GEORGES-EMILE LEBARQ

Georges-Émile Lebacq (Jemappes, 26 september 1876 – Brugge, 4 augustus 1950) was een Belgisch impressionistisch en postimpressionistisch kunstschilder. Hij begon in 1896 met het schilderen van voornamelijk portretten. Deze zeldzame doeken bevinden zich in het Musée des Beaux-Arts (BAM) van Bergen, België. Hij publiceerde in die periode ook in het jonge tijdschrift Le Coq Rouge, een symbolistisch tijdschrift van de militante schrijver Hubert Krains en dichter-schrijver Emile Verhaeren. Via dit tijdschrift maakte hij kennis met enkele vooraanstaande schrijver, zoals Maurice Maerlinck, en met de schilder James Ensor. In 1899 was Lebacq betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Le Thyrse in Brussel, waarvoor hij lid was van het redactiecomité en artikelen schreef over schilderkunst en gedichten. Ook via dit tijdschrift maakte hij kennis met vele schrijvers, dichters, schilders en politici. Na een tijd geaarzeld te hebben tussen een schrijvers- en dichtersloopbaan en die van schilder, verliet Lebacq in 1907 Le Thyrse om zich op 31-jarige leeftijd volledig te wijden aan de schilderkunst. Na zijn klassieke portretten uit de eerste periode ging hij vanaf 1907 steeds meer impressionistisch schilderen. Hij reisde samen met zijn vrouw en kinderen naar Algerije, Italië (vooral Venetië) en het Midden-Oosten. In het Midden-Oosten maakte hij kennis met de uit Cannes afkomstige schilder Louis Pastour (1876-1948. In Zuid-Frankrijk woonde hij lang in de Villa des Orchidées, niet ver van het met een olijfgaard begroeide Domain des Collettes van Pierre-Auguste Renoir, die dat domein op 28 juni 1907 had gekocht om het te redden van de afbraak. Lebacq schilderde voornamelijk in Frankrijk. Ook na een aantal korte verblijven in België keerde hij steeds terug naar de zuidelijke zon. Na de Tweede Wereldoorlog verbleef hij er ook nog een tijdje, maar keerde uiteindelijk terug naar Brugge, waar hij sinds augustus 1950 stierf. Hij werd begraven op het kerkhof van Wenduine aan de Belgische kust.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij in 1915 oorlogsvrijwilliger. De dan 40-jarige leeftijd Lebacq werd uiteindelijk in 1917 aan de Generale Staf in De Panne toegevoegd als legerschilder in Section Artistique. Tijdens de oorlog nam hij in 1917 in Zwitserland deel aan de tentoonstelling over de schilders van het Belgische front.  De schilder leed gedurende de oorlog veel schade. Bij zijn terugkeer in Brugge was zijn atelier geplunderd en verwoest. Het werk van dertien jaar was vernietigd. In 1915 hadden de Duitsers al zijn doeken, tekeningen en etsen meegenomen. Een map met 93 schetsen en een olieverfschilderij op postkaart pas in oktober 2006 in Hamburg tijdens een openbare verkoop teruggevonden. Ondanks die forse tegenslag ging hij opnieuw aan het schilderen, ditmaal met een geheel nieuwe stijl. Lebacq werd door een kunstcriticus omschreven als ‘de schilder van de zachte harmonie’. Hij maakte nu vooral aquarellen, rode krijttekeningen, pastels en houtskooltekeningen. Hij stelde zijn werken dikwijls tentoon voor de laatste oorlog op het Salon des Artistes Français of in het Grand Palais in Parijs. In 1957 vond een retrospectieve tentoonstelling plaats in het Musée des Beaux-Arts de Mons  (BAM) in Bergen, België, waar verscheidene werken van hem hangen. Het meeste werk van hem bevindt zich in privécollecties.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: