DE FAMILIE STASTOK (6)

HILDEBRAND – CAMERA OBSCURA (19)
EERDERE AFLEVERINGEN

Het diakenhuismannetje vertelt zijn historie (1)

Drie dagen had ik bij de familie Stastok vertoefd, en in die tijd was ik grote vrienden met Keesje geworden. Een paar malen had hij mij door de stad vergezeld om mij de weg te wijzen, als ik boodschappen te doen had; en daar hij, als vele oude lieden, praatziek was, en ik in dat gebrek soms met vele oude lieden deel, hadden wij dikwijls tezamen vrij wat afgehandeld. Keesje was een eenvoudig, braaf, goedaardig mannetje. Hij had een flauwe herinnering van zijn vader, die borstelmaker geweest was en grote ‘zulveren’ gespen op zijn schoenen had gedragen. Behalve de gespen, herinnerde hij zich niets meer van hem dan zijn dood, en hoe hij met een grote huilebalk en lange witte das achter zijn lijk gegaan was; en hoe er toen hij thuis kwam, een zwarte doek over de spiegel had ‘gehongen’; en hoe hij, bij die gelegenheid, zo veel geraspte broodjes had mogen eten als hij maar wilde; en dat daar een lange moei was bijgeweest, die zóveel witte wijn gedronken had, dat een dikke oom gezegd had: ‘Je krijgt niet meer.’ Zijne moeder had hij nooit gekend. De dikke oom had hem naar ’t Weeshuis gebracht; hij had er leren spellen, en toen was hij op timmeren gedaan, maar hij was te zwak voor dat werk, weshalve men hem bij een apotheker besteld had, om flesjes te spoelen, en te stampen: een baantje dat juist niet rijk is aan schitterende vooruitzichten. Vijftien jaar had hij er gediend, maar daar hij maar heel weinig lezen kon, en hij dikwijls tegelijk twee halfpintsflessen, drie kinderglazen, een amplet, een likkepot en een pakje poeiers weg moest brengen, was ’t hem eindelijk eens gebeurd dat hij een salepdrank gebracht had bij iemand die obstructies had, en daarentegen de poeiers met jalappeharst bij een dame die aan diarrhee leed, waarop hij, als niet genoeg geletterd, ontslagen werd. Sedert was hij loper voor een kantoor, en daarna huisknecht bij onderscheidene lieden geweest, waarvan sommige dood en andere geruïneerd waren; en daar hij, bij de grote opruiming, te oud was geweest om naar Frederiksoord te worden gezonden, had eindelijk het Weeshuis hem overgedaan aan het Diakoniehuis. En nu werd hij op zijn oude dag nog door mijn oom en een paar lieden van diens slag gebruikt tot het smeren van schoenen, uitkloppen van kleren, wegbrengen van de courant en, in één woord, tot het doen van min gewichtige boodschappen. Hetgeen, volgens de inlichtingen van mijn oom, ’s mans carrière het meest had gedwarsboomd, was zijn verregaande onnozelheid en daaraan geëvenredigde mensenvrees.

Behalve de achterkamer met het hoge licht, die om het huis van de buurman heensprong en waarachter de keuken lag, was er aan het huis van Petrus Stastok Senior nòg een achterkamer, waarin ik u nader denk binnen te leiden, naar een kleine tuin, waarop zij uitzag, niet oneigenaardig de tuinkamer geheten. Als men de plaatsdeur uittrad, had men eerst een soort van trottoir van gele klinkers, van omstreeks drie passen breed, en als men dan over een hoge rollaag van blauwe klinkers heenstapte, waarvóór aan de overzijde drie voetschrabbers waren geplaatst, was men eensklaps in het kleine elysium van mijn tante. Men zag er een grote appelboom, waaraan soms meer dan een dozijn reinetten groen werden, verscheidene rozeperken, waaromheen in ’t voorjaar een kring gele krokussen bloeien moest, meer dan één seringeboom, twee goudenregens, een dubbele kers en, tegen den muur aan de ene kant een wingerd, en aan de andere een ] moerbeiboom. De paden waren niet met gewoon gras, maar met rode en witte madelieven en z.g. zeegras omzoomd. Omtrent deze tijd stonden er verscheidene potten met asters en twee of drie dahlia’s in bloei; en achterin was een groen geschilderd priëeltje met vijfblad, kamperfoelie, rupsen en spinnen. Daaraan belendde de fabriek, waaraan, tegenover ’t priëel, een kleine loods was uitgebouwd met een klein plaatsje, waarop Keesje zijn huiswerk verrichtte, en daaromheen een klein hekje.
In dit priëeltje zocht ik, op zaterdag morgen na de ontbijt, met een boek onder de arm het zonnetje. Waarom ik het boek niet opensloeg zal terstond blijken.

Stastok - 4 diakenhuismannetje aIk had nog nauwelijks met mijn zakdoek het stof van de bank in ’t priëeltje geslagen, en was bezig, op mijn gemak neergezeten, met de ogen op het loodsje, het plaatsje en het hekje gericht, mij te verlustigen in het denkbeeld, hoe goed alles bij mijn oom en tante in de verf was, als de plaatsdeur openging en Keesje verscheen. Daar hij den gehele tuin door moest om op de plaats van zijn bestemming te komen, en hij bijna zeventig jaar op de schouders torste, had ik tijds genoeg om op te merken, dat er iets aan scheelde. Hij strompelde eerst bijna tegen de rollaag aan, waarop hij niet scheen verdacht te wezen, schoon hij er sedert jaren alle morgens om halftien uren overheen moest stappen; hij liet den zondagse rok van mijn oom, die hij over de arm had, in het zand slepen en, eer hij de appelboom voorbij was, de borstel, dien hij in de hand hield, tweemaal vallen. Als hij nader kwam, zag ik dat zijn wangen zeer bleek en flets waren, onder zijn niet zeer net onderhouden baard; zijn gehele gelaat was betrokken, zijn ogen stonden dof; en toen hij mij voorbijging was het niet als anders: ‘Lief weertje, meheer!’ maar hij nam zijn hoed stilzwijgend af, en strompelde naar het plaatsje. Met een diepe zucht trok hij daarop zijn jas uit, zodat hij mij in zijn eng zwart vest met mouwen, al het magere en gebogene van zijn gestalte zien liet. De rode blikken tabaksdoos, die half uit de ene vestzak stak, bleef onaangeroerd, en met wederom een diepe zucht hing hij de rok van mijn oom over de knaap. Met een nog dieper zucht greep hij de borstel op, stond enige ogenblikken in gedachten tegen de haren op te strijken, en begon toen de rok te borstelen, beginnende met de panden.
‘Hoe is ’t Keesje! Gaan de zaken niet goed?’ riep ik hem toe. Keesje borstelde altijd door. Hij was wat doof.
Wanneer men de volzin herhalen moet, dien men op enigszins meewarige toon heeft uitgesproken, is ’t glad onmogelijk het met dezelfde woorden te doen. Ik stond op, kwam een stapje nader, en zei wat luider: ‘Wat scheelt er aan, Kees?’
Kees ontstelde, zag mij aan, en bleef mij een ogenblik met strakke ogen aanzien; daarop vatte hij weer een mouw van mijn ooms zondagse rok en begon op nieuw te borstelen. Er liep een traan over zijn wangen.
‘Foei, Kees!’ zei ik, ‘dat moet niet wezen; ik zie waterlanders, dunkt me.’
Keesje veegde zijn ogen met de mouw van zijn vest af en zei: ‘’t Is een schrale wind, meheer Hildebrand.’
‘Ei wat, Keesje;’ zei ik, ‘de wind is niemendal schraal. Maar daar schort iets aan, man! Heb je een courant verloren?’
Keesje schudde het hoofd en ging hardnekkiger dan ooit aan het schuieren.
‘Kees!’ zei ik: ‘je bent te oud om verdriet te hebben. Is er niets aan te doen, vrind?’
De oude man zag vreemd op bij het horen van het woord ‘vrind’. Helaas, misschien was ’t hem op zijn negenenzestigste jaar nog geheel nieuw. Een zenuwachtige glimlach, die iets verschrikkelijks had, kwam over
zijn mager gezicht; zijn grijze ogen luisterden eerst op, werden toen weer dof, en schoten vol tranen. Zijn ganse gelaat zei: ik zal u vertrouwen. Zijn lippen zeiden: ‘Hoor reis meheer! Kent uwe Klein Klaasje?’
Hoewel ik nu een zeer bijzondere vriend heb, die Nicolaas gedoopt is, en van wie ’t niet ondenkbaar was dat Keesje hem wel eens gezien had, zo kon ik echter onmogelijk op gemelde Nicolaas den naam van Klein Klaasje toepassen, aangezien hij een zeer ‘lange blonde jongen’ is, en nooit zou ik hebben willen geloven dat gemelde Nicolaas, hoe onaardig hij somtijds ook wezen kan, de oorzaak zou kunnen zijn van ouden Keesjes tranen. Ik antwoordde dus dat ik Klein Klaasje niet kende.
‘Heeft meheer Pieter hem uwe dan niet gewezen? De hele stad kent Klein Klaasje. Hij krijgt centen genoeg;’ ging Keesje voort.
‘Maar wat is het dan voor een man?’ vroeg ik.

Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: