JULES PASCIN

Jules Pascin (Vidin, 31 maart 1885 – Parijs, 20 juni 1930) was een Bulgaars-Amerikaanse schilder en tekenaar. Hij was het achtste van de elf kinderen in een sefardisch gezin. Zijn vader Marcus Pincas was een welgesteld Bulgaars zakenman, zijn moeder Sofie Russo stamde uit een oude sefardische famile uit Triest en was van Servisch-Italiaanse origine. Binnen het gezin werd Ladino gesproken, de Romaanse taal van sefardische Joden in de diaspora die uit het Spaans is ontstaan en sterk verwant is aan het aan het Duits verwante Jiddisch. Vanaf 1892 woonde het gezin in Boekarest. Hij heette dus eigenlijk Julius Mordecai Pincas, maar onder druk van zijn familie veranderde hij in Pascin, een anagram van zijn oorspronkelijke naam. De familie was namelijk was ontstemd over zijn levenswijze en wat dat voor hun reputatie zou betekenen. Niet onbegrijpelijk, want al op jonge leeftijd bleek dat hij erg veel tekentalent had en op vijftienjarige leeftijd was Jules regelmatig in de plaatselijke bordelen te vinden om naakttekeningen te maken. Iets wat hij de rest van zijn leven zou blijven doen. Vervolgens trok Pascin naar Wenen voor een tekenstudie en in de jaren 1902-1905 verbleef hij in Boedapest, Wenen, München en Berlijn, waar hij aan verschillende academies studeerde. In Berlijn werkte hij een tijdje mee aan het satirische weekblad Simplicissimus, dat verscheen tussen 1896 en 13 september 1944. Aan het blad werkten in de loop der tijd verschillende bekende politiek actieve intellectuelen mee, waaronder Hermann Hesse, Thomas Mann, Erich Mühsam en Käthe Kollwitz. Voor de Eerste Wereldoorlog bereikte het blad een ongekende populariteit vanwege het bespotten van de burgerlijke moraal, de wilhelminische politiek, het militarisme, de ambtenarij en de kerkelijke gezagsdragers. Het blad lag dan ook regelmatig onder vuur van de overheid, die met regelmaat rechtszaken tegen het blad aanspande. Vanaf 1909 verscheen ook een Franse uitgave, waarin de prenten voorzien werden van Franse vertalingen. De uitgevers werden daarop bekritiseerd wegens het verlenen van spandiensten aan de Franse erfvijand. Tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 liet het blad de militarisme-kritische houding geheel varen en volgde een nationalistische koers.Later ging het blad uit lijfsbehoud (hoe zei Brecht dat ook alweer: Erst kommt das Fressen, dann die Moral) een steeds rechtsere koers. Na de machtsovername van Hitler in 1933 zou het blad zonder protest een instrument worden van het nieuwe regime. In 1944 ging het blad roemloos ten onder.

Bij Simplicissimus werd Pascin lid van de Berliner Secession, een kunstenaarsgroep die in mei 1898 werd opgericht die een belangrijke rol speelde in de introductie van het impressionisme binnen de Duitse kunstwereld. Hij leerde er andere kunstenaars kennen waarmee hij de rest van zijn leven een vriendschap onderhield, waaronder Albert Weisgerber, Paul Klee en Wassily Kandinsky. In 1905 nam Pascin afscheid van Berlijn en vestigde zich voor een tijd in Parijs. Later woonde hij een tijdje in Brussel en in Londen. Na deze omzwervingen door Europa trok bij in 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar de Verenigde Staten. Zijn geliefde, de Franse schilderes Hermine David (1886 – 1970) volgde hem enkele weken later. Hermine was een achterkleindochter van de beroemde schilder Jacques-Louis David. Ze was een buitenechtelijk kind, waarvan de moeder beweerde dat de biologische vader een aartshertog uit de Habsburgse dynastie was. Op het moment in 1907 dat ze Pascin leerde kennen dat Hermine David zelfs al een behoorlijke status als schilderes en illustratrice. Ze verdient een aparte status omdat ze een van de zeer weinige vrouwelijke leden was van de École de Paris, de groep Parijse kunstenaars van voor de Eerste Wereldoorlog die hoofdzakelijk bestond uit emigranten uit Oost-Europa.Op 25 september 1918 traden Pascin en David in het huwelijk. In de oorlogsjaren hadden beiden tentoonstellingen in New York. Na een verblijf van vijf jaar in New York kwamen ze in 1920 terug naar Parijs. Vlak daarvoor had Pascin zich tot Amerikaan laten naturaliseren. Pascin leefde als een bohemien en verwierf er de bijnaam ‘Prins van Montparnasse’. In de loop der jaren werd zijn alcoholverslaving steeds groter, plus kreeg hij last van depressies. Die waren waarschijnlijk het gevolg van het uitblijven van een echte artistieke doorbraak, terwijl andere uit de Berliner Secession en École de Paris steeds meer succes kregen. Op 20 juni 1930 pleegde hij zelfmoord in zijn woning in Parijs door zich op te hangen, vlak voor een prestigieuze solotentoonstelling van zijn werk. Hij werd begraven op de begraafplaats van Montparnasse. Hermine David overleefde hem veertig jaar; ze overleed op 1 december 1970 in Bry-sur-Marne.

Ernest Hemingway heeft in zijn boek A Moveable Feast (1964) een ontmoeting met Jules Pascin beschreven:
“I went over and sat with Pascin and two models who were sisters. Pascin had waved to me while I had stood on the sidewalk on the rue Delambre side wondering whether to stop and have a drink or not. Pascin was a very good painter and he was drunk; steady, purposefully drunk and making good sense. The two models were young and pretty. One was very dark, small, beautifully built with a falsely fragile depravity. She was a lesbian who also liked men. The other was childlike and dull but very pretty in a perishable childish way. She was not as well built as her sister, but neither was anyone else that spring.

‘The good and the bad sisters,’ Pascin said. ‘I have money. What will you drink?’

‘Une demi-blonde,’ I said to the waiter.
‘Have a whisky. I have money.’
‘I like beer.’
‘If you really liked beer, you’d be at Lipp’s. I suppose you’ve been working.’
‘Yes.’
‘It goes?’
‘I hope so.’
‘Good. I’m glad. And everything still tastes good?’
‘Yes.’
‘How old are you?’
‘Twenty-five.’
Do you want to bang her?’ He looked toward the dark sister and smiled. ‘She needs it.’
‘You’ve probably banged her enough today.’
She smiled at me with her lips open. ‘He’s wicked,’ she said. ‘But he’s nice.’
‘You can take her over to the studio.’
‘Don’t make piggishness,’ the blonde sister said.
‘Who spoke to you?’ Pascin asked her.
‘Nobody. But I said it.’
‘Let’s be comfortable,’ Pascin said. ‘The serious young writer and the friendly wise old painter and the two beautiful young girls with all of life before them.’”

Pascins werk, dat wel gerekend wordt tot het expressionisme, omvat portretten en veelal erotisch-getinte en satirische afbeeldingen, die zich kenmerken door in elkaar overvloeiende tere kleurschakeringen. Hij maakte ook aquarellen en enkele boekillustraties. Ondanks zijn zeer drukke sociale leven en zijn drankgelagen waarin hij steeds alle geld er doorheen joeg, maakte hij duizenden tekeningen en schilderijen. Op veel daarvan heeft hij Hermine David vastgelegd.








Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: