DE FAMILIE STASTOK (17)

HILDEBRAND – CAMERA OBSCURA (30)
EERDERE AFLEVERINGEN

Pieter is waaratje verliefd, en hoe wij uit spelevaren gaan (4)

Voor een sentimenteel meisje was er op die werf niet veel te zien. Wij zaten aan een vrij verveloos tafeltje, waarvan maar drie poten de grond raakten, op een door kippen en hanen omgewoeld terrein, van een aarden
dijkje aan drie kanten omgeven, en hadden het uitzicht op een vrij grote kroosgroene eendenkom, een loods, en een zeker ander klein gebouwtje. Het duurde een hele poos, eer een kleine lelijke bastaard van een mop en een fikshond geheel ophield uitvallen van vijandigheid te plegen; maar wat het toneel enige schilderachtigheid bijzette, waren drie kinderen, waarvan het oudste, een meisje van een jaar of zes, het kleinste, een wicht van even zoo veel maanden, op schoot had, terwijl de derde, een jongen van omstreeks vijf jaren met spierwit haar, op zijn rug op den grond lag. Deze groep bevond zich aan de rand van de eendenkom, en keek dan eens schichtig naar ons en dan weer vertrouwelijk naar de eenden.
Het waren deze lieve kinderen, die Amelie in staat stelden al de liefderijkheid van haar zachtgestemd gemoed te tonen; zij trok dus de kleine linkerhandschoen van de kleine linkerhand, en besloot ze op de innemendste en wegslependste wijze toe te spreken.
‘Wel liefjes! kijk jelui zoo naar de eendjes?’
De kinderen keken haar strak aan, maar gaven geen antwoord.
‘Hoeveel van die lieve diertjes zijn er wel?’
Geen antwoord; maar enige verwondering in ’t oog van ’t zesjarig meisje; want op ’t boerenland noemt men een eend geen diertje.
Stastok - 6 - waratje verliefd - c‘Hou je veel van de eendjes?’
Zelfde stilte.
‘Is dat je jongste zusje?’
Stilte als des grafs.
Amelie zag dat zij met deze Arkadische kleinen niet vorderde, haalde de schouders op, en zweeg.
‘Onze zeug het ebigd,’ zei het meisje opeens, uit zichzelve.
‘Wat zegt het schepseltje?’ vroeg Amelie, voor wie deze inlichting volkomen onverstaanbaar was.
‘Zij zegt iets dat haar zeker hoog op ’t hart ligt, juffrouw van Brammen,’ zei ik, ‘ze vertelt dat het wijfjesvarken… in de kraam is gekomen.’
Amelie kreeg een kleur, voor zover haar vel daartoe in staat was.
‘Ze zijn in de boet (een kleine schuur, ook tot berging van gereedschap enz. bestemd),’ zei de kleine jongen, zich oprichtende en een paardebloem plukkende, waarmee hij herhaalde malen op den grond tikte.
‘Veertien.’
Ik stelde Amelie voor, de kraamvrouw te gaan zien; want ik vond het pikant een sentimenteel meisje in een boerenloods bij een zeug met veertien biggen te brengen.
Maar zij had er geen zin in, en scheen enigszins gebelgd over het voorstel.

De schommelaars kwamen weerom, met kleuren als boeien.
‘Hè!’ zei Christien, haar voorhoofd afvegende, ‘dat ’s prettig geweest; maar Dolf had ons bijna laten vallen. Het ging dol hoog.’
Pieter had niet mee geschommeld; zijne beblaarde handen hadden hem niet toegelaten de touwen vast te houden; Dolf en Koosje hadden neus aan neus op het plankje gestaan, en hij had het genoegen gehad ze op te geven.
Toen de dames een weinigje waren uitgerust, stelde ik voor weer aan boord te gaan, om zoo spoedig mogelijk naar de kom te roeien, waar wij zouden drijven, drinken, en dwepen. Dolf moest op de achterste roeibank, ik op de voorste, en Pieter, met zijn beblaarde handen, aan ’t roer.
Christien, die door ’t schommelen door ’t dolle heen geraakt was, had een razenden lust om te gaan wiegelen; maar de gebeden van Koosje en de zenuwachtige gillen van Amelie weerhielden haar; en daar Dolf een goed
roeier was en ferm slag hield, waren wij al heel spoedig nabij de kom der genoeglijkheden. Reeds haalde ik de riemen in, en liet Dolf alleen nog maar met de zijne spelen; reeds gaf ik mijn aanwijzingen aan Pieter, hoe hij het roer moest wenden om de kom in te draaien, toen de liefderijke Amelie eensklaps aan de rechteroever een plantje of zes nog laat bloeiende vergeetmijnieten in ’t oog kreeg en uitriep:
Stastok - 6 - waratje verliefd - d‘Och, mijn lieve mijnheer Stastok, wil je me een groot pleizier doen, stuur dan reis even naar die vergeetmijnietjes; ik ben dol op vergeetmijnietjes!’
Haar wens geschiedde, en wij waren in een ogenblik bij de hemelsblauwe bloemekens, waarvan de vraag was. Amelie plukte ze allen op een na af, en deelde ze aan al de leden van het gezelschap uit, zodat wij in een ogenblik ieder met zulk een levend albumblaadje in ceintuur of knoopsgat pronkten.
Toen wij nu zo mooi waren, wilden wij weer heen; maar de schuit scheen nog veel groter liefhebster van vergeet-mijnietjes dan Amelie zelve; want haar gehechtheid strekte zich letterlijk uit tot de struik waarvan zij waren geplukt, tot het stuk grond waarop zij gebloeid hadden. Met andere woorden: wij zaten op land.
Te vergeefs, zo wij poogden los te raken; de schuit zat vast en bleef vastzitten; er scheen geen verwikken aan; het speet Amelie ‘verschrikkelijk’ dat zij de oorzaak van dit oponthoud was; Christien vond het daarentegen ‘ijselijk aardig’; wij manspersonen werkten ons half dood, en zaten dan weer een ogenblikje neder om krachten te herkrijgen. In een van die tussenpozen begon Dolf ons bij den Zwitserse Robinson te vergelijken.
‘Hoor eens,’ zei hij, ‘Koosje! als we hier voor eeuwig blijven moeten, dan trouw ik met jou, hoor!’ En hij maakte een beweging om haar de hand te kussen.
Op dit gewichtig ogenblik was het dat de merkwaardige Petrus Stastokius Junior een Simsonsverzuchting slaakte, de haak in edele verontwaardiging opnam, tegen de wal zette, en er met zoveel geweld en zo grote
inspanning van krachten op neerviel, dat de schuit plotseling losraakte en achteruitstoof, terwijl de edele bewerker van dit voorval zelf voorover in het water stortte. Daar lag hij; alleen zijn laarzen waren nog aan boord; de panden van zijn jasje zweefden boven de golven, en de merkwaardige Petrus Stastokius Junior, zich op zijn handen op de bodem des waters ophoudende, hield het beslikte, maar nog altijd gebrilde gelaat niet dan met moeite boven. Zijn hoed dobberde op de ongewisse baren. Het was verschrikkelijk.
Een ieder, die ooit in de zaligheden van een roeischuitje met de schone sekse heeft gedeeld, gevoelt welk een uitwerksel de plotselinge indompeling van Petrus op onze dames maken moest. Hij hoort ze allen gillen, hij ziet ze allen opstaan, elkander, en ook zelfs ons in de armen knijpen, en zeggen: ‘OG..!’ Zijne verbeelding slaat alle pogingen gade, die zij gezamenlijk aanwenden om zo mogelijk een nog groter ongeluk te krijgen… Welnu, hij heeft een denkbeeld van onzen toestand.
‘Zitten!’ riepen Dolf en ik tegelijk; ‘in ’s hemels naam, blijft zitten!’ en in een ogenblik staken wij de riemen aan bakboordzij in de grond, om het verder afdrijven van het schuitje te beletten. ‘Pieter, jongen! je bent nou toch nat; we zullen je met het schuitje volgen, zodat je de benen niet hoeft na te halen; kruip maar op je handen naar wal.’
Hij deed als hem gezegd was, en in een ogenblik was hij op het terrein der gezegende vergeetmijnietjes.
Pieter was kopje-onder geweest en tot het midden doornat. Hij zag er hartverscheurend uit; zijn druipend haar, zijn bleek en verwilderd gezicht, zijn zwarte, beslijkte handen! – Er was een algemeen medelijden; zelfs Dolf deelde er in. De drenkeling werd in de schuit opgenomen, en er werd besloten naar de boerderij terug te varen, om hem te drogen. Het zou dan wel te laat worden om in de kom te drijven, maar wij zouden nu in de boerderij onze verversingen gebruiken en daarna, stevig door, naar huis roeien. Eerst nog werd de hoed van Pieter achterhaald, en weldra zag de glundere boerin ons terug.
‘Ze had wel docht,’ zei ze, ‘dat dat heerschop een ongeluk krijgen zou; want hij had er al-an dat ie bij de schoppel staan hadde zo kniezerig en zo triesterig uitzien, dat ze al in haar aigen zeid hadde: nou! dat komt nooit goed of met dat heerschop! Maar ze zou maar flussies wat raizen opgooien, en dan zoudie wel gauw weer hielkendal op-eknapt zain; as meheer een hemd van haar man an wou hebben; meheer had maar te spreken,’ enz. enz.
Wij lieten Pieter aan hare zorgen over en begaven ons naar de werf.

Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: