TERRITORIALE GESCHILLEN 3 – NIEMANDSLANDEN

De wereld heeft altijd al vol territoriale geschillen gezeten en in deel 1 zijn hieraan wat inleidende woorden besteed en in deel 2 is een onderverdeling conflictgebieden in historisch niet-erkende staten, niet-erkende staten, micronaties en betwiste gebieden. Dat is een te lange lijst om in zijn geheel te bespreken zodat noodgedwongen een beperking moet worden ingebouwd. Er is daarbij gekozen voor het uitgangsprincipe dat minimaal een Europees land bij het conflict moet zijn betrokken, dat het om staten moet gaan uit het recente verleden en dat wordt geconcentreerd op de betwiste grondgebieden. Vanaf deel 6 zal worden begonnen met het eerste van de betwiste grondgebieden, namelijk Hermansisland dat door Canada en Denemarken (namens Groenland) wordt geclaimd. Al die territoriale geschillen hoefden gelukkig niet altijd via oorlog of ander geweld te worden opgelost. Er zijn in de loop der tijden wel zinvolle oplossingen voor territoriale geschillen gevonden, zoals het bestempelen van een gebied tot niemandsland, het inrichten van een neutrale zone en het oprichten van een condominium. In dit blog het begrip Niemandsland.

Een niemandsland of neutrale zone is een (grens)gebied dat aan niemand toebehoort. Bij grensovergangen is bijna altijd sprake van twee verschillende grensposten, wat betekende dat men eerst via de ene grenspost het land verliet en bij de tweede grenspost het andere land binnenging. Het gebied tussen beide grensposten geldt dan als niemandsland. Het betekent dat de grensposten nooit precies op de grens staan maar altijd een eindje verderop. Eigenlijk zou dat niet nodig moeten zijn (met de invoering van Schengen is dit overigens in de Europese Unie grotendeels het geval), maar werd het nooit als plezierig ervaren dat beide grenswachten naast elkaar stonden. Soms werd het ook niet toegestaan om zich, persoonlijk of zakelijk, erg dicht aan de grens te vestigen. Veel mensen wilden dat zelf trouwens ook niet omdat men bij een gewapend conflict erg snel klem kwam te zitten tussen twee strijdende partijen. Het hoeft overigens niet altijd tot problemen te luiden. Zo is Putte een Kempens grensdorp, dat voor een deel in de Nederlandse gemeente Woensdrecht (provincie Noord-Brabant) ligt en voor een deel in de Belgische gemeenten Stabroek en Kapellen (provincie Antwerpen). In de Grensstraat in Putte-Kapellen staan aan de ene kant van de straat Nederlandse huizen, de overkant is Belgisch. Ook bij het Stabroekse deel van Putte heeft men een straat met een Nederlandse en een Belgische kant; bovendien heeft men een straat die tussen beide Belgische gemeenten Stabroek en Kappellen is verdeeld. Het dorp ligt daarmee in twee landen en drie gemeenten. Ook bij Kerkrade-Herzogenrath en Vaals-Vaalserquartier liggen soortgelijke Duits-Nederlandse grensovergangen.

Zo’n tweedeling wordt een stuk lastiger indien het een grensovergang betreft tussen twee landen die op gespannen voet met elkaar liggen. Zo liep veertig jaar lang de grens tussen West- en Oost-Duitsland door het dorpje Mödlareuth. Al meer dan veertig jaar was het dorp bestuurlijk verdeeld tussen de Duitse deelstaten Beieren en Thüringen, waarbij het riviertje de Tannbach de grens bepaalde. Toen in 1945 Thüringen bij de Sovjet-bezettingszone en Beieren tot de Amerikaanse bezettingszone ging behoren werd het wat lastiger, maar volstond officieel nog een Passierschein om over het stroompje te springen en in de andere zone te geraken. Vanaf 1952 echter werden bewoners die door de Oost-Duitsers als onbetrouwbaar werden gezien gedwongen te verhuizen en in 1966 scheidde een grote betonnen muur de vijftig inwoners. Aan de westkant werd de muur daardoor een toeristische attractie. In juni 1990 verdween de muur weer en daarmee ook alle toeristen.

Het begrip niemandsland kent ook andere betekenissen. Zo geldt een groot deel van een luchthavengebouw als niemandsland, want het valt weliswaar onder de jurisdictie van het land waar het gebouw zich bevindt, maar men kan er verblijven zonder dat men over een visum voor dat land beschikt. Ook opgespoten weiland ten behoeve van stadsuitbreiding maar waar de bouw nog niet is begonnen wordt wel als niemandsland aangeduid, omdat de vorige gebruiker al is onteigend en vertrokken, maar de nieuwe bewoners er nog niet zijn.

Het land tussen twee fronten werd in een loopgravenoorlog aangeduid als niemandsland. Het land behoorde aan geen van de legers toe, maar het gebied was vaak wel geheel gelegen op het grondgebied van een van de strijdende partijen. Wel kon zo’n loopgraaf en dus het bijhorende niemandsland een grens overgaan, zoals in de Belgische Westhoek in de Tweede Wereldoorlog het geval was. Een aanvallend leger moest dit niemandsland altijd oversteken voor de loopgraven van de vijand werden bereikt en was in het open terrein kwetsbaar voor vijandelijk vuur. Bovendien was het niemandsland door de voortdurende aanvallen en bombardementen vaak drassig en slecht begaanbaar, vol met wrakken, mijnen, blindganger en onbegraven lijken. Ook waren er vaak prikkeldraadversperringen en landmijnen gelegd om aanvallen te ontmoedigen.

Deze betekenis kan ook gelden bij ‘gewapende vrede. De smalle ongebouwde strook land tussen de Berlijnse Muur en West-Berlijn was officieel Oost-Berlijns, maar doordat de muur niet precies op de grens stond was er een strook over. West-Duitse graffitispuiters maakten driftig gebruik van de onbelemmerde toegang die ze zo tot de muur hadden. Ook bij het IJzeren Gordijn bevond zich zo’n strook onbewoond niemandsland, die juridisch deel van de Oostbloklanden waren, die fungeerden als veiligheidsstroken die zwaar bewaakt en ondermijnd waren.

Een gebied waar niets te bekennen is, wordt ook wel aangeduid als niemandsland. In die betekenis kan Antarctica, het enige onbewoonde continent, zo worden gezien, want via het Antarctisch Verdrag (1959) is bepaald alle claims op dit gebied werden bevroren, dat er vrijheid van wetenschappelijk onderzoek is en dat militaire activiteiten er verboden zijn. Het Antarctisch Milieuprotocol dat in 1998 aan het verdrag werd toegevoegd, maakt het tot minimaal het jaar 2048 onmogelijk er delfstoffen te exploiteren.

Een opmerkelijk geval is het stukje niemandsland bij Baarle, waar een groot aantal enclaves waren die na de Belgische afscheiding in 1839 moesten worden toegewezen aan Baarle-Hertog (Belgisch) of Baarle-Nassau (Nederland). Over één enclave kon men het in 1843 niet eens worden en vanaf dat moment bleef dat lapje grond niemandsland, waarover geen van beide naties iets te zeggen hadden. Pas in 1995 werd besloten dat dit perceel de tweeëntwintigste enclave werd van Baarle-Hertog. Het Belgische Baarle-Hertog bestaat sindsdien uit tweeëntwintig enclaves. Vijftien daarvan liggen in Baarle, een zestiende enclave ligt in het Belgische Loveren. Het Nederlandse Baarle-Nassau op zijn beurt telt zeven enclaves in de Belgische enclaves.Het ontstaan van die enclaves gaat terug naar 1190 toen Hendrik I, de hertog van Brabant een conflict kreeg met Dirk VII, graaf van Holland, die zijn invloed wilde uitbreiden naar Brabant en daarbij een deel van de Baronie van Breda op het oog had. Godfried II van Schoten, heer van Breda en een bondgenoot van de graaf, zorgde ervoor dat Dirk VII toch het eigendomsrecht over de Baronie kreeg, maar als compensatie kreeg  Hendrik I stukken land rondom Baarle in leen. Daarop moest echter voor sommige stukken land een uitzondering worden gemaakt, omdat die lapjes grond al aan anderen in leen waren gegeven. Daarom vielen vanaf dat moment sommige die stukjes ‘onder den hertog’, terwijl andere gronden ‘onder Breda’ bleven vallen. Er waren bovendien ook nog stukjes grond die onder de Abdij van Thorn vielen, die Baarle-onder-Thorn gingen heten. Het was een begin van een lange geschiedenis van de enclaves, die tot op heden voortduurt en als toeristische curiositeit aardig door Baarle wordt uitgebuit.

 

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: