LA GRANDE BOUCLE 34

Aan de eerste editie van de Tour de France namen ook vier Zwitserse renners deel: Anton Jaeck, Charles Laeser, Marcel Lequatre en Paul Mercier. Het kan toeval zijn maar alle drie staakte in de derde etappe de strijd. Anton Jaeck (Basel, 10 februari 1882 – Normandië, 17 november 1942) was een professioneel wielrenner van 1901 tot 1913. In 1902 had hij deelgenomen aan Marseille-Parijs, een monsterrit over 938 kilometer die onder erbarmelijk slechte omstandigheden werd verreden. Een broer van de Belgische coureur Marcel Kerff zou daarbij onder nooit opgehelderde omstandigheden om het leven komen. De rit eindigde in een klinkende overwinning voor Lucien Lesna en het succes van de koers was voor organisator Henri Desgranges van L’Auto-Vélo genoeg reden om een jaar later een nooit zwaardere koers uit te stippelen: de Tour de France. Anton Jaeck en zijn landgenoot Charles Laeser maakte deel uit van de dominante equipe La Française, met een keur aan gevestigde namen die slechts de opdracht hadden Maurice Garin aan de overwinning te hebben. In de derde etappe moest Jaeck opgeven. Later dat jaar zou hij tweede worden in Bol d’Or, na Léon Georget en voor Rodolfo Muller. De Bol d’Or was een wielerwedstrijd op de baan, die tussen 1894 en 1950 jaarlijks op verschillende banen in Frankrijk werd gereden. Het was een 24-uursuithoudingsrace voor wielrenners met gangmaker. In de eerste jaren waren de gangmakers tandems of triplets, vanaf 1899 werden elektrische tandems ingezet en pas in 1950 werd overgestapt op derny’s. Blijkbaar beviel dat niet, want het was tegelijkertijd de laatste keer dat werd gestreden om de fameuze vergulde bronzen beker of schaal. De al genoemde Léon Georget won negen keer het eindklassement in de jaren 1903-1919. Dat had nog een vijf keer meer kunnen zijn geweest als in de jaren van de Eerste Wereldoorlog ook koon worden gekoerst. In 1904 ging Anton Jaeck opnieuw van start in de Tour, maar opnieuw moest hij opgeven. In de tweede etappe stond Anton niet meer aan de start. In 1907 en 1909 probeerde hij nogmaals, maar ook deze twee keren haalde Jaeck Parijs niet. Het wordt eentonig, maar in 1909 moest hij bij zijn enige deelname aan Parijs-Roubaix ook vroegtijdig afhaken. Blijkbaar was Anton Jaeck toch meer thuis op de baan dan op de ruwe Franse wegen.

Zijn landgenoot Charles Laeser (Genève, 12 september 1879 – Genève, 28 juli 1959) verging het niet beter. Laeser, die in zijn woonplaats mecanicien was, was slechts drie jaar (1902-1904) profwielrenner. Hij startte in 1903 en 1904 in de Tour de France en in beide gevallen moest hij opgeven. In 1903 staakte hij in de derde rit de strijd, een jaar later moest hij al in de eerste etappe opgeven, Weinig aansprekende palmares, maar toch maakte Laeser naam. Hij was namelijk in 1903 de eerste niet-Fransman die een etappe wist te winnen. In 1903 was de regel dat een coureur die had opgegeven dat andere dag gewoon weer mocht opstappen. Wel streed hij niet langer mee voor een plaats in het algemeen klassement, maar deed slechts mee om alsnog zijn kopman te helpen (wat best als een vorm van competitievervalsing mag worden gezien of om een individueel succesje te halen. Dat lukte Laeser wonderwel. Na zijn opgave in de derde etappe wist hij op 12 juli 1903 de vierde rit (Toulouse-Bordeaux, 268 kilometer) te winnen. Met een voorsprong van 4.03 kwam hij binnen voor een groepje van zes man, waarvan Julien Lootens en Rodolfo Muller de twee andere podiumplaatsen innamen. Op 7.41 kwamen nog twee renners binnen (waaronder de Belg Aloïs Catteau), waarna vanaf de 26e minuut de rest kwam binnendruppelen. Aangezien hij ook de eerste was die meer dan 30 km per uur had gereden, mocht hij ook nog eens 700 goudfrank mee naar huis nemen. Niet slecht voor een uitvaller.

Marcel Lequatre (Yverdon, 29 september 1882 – Genève, 14 november 1960) startte drie keer in de Tour. In alle edities (1903, 1907 en 1908) moest hij na een paar etappes opgeven. Lequatre (foto hiernaast) had een lange carrière als professioneel renner, van 1902 tot 1919, en haalde heel wat aansprekende overwinningen. Zo was hij twee keer Zwitsers kampioen op de weg, was hij drie keer winnaar van de toenmalige Zwitserse klassieker Romanshorn-Genève (1902, 1904, 1908), vijf drie keer winnaar van een andere Zwitserse klassieker Bern-Genève (1908, 1909, 1910, 1918), drie keer winnaar van de Tour du Lac Léman (1904, 1906, 1909), een van de oudste wielerkoersen, werd hij in 1908 achtste in Milaan-San Remo en succesrijk in tal van baanwedstrijden. Bepaald geen koekenbakker dus, maar net als bij Jaeck en Laeser was de Tour de France net een maatje te groot.

Over Paul Mercier kunnen we heel kort zijn: er is niks bekend over datum en plaats van geboorte en overlijden en ook helemaal niks over het leven daartussenin. Slechts dat hij aan de allereerste Tour heeft meegedaan en in de eerste etappe is afgestapt, in de tweede etappe (4 juli 1903, Lyon – Marseille, 374 km) weer op de fiets mocht stappen en toen met een achterstandje van 5.41.47 als 23e over de streep kwam. Toen had hij er blijkbaar genoeg van, want in de derde etappe stapte hij niet meer op. Een foto van hem is er ook niet.

Charles Laeser wint de vierde etappe van de Tour de France 1903

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: