TERRITORIALE GESCHILLEN 6 – HANS ISLAND (deel 2)

Hanseiland is vernoemd naar ontdekkingsreiziger Hans Hendrik (2 juni 1832 – 11 augustus 1889). Dat is best bijzonder, want zoals hierboven al is gebleken was het een vaste gewoonte net te doen of de oude benamingen van de Inuit nooit hadden bestaan en werden de ‘nieuw ontdekte’ eilanden en wateren voorzien van de namen van westerse poolreizigers. Overigens was het wel gebruikelijk de achternaam te hanteren bij naamgeving, maar voor hem werd simpelweg de voornaam gebruikt. Hans Hendrik was echter een volbloed Inuit met als oorspronkelijke naam Suersag, die voor het gemak in de boekjes wordt aangeduid als een ‘Groenlands-Deens poolreiziger en tolk, voorzien van een nieuwe, westerse naam. Hij werd geboren in Kitaa, midden op de westkust van Groenland, als lid van de grootste Inuit-stam, de Kalaalit, en werd als kenner van de streek en als tolk in 1853 door de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Elisha Kent Kane (3 februari 1820-16 februari 1857) ingehuurd voor de Tweede Grinnell Expeditie, die moest onderzoeken wat er was gebeurd met de Franklin Expeditie. In 1845 was John Franklin (ja, degene naar wie één van de eilandjes in Straat Nares is genoemd) met twee schepen vanuit Engeland vertrokken met als doel het laatste onontdekte gebied in het Canadees arctisch gebied in kaart te brengen. De twee schepen (HMS Erebus en HMS Terror) met hun 129 bemanningsleden kwamen echter al snel in het ijs vast te zitten. In april 1848 waren Franklin en een man of dertig al aan de ontberingen gestorven en werd besloten de schepen te verlaten. Onder leiding van Franklin’s assistent Francis Cozier (die van het andere eilandje) werd geprobeerd het vasteland van Canada weer te vinden, maar de complete groep verdween zonder enig spoor achter te laten.

Kort daarna werd vanuit Engeland een expeditie op touw gezet, maar dat leverde geen resultaten op. In 1853 werd een tweede expeditie op pad gestuurd, die naar de financier Henry Grinnell (18 februari 1799 – 30 juni 1874), de Tweede Grinnell Expeditie werd genoemd. Onder leiding van Elisha Kent Kane onderzocht het team grote gebieden in het noordwesten van Canada, dat nu Grinnell Land wordt genoemd. Net als de Eerste Grinnell Expeditie (1850-1851) leverde het weinig op met betrekking tot de lotgevallen van Franklin, maar de tweede expeditie wist wel veel eerder onontdekt land in kaart te brengen en vond de opening tussen Atlantische Oceaan en Noordelijke ijszee, waar eerder zo lang naar was gezocht. De naamgeving van de drie eilandjes in Street Nares komt niet uit de lucht vallen. De bemanning kwam met een karrenvracht aan informatie over klimaat en geografie terug naar New York, maar bovenal gaf het verslag van de expeditie het lezerspubliek een levendig en heldhaftig verhaal over de arctische avonturen. In latere jaren zouden wel gebruiksvoorwerpen van Franklin’s reis worden gevonden, waaronder de lijken van twee bemanningsleden. Later onderzoek toonde aan dat de manschappen op verschillende tijdstippen, diverse locaties en aan verschillende ziekten moeten zijn overleden. Er zijn ook sporen van kannibalisme gevonden. Pas in 2014 werd het wrak van de Erebus gevonden en in 2016 dat van de Terror. De site is nu benoemd tot ‘historisch onderzoeksgebied.

Bij die Tweede Grinnell Expeditie was Hans Hendrik degene die het spoor vond van de slee, waarmee vier van de mannen van Franklin’s gezelschap zich in veiligheid hadden proberen te brengen. Ze konden nu worden gevonden, bevroren in het ijs van Rensellaer Bay, vlakbij het punt waar Straat Nares uitmondt in de Baffinbaai. Hendrik fungeerde ook als tolk met de lokale Inuit-bevolking en was ook van levensbelang bij de jacht die soms moest worden ondernomen. Op sommige momenten hadden de expeditieleden al dagenlang niets meer gegeten en dreigde een langzame hongerdood, maar Dankzij Hendrik kon telkens op tijd weer wat eetbaars worden gevangen. Dankzij hem kon ook de reis per slee worden gemaakt naar Cape Constitution, een naam die nu nergens meer op de kaarten te vinden is en waarmee waarschijnlijk Cape Sheridan wordt bedoeld, het uiterste noordoostelijke puntje van Ellesmere en vlakbij het dorpje Alert. Voor zijn deelname aan de expeditie ontving Hans Hendrik een salaris van twee vaten met meel en ongeveer 25 kilo gezouten varkensvlees. Na de expeditie keerde hij terug naar zijn woonplaats Fiskernaes in west Groenland. Hij trouwde er en vestigde zich later in de buurt van Cape York, aan het noordelijke deel van de Baffinbaai, waar hij een ontmoeting had met Francis McClintock, weer zo’n Britse poolreiziger die op zoek was naar de verloren expeditie.

In de jaren 1860-1861 ging Hans Hendrik voor de tweede maal mee met een Amerikaanse poolreis. Ditmaal onder leiding van Israël Isaac Hayes, die Hendrik, vouw en kind in augustus in Cape York oppikte. Op 21 december 1860 begon Hendrik samen met de Duitse astronoom August Sonntag aan een expeditie. De beide mannen geraakte echter al snel in de problemen, toen het schip eerst door drijfijs beschadigd werd en uiteindelijk bij Port Foulke (iets ten zuiden van het dorpje Etah) invroor. De meeste sledehonden stierven al snel, waarna de beide mannen met de slee probeerden de dichtstbijzijnde Inuit-nederzetting te bereiken. Onderweg zakte Sonntag echter door een dunne ijslaag en kwam in het ijskoude water terecht. Hij stierf de andere dag in de verlate Inuit-vestiging Sarfalik bij Kaap Alexander. Hans Hendrik overleefde de barre tocht wel. Op 15 augustus 1861 bereikte de Amerikaanse boot de veilige haven van Upernavik aan de Baffinbaai, waar Hendrik en zijn gezin de daarop volgende drie jaar zou verblijven.

In 1871-1873 maakte Hendrik een derde poolreis, nu onder leiding van Charles Francis Hall (1821-1871). Hendrik nam zijn vrouw en vier jonge kinderen mee op deze tocht. Het zou een rampzalige tocht worden. Op 8 november 1871, niet al te lang na het vertrek, overleed Hall. Nog net voor Hall overleed vernoemde hij Hanseiland naar hem. Het schip Polaris kwam eerst vast te zitten in het ijs. Een aantal bemanningsleden, waaronder Hans Hendrik, moesten het schip verlaten en zwierven ruim zes maanden rond op een langzaam kleiner wordende ijsschots. Hendrik en Ebierbing, een andere Inuit, wisten echter steeds voedsel voor het gezelschap te vinden. In april1873 werd het gezelschap opgepikt door een robbenjager. De Polaris zou ook zijn losgekomen uit het pakijs, maar het schip slaagde er niet meer in een veilige haven te bereiken. Na zijn terugkeer maakte Hans Hendrik eerst een reis naar de Verenigde Staten, waar hij onder meer bezoeken aflegde in New York en Washington. Daarna keerde hij terug naar Groenland, waar hij zich vestigde in Fiskernaes (dat tegenwoordig de oude Inuit-naam heeft: Qeqertarsuatsiaat).

Hendrik ging daarna voor een vierde en laatste keer naar het hoge noorden, dit maal onder leiding van George Strong Nares die in 1875-1876 de British Arctic Expedition leidde. Ook deze toch werd gekenmerkt door allerlei problemen met pakijs, scheurbuik, honger en ingevroren in het pakijs. Opnieuw bleken de kennis en vaardigheden van Hans Hendrik onmisbaar voor het overleven van de meeste bemanningsleden en het grotendeels slagen van de expeditie. Na deze reis ging Hendrik definitief aan de wal wonen. Zijn reizen hadden hem naar Groenlandse begrippen een welvarend man gemaakt. Daar droeg ook in niet-geringe mate aan bij dat hij in 1878 als eerste Inuit een reisverslag maakte van zijn poolreizen. Het verscheen onder de titel Memoirs of Hans Hendrik, the Arctic traveller.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: