TOUR DE FRANCE 1903

Op 1 juli 1903 was in Montgeron, een voorstadje van Parijs, de eerste Tour de France van start gegaan. Van de zestig renners die gestart waren, zouden uiteindelijk 21 man op 19 juli de eindmeet in Ville-d’Avray halen. Die eerste Tour de France had een eigenaardige organisatie. Niet vreemd, want het was een enorm organisatorische en financieel waagstuk om een dergelijke ronde op te zetten en ook nog maar de vraag of voldoende malloten konden worden gevonden voor de monsterachtige ritten over de onverharde wegen. Dat leek nog niet mee te vallen, want een paar dagen voor de start was het aantal inschrijvingen minimaal. Men verzon toen de list dat renners ook voor maar een paar ritten konden inschrijven en ook werd het toegestaan dat iemand die was uitgevallen en dus niet meer meedeed voor het algemeen klassement, de eerstvolgende etappe weer rustig op de fiets kon stappen om mee te strijden voor de dagprijzen. Dat alles had tot gevolg dat op de officiële lijst van deelnemers maar liefst 102 namen staan. Er zouden 78 renners hebben ingeschreven met de ambitie het gehele parkoers te gaan afleggen. Toen puntje bij paaltje kwam, ontbraken op de vroege ochtend van 1 juli 1903 achttien man op het appel. In onderstaande lijst de nummers 61 t/m 78. Daaronder een opvallende naam, namelijk de latere tweevoudig Tourwinnaar Lucien Petit-Breton (1907-1908) Blijkbaar was hij in 1903 nog niet zo overtuigd van zijn capaciteiten. Maar er stonden dus toch nog zestig dapperen ( de nummers 1 t/m 60) aan het vertrek, waarvan we in vorige blogs al vijftien man de revue hebben laten passeren: de Belgen Marcel Kerff, Julien Lootens, Aloïs Catteau en Jules Salés, de Italiaanse Fransman Rodolfo Müller, de Duitser Josef Fischer en het Zwitserse kwartet Anton Jaeck, Charles Laeser, Marcel Lequatre en Paul Mercier, de Italiaan Emile Torisani, de Duitser Ludwig Barthelmann, de latere Luxemburgse Tourwinnaar François Faber en de Fransen Edouard Wattelier en Eugène Christophe. En dan was er nog het eigenaardige gezelschap van mannen, waarvan er twee (de nummers 79 en 80) die twee etappes meededen en de grotere groep (de nummers 81 t/m 102) die maar één etappe vertrokken en bijna zonder uitzondering niet in de eindrangschikking van die dag voorkomen ofwel er voortijdig de brui aan gaven.
.


Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: