondemocratische karakter van de partij echter te weerstaan. Een groep prominente leden richten toen het actiecomité Noodraad op. Op 11 oktober 1966 werden de leden van Noodraad geroyeerd, op 24 oktober 1966 werd de partij Noodraad opgericht die bij de verkiezing van 1967 iets minder dan 500 stemmen tekort kwam voor een Kamerzetel. Hierna werd van de partij niets meer vernomen. Enkele partijleden zijn later te vinden bij andere kleine rechtse partijen zoals Binding Rechts dat in 1971 aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer deelnam. De partij kwam voort uit een scheuring binnen de Boerenpartij in 1968, die als Groep Harmsen verder gingen. Binding Rechts, een partij met een uitgesproken rechtse signatuur (lijsttrekker Harmsen verdedigde bijvoorbeeld het apartheidsregime in Zuid-Afrika), haalde geen zetel en hun rol was verder uitgespeeld. Vele sympathisanten van Binding Rechts waren later betrokken bij andere (extreem-)rechtse groeperingen als de Centrumpartij, waarvan in recente jaren de leden/stemmers opduiken bij de PVV, de partij van Baudet en rechtse boerenorganisaties. Alleen sluiten de liberale en christelijke partijen niet langer de rijen tegen deze rechts-radicale groeperingen, laat staan dat ze een welverdiende kaakslag uitdelen aan Baudet (of Wilders, dat mag ook).

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: