EMILE-ANTOINE BOURDELLE

Émile-Antoine Bourdelle (Montauban, 30 oktober 1861 – Le Vésine), 1 oktober 1929) was een Franse beeldhouwer en schilder. In Mountauban, een plaatsje iets boven Toulouse, had zijn vader een meubelmakerij, waar Bourdelle toen hij veertien jaar oud was als houtbewerker ging werken. Hij leerde tekenen bij Armand Cambon (Montauban, 22 februari 1818- Montauban, 14 januari 1885), een schilder en vriend van Jean-Auguste-Dominique Ingres (Montauban, 29 augustus 1780 – Parijs, 14 januari 1867), de grote neoclassicistische schilder. Cambon werd na de dood van Ingres aangewezen als zijn testamentair executeur en degene die moest zorgdragen voor de oprichting van het Musée Ingres. Ingris had al in 1851 een deel van zijn collectie, die bestond uit eigen werk, werk van leerlingen, een verzameling antieke Griekse vazen en andere antiquiteiten aan zijn geboortestad geschonken. In 1854 werd een Salle Ingris geopend in het stadhuis van Montauban, dat was gevestigd in het voormalige bisschoppelijk paleis uit de zeventiende eeuw. Na de dood van Ingres in 1867 werd de collectie aanzienlijk uitgebreid met onder andere duizenden tekeningen. Na de opleiding hier ging Émile-Antoine Bourdelle voor zijn opleiding als beeldhouwer naar Toulouse, waar hij tien jaar aan de Académie des Beaux Arts studeerde. Toen hij 24 jaar oud was kreeg hij een beurs voor de École des Beaux Arts in Parijs. Zijn leermeesters waren Alexandre Falguière en Jules Dalou. In 1888 vervaardigde hij zijn eerste sculpturen van Beethoven, werken met veel pathos, monumentale kracht en een harmonische beweging. Hij was een der pioniers van de monumentale beeldhouwkunst van de twintigste eeuw. Auguste Rodin bewonderde zijn werk en vanaf 1893 tot 1908 werkte Bourdelle als Rodins assistent. Bourdelle ontwikkelde zich tot een bekende leermeester, zowel in Rodins als in zijn eigen atelier. Veel later bekende kunstenaars (waaronder Alberto Giacometti) kregen van hem onderricht, waardoor hij een aanzienlijke invloed op de beeldhouwkunst uitoefende. Van 1909 tot aan zijn dood in 1929 was hij docent aan de belangrijke Académie de la Grande Chaumière in Parijs. Hij was de oprichter en vicepresident van de Salon des Tuileries in Parijs. Antoine werd begraven op Cimetière du Montparnasse.

In Mountaban wordt in het Museé Ingris vooral het werk van twee bekende zonen van de stad in ere gehouden: de schilders Ingris krijgt zes zalen op de eerste verdieping en in de Salle doré wordt het werk van Bourdelle getoond. In de Salle doré bevinden zich voorts werken van Armand Cambon en van onbekendere schilders uit de School van Montauban: Marcel-Lenoir, Andrieu, Cadène en Desnoyer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende het museum als onderkomen voor de Mona Lisa. In Bourdelle’s woonhuis en atelier in Parijs aan de Rue Antoine Bourdelle bevindt zich het Musée Bourdelle, dat in 1949 werd geopend. Het geeft een overzicht van het uitgebreide werk van de kunstenaar. Het gebouw is naderhand voorzien van nieuwe vleugels om de monumentale beelden te kunnen herbergen. Nog eens 56 sculpturen van Bourdelle bevinden zich in Musée jardin Antoine Bourdelle, een museum/beeldenpark in Égreville.



Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: