LA GRANDE BOUCLE 32

Rodolfo Müller (Livorno, 12 augustus 1876 – Parijs, 11 september 1947) was een Italiaans wielrenner, die echter in de twintiger jaren de Franse nationaliteit verkreeg. Hij was de broer van de schilder en graficus Alfredo Müller, die vanaf het eind van de negentiende eeuw een goede reputatie opbouwde binnen het Parijse artistieke milieu. De beide broer groeide in een zekere welstand op, totdat in 1890 door het faillisement van de Bank van Livorno het internationale handelshuis van pa Müller ten onderging. Rodolfo Müller had zich toen al meer toegelegd op het wielrennen. In 1897 werd hij derde in de wedstrijd Parijs-Cabourg (Normandië) achter de indertijd bijna ongenaakbare Maurice Garin. Twee jaar later, op 10 april 1898, werd hij zesde in de derde Parijs-Roubaix, met een achterstand van 1.31.31 op (wie anders) Maurice Garin, die de koers over 268 kilomter voor de tweede keer won. Van de gestarte deelnemers zouden slechts achttien man de finish halen. Daarna werd het een paar jaar stil rondom Müller, althans er is in de rangschikkingen niks van hem terug te vinden. Slechts het bericht dat hij in 1901 als enige renner geregistreerd stond van het Italiaanse team Clement, maar opzienbarende resultaten werden er blijkbaar niet gehaald.

In 1902 duikt hij weer wel op de de uitslagen. Op 22 juni 1902 werd hij derde in de monsterrit (540 km) Gran Fondo-La Seicento van Milaan naar Turijn. Een rittenkoers die erg onregelmatig wordt georganiseerd. In de jaren 1894-1979 is de koers slechts negen keer gereden en het is maar de vraag of er ooit nog een tiende keer komt. Op 18 augustus 1902 won hij een wegwedstrijd in Tarbes over 225 km, Le Concours de Tourisme de TCF, zoals de naam al aangeeft toch iets meer dan het gemiddelde rondje rond de kerk. Een maand eerder, op 27 juli 1902 had hij al meegedaan in Bordeaux-Parijs, de klassieker over 575 kilometer, waar hij derde werd met een achterstand van 2.54.00 (de seconden werden hier niet geteld; dat was niet echt nodig). Hij moest slechts het hoofd buigen voor Maurice Garin en Lucien Garin, die in die jaren de onomstreden toppers waren binnen de wielerwereld. In deze koersen bevestigde Rodolfo Müller zijn reputatie van gevreesd concurrent in de superlange en keiharde koersen, die hij kreeg door als tweede achter Lucien Lesna te eindigen in de eenmalige koers Marseille-Parijs. Op 18 mei 1902 gingen renners van start voor de koers over 938 kilometer. Lesna had op voorhand ruim 6.000 kilometer getraind zonder gangmaking om het tegen Maurice Garin te kunnen opnemen. De laatste ontweek het duel echter, waarna de overwinning Lesna amper kon ontgaan. Niet dat het een makkie was, want de wedstrijd werd verreden in de stromende regen onder helse omstandigheden verreden. De Belgische renner Charles Kerff werd ’s ochtends dood in een sloot gevonden, waarover in het blog van zijn broer Marcel Kerff al is bericht.  Lesna won in 38 uur en 43 minuten, met 7 uur voorsprong op Rodolfo Müller. Zijn aankomst in het Parc des Prince werd bijgewoond door 20.000 toeschouwers. Marseille-Parijs wordt als de directe voorganger van de Tour de France beschouwd, want dezelfde organisatoren, gemotiveerd door de enorme publieke belangstelling, begonnen het jaar later met de Tour de France. Lucien Lesna stond op dat moment als wielercrack veel hoger aangeschreven dan Maurice Garin, aan wie hij echter de eerste Tour gunde.

Zijn succesjaar was 1903 waarin hij derde eindigde in de Bol d’Or, een wedstrijd over 24 uur, maar ook meedeed aan de allereerste editie van de Ronde van Frankrijk. Müller geld officieel als de enige Italiaan die aan de eerste Tour deelnam, maar hij en zijn broer Alfredo waren toen al jarenlang woonachtig in Parijs en geheel ingeburgerd in de Franse maatschappij. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Müller ook de enige Italiaan was die werd opgenomen in de ploeg La Française, die Maurice Garin naar de eindoverwinning moest loodsen. Müller deed het voortreffelijk in de Tour; zonder in de zes etappes echt een opvallende rol te spelen, eindigde hij steeds bij de eerste acht binnenkomers en zou in de eindrangschikking uiteindelijk vierde worden, op 4.39.30 van Garin. In 1904 won Müller nog een rit over maar liefst 1.000 kilometer achter gangmaker tijdens de eerste Vélodrome d’Hiver, maar daarna beëindigde hij zijn wielercarrière. Om verder vergeten te worden, zeker in Italië waar men hem (niet geheel ten onrechte overigens) toch vooral als een Franse renner bleef zien. Vanaf 1904 trekt hij per auto door Europa. Blijkbaar heeft hij goed verdiend in zijn carrière om de rest van zijn leven een beetje flierefluitend door het leven te gaan. Heel even haalt Jan Boesman hem een piepklein beetje uit de anonimiteit door hem op te voeren in zijn boek De fiets van Lautrec, waar zijn hoofdpersoon Jimmy Michael, een Welshe slagersjongen uit Aberdare, een nieuw vriendinnetje krijgt: ‘Marie, zo heette ze, was nochtans ook van goede huize. Ze was zeven jaar jonger dan Jimmy en kwam uit een Zwitsers-Italiaanse familie van katoenhandelaren die zich in Parijs had gevestigd. Haar vader runde Hotel Malesherbes, haar oudste broer was de bekende kunstenaar Alfredo Müller – die in Montmartre woonde en met Toulouse-Lautrec bij de Société des Artiestes Indépendants had gezeten – en een andere broer was de wielrenner Rudolfo Müller. Vermoedelijk verliep de kennismaking via de laatste. Rudolfo was het voorbije jaar vierde geworden in een nieuwe wielerwedstrijd onder auspiciën van Henri Desgranges, de Tour de France. Hij had zijn plaats tussen de tenoren van de afstand en was net als Michael een kosmopoliet’.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: