TSUGUHARU-LÉONARD FOUJITA 2

Tsuguharu-Léonard Foujita (Tokio, 27 november 1886 – Zürich, 29 januari 1968) was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw verreweg de beroemdste artiest, waar zijn extravagante gedrag flink aan bijdroeg. Op de verjaardag van Lucie Badoul, zijn derde echtgenote, gaf hij haar een peperdure wagen met open dak en op de motorkap een klein bronzen beeld van Auguste Rodin. Foujita had ook gezorgd dat hij de juiste look had: een opvallend kapsel, een bril met ronde glazen, kleurrijke kleding en een hip snorretje (zou ene Adolf Hitler dit van de Japanner hebben afgekeken?), die allemaal bijdroegen aan een status van beroemdheid. Hij schroomde ook niet om als vrouw gekleed het uitgaansleven in te stappen. Hij ontwierp ook kleding, die in de Parijse modebladen alle aandacht kregen. Hij fotografeerde en filmde zichzelf terwijl hij aan het werk was in zijn appartement, dat als een van de eerste in Parijs een bad met stromend water had. Ook maakte hij een grote rij zelfportretten. Alle critici prezen zijn werk en werden fortuinen neergeteld voor zijn tekeningen, schilderijen en waterverftekeningen. In die periode was hij vele malen succesrijker dan Pablo Picasso en Henri Matisse. Waarschijnlijk was Tsuguharu-Léonard Foujita de eerste kunstenaar die van zichzelf een brand maakte. Het nadeel was wel dat zijn werk steeds meer naar de achtergrond verdween.

De grote kentering kwam in 1931. Hij scheidde dat jaar van Lucie Badoul, die een einde maakte aan de driehoeksverhouding met Robert Desnos door definitief voor de laatste te kiezen. Verder klopte de belastingdienst op de deur, want Foujita had vergeten over de reusachtige bedragen die hij de tien jaar daarvoor had geïncasseerd de verschuldigde belasting af te dragen. Samen met het jong modelletje Madeleine, die snel zijn vierde vrouw zou worden en bijna net zo snel zijn vierde ex-vrouw, nam hij de benen naar Zuid-Amerika, waar hij opnieuw veel succes had. In 1933 ging hij terug naar Japan om de officieel schilder van het keizerlijke leger te worden. De propagandaschilderijen die hij gedurende de oorlog maakte werden hem door kunstliefhebers vergeven. Een daarvan was de Amerikaanse generaal MacArthur, die zorgde dat hij in 1950 in het geheim kon terugkeren naar Frankrijk. Samen met Kimiyo, zijn Japanse vijfde echtgenote. Hij werkte nog achttien jaar in tamelijke anonimiteit verder. Wat lange tijd het meest van zijn werk bekend bleef zijn de vele kattentekeningen 0en – schilderijen die hij maakte. In 1930 waren twintig etsen van verschenen in zijn Book of Cats (1930, New York, uitgeverij Covici Friede), dat nog steeds hoog genoteerd staat in de lijst van zeldzame en dus dure boeken. Het wordt omschreven als ‘the most popular and desirable book on cats ever published’. Voor een zacht prijsje zijn echter herdrukken verkrijgbaar.





 

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: