DE DRIE GRATIËN – 036

De Romeinse familie Borghese bezat destijds een enorme en vooral prachtige collectie van ongeveer 2.200 meesterwerken. Oorspronkelijk was Scipione Borghese, de neef van paus Paulus V, met de collectie begonnen, daarbij ondersteund door Ennio Quirino Visconti die destijds bekend was als de meest deskundige antiekhandelaar.De Borghese-familie kwam oorspronkelijk uit Siena, maar in de 16e eeuw verhuisde de familie naar Rome. In 1605 werd Camillo Borghese verkozen tot paus Paulus V. Hij was een grote aanhanger van het nepotisme. Zo benoemde hij bijvoorbeeld een neefje tot prins van Vivero, waardoor de familie steeds meer groeide in macht en rijkdom. Bij het huwelijk tussen Paulo Borghese en Olimpia Aldobrandini in 1614 eiste de familie de naam en rijkdommen van de Aldobrandini op. Na lange rechtszaken kregen zij uiteindelijk in 1769 gelijk. De Galleria Borghese in Rome herbergt ook vandaag nog de kunstvoorwerpen die in de loop der tijd verzameld werden door de familie. In 1775 renoveerden prins Marcantonio IV Borghese en de architect Antonio Asprucci de woning en het park Villa Borghese. De huidige Galleria werd in 1613 voor de familie Borghese ontworpen door architect Flaminio Ponzio met als voornaamste doel er de alsmaar groeiende kunstcollectie onder te brengen. Sommige Borgheses aarzelden niet om hun macht te misbruiken en op een oneerlijke manier bepaalde kunstwerken waarop ze hun oog hadden laten vallen toch te verwerven.

Een groot deel ervan is in Rome in de Galleria Borghese nog steeds de bezichtigen. Een niet onbelangrijk deel van de collectie verhuisde echter in 1807 naar het Louvre in Parijs. Dat deel van de collectie werd onder zachte dwang ‘verkocht’ aan Napoleon Bonaparte. Het was zijn zus Pauline die verantwoordelijk was voor de opsplitsing van de kunstcollectie. Pauline Bonaparte was naar verluidt een mooie, maar nogal wilde en vrijgevochten vrouw. Ze bedroog haar eerste echtgenoot met verschillende mannen, maar stond hem wel bij op zijn sterfbed. Op 6 november 1803 hertrouwde ze met prins Camillo Borghese en trok met hem naar Rome. Na hun huwelijk kocht Napoleon voor de zeer schappelijke prijs van 13 miljoen frank een gedeelte van de kunstcollectie van de Borgheses. Naar verluidt werd dat bedrag uiteindelijk zelfs nooit betaald, maar de werken waren verdwenen en bleven voorgoed in Frankrijk. Napoleon Bonaparte kon de beelden en andere kunstvoorwerpen uit Rome immers goed gebruiken voor het Louvre, dat op 10 augustus 1793 was geopend als museum. Het is pas onder Napoleon Bonaparte, die dankzij zijn veldtochten veel kunst buit maakte, dat de aanzet wordt gegeven tot wat het Louvre nu is. Deze Borghese-collectie in het Louvre vormden de kern en de feitelijke start van de archeologische collectie van het Louvre Museum. In totaal ontving Napoleon uit Rome 685 kunstvoorwerpen (beelden, vazen en reliëfs): 154 levensgrote standbeelden, 170 reliëfs, 160 bustes, 30 antieke zuilen en nog wat kleinere kunstschatten. In 2012 zijn daarvan, na lang soebatten, 65 werken tijdelijk naar Rome teruggekeerd en voor een tentoonstelling weer toegevoegd aan de oorspronkelijke collectie. Het ging daarbij vooral om kopieën van Griekse originelen.

Een van beelden die naar Parijs verhuisden was dit beeld van De Drie Gratiën, een Romeinse kopie van een onbekende meester uit de tweede eeuw. Het is gemaakt naar een Grieks voorbeeld (1.19 meter hoog, 85 cm. breed). In 1609 werd het voor kardinaal Borghese gerestaureerd door de Franse beeldhouwer en schilder Nicolas Cordier (1565-1612). Cordier werkte bijna zijn gehele leven alleen maar in Rome, waar hij bekend was onder zijn bijnaam ‘il Franciosino’ ofwel ‘de kleine Fransman’.  Als beeldhouwer maakte hij vooral religieus gerichte werken en had hij aan de katholieke kerk een dankbare opdrachtgever. In verschillende kerken in de Italiaanse hoofdstad zijn nog beelden van hem te bewonderen.

Hoe het afliep met Pauline Bonaparte? Als Paolina Borghese werd ze door de beeldhouwer Antonio Canova in een beroemde sculptuur als naakte Venus vereeuwigd. Het beeld is tot vandaag een van de pronkstukken van het Louvre. Haar man Camillo bewaarde het een hele tijd achter slot en grendel omdat hij niet wilde dat iemand zijn naakte vrouw zou zien. Na hun scheiding maakte Pauline zelf bezwaren tegen het vertonen van het beeld. Zij was haar nieuwe man Camillo Borghese al gauw beu. Ze liet hem achter in Rome en keerde terug naar Parijs waar haar losbandig gedrag het ene schandaaltje na het andere veroorzaakte. In 1806 ontving ze de titel van hertogin van Parma en Guastalla en in 1808 werd ze gouvernante-generaal van Piemonte. Omwille van haar oneerbiedige gedrag tegenover Napoleons tweede echtgenote Marie Louise van Oostenrijk, werd Pauline in 1810 van het hof in Parijs verwijderd. Toch vergezelde zij Napoleon in 1814 samen met haar moeder Maria Laetitia Ramolino naar Elba en zou ze hem in 1815 zelfs naar Sint-Helena hebben willen vergezellen. Sinds 1815 leefde ze effectief gescheiden van haar echtgenoot. Ze stierf in 1825 op 45-jarige leeftijd in Florence aan de gevolgen van syfilis. Zij is begraven in de Borghese-crypte in de Santa Maria Maggiore in Rome.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: