EEN ONAANGENAAM MENS IN DE HAARLEMMERHOUT (5)

HILDEBRAND – CAMERA OBSCURA (11)
EERDERE AFLEVERINGEN

En zo was het telkens, tot grote ergernis van Boerhave, die evenwel nog al aardig vrijliep, maar wiens horlogesnoer ijselijk door Nurks gefixeerd werd, zodat hij alle ogenblikken dacht dat er iets op komen zou, en eindelijk dan ook zijn rok maar toeknoopte. Ik herinner mij nog slechts twee onaangenaamheden, die Nurks mijn goeden medicus deed doorstaan, doch die even als de aangehaalde zich alleen bij het physionomisch hatelijke bepaalden. De ene was deze. Wij spraken over de ongelukken, die men met zwemmen kan krijgen. Op een warmen zomerse dag is ’t een wellust om over water te handelen. Boerhave verhaalde een treffend geval van schitterende zelfopoffering in een zwemmer, buitengewoon genoeg om al de erepenningen der Maatschappij tot Nut enz. te verdienen, indien deze ’t niet tot regel gesteld had, alleen dezulken te beloonen die niet-zwemmen kunnen, maar althans buitengewoon genoeg om een steenkoud hart te doen ontgloeien. Nurks evenwel hoorde het met de volmaaktste onverschilligheid aan en nam zelfs onder ’t verhaal allerlei bijzaken waar. Nu eens, bijvoorbeeld, scheen hij zich met de borst toe te leggen op het vormen van kunstige kringen van tabaksrook; dan weder blies hij, volmaakt in de houding van] iemand die volstrekt niets anders te doen heeft, de sigarenas van zijn knie, en zelfs van de tafel; dan weder scheen hij al zijn aandacht en belangstelling te wijden aan zijn altijd nog ziekelijke halsboord, die nog telkens nieuwe aanvallen van flauwte had; welke veelzijdigheid van oefening mijn opgewonden vriend, die van geestverrukking gloeide, op den duur weinig streelde.

onaangenaam mens 5Hij trof het even ongelukkig met het verhalen van een splinternieuwe anecdote van drie Leidenaars, waar ik met mijn hele familie den vorige avond tot schreiens toe om gelachen had, met groot gevaar van in ons warm brood te stikken, maar die totaal schipbreuk leed op de stalen onbuigzaamheid van mijn heer en neef, die ditmaal in een ander uiterste viel, en zeer geduldig en ingespannen zat te luisteren, ja zelfs zoo geduldig en ingespannen, dat het hem scheen te treffen dat het verhaal waarlijk uit was, en hij nog altijd op het slot en de aardigheid zat te wachten, die, indien men zijn gezicht had willen geloven, nog immer komen moesten. Mij is niettemin van goederhand verzekerd, dat opgemelde neef èn de edelmoedige mensenredding èn het geval der drie Leidenaars, nog dien zelfde avond, met zichtbare blijken van zelfbehagen heeft medegedeeld op de diligence; gelijk hij ze ook beiden des anderen daags wist te pas te brengen op Doctrina, aan zijn tafel, en in de Munt, en in den loop van de week te pas te jagen op twee concerten en in vijf koffiehuizen (zodat ik met grond onderstel dat hij er nu] de harten der liplappen en der blauwen in de West mee verkwikt); en al wie de eerste niet ‘verbazend’ en de laatste niet ‘om te schreeuwen’ vond, wist] hij ogenblikkelijk iets stekeligs te zeggen op het gevoelig punt van bakkebaarden en stropdassen.

Er kwam muziek. Drie dames met lange reticules en opmerkelijk door rode linten op de muts, oranje tissu’s om den hals en voorschoten met diepe zakken met schuifjes. Een brede sproeterige Saffo met een hoge sproeterige harp in het midden, en twee tanige vrouwen, die met handen vol diamanten, die een sterken familietrek van glas hadden, op de viool speelden. ‘Drie poetjes van gratietjes,’ zei Nurks lachende, en luid genoeg om een lange procureursklerk mee te doen lachen, die veel verder van hem af was dan de gratietjes in quaestie. Het snarenspel begon. Nurks stopte van tijd tot tijd den vinger in de oren, dat toch niet opwekkelijk wezen kon voor drie kunstenaressen, die ook wel wisten dat het zoo heel mooi niet was, en ook niets verder bejaagden dan een dubbeltje of een stuiver van elk der toehoorders, en een weinigje geduld. De violen hielden met een fikse kras op, en de harpspeelster hief, met een enigszins schorre stem, en juist voor de drieëntwintigste maal op dien gedenkwaardige morgen, het toen even zo min als nu nieuwe, maar altijd slepende Fleu-ve du-Ta-ge! aan.

Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: