DE DRIE GRATIËN – 041

Jean-Baptiste Carpeaux (Valenciennes, 14 mei 1827 – Courbevoie bij Parijs, 12 oktober 1875) was een Frans beeldhouwer en kunstschilder. Van 1854 tot 1861 woonde hij in Rome, waar hij het werk bestudeerde van Michelangelo, Donatello and Verrocchio en een smaak ontwikkelde voor beweging en spontaneïteit. Bij zijn terugkeer in Frankrijk werd hij geïntroduceerd aan het hof van Napoleon III. Hij maakte bustes van verschillende leden van de familie van de Franse keizer en gaf les in tekenen en modelleren aan de jonge prins Lodewijk. Het werk van Carpeaux wordt gerekend tot de stijl van het realisme, waarbij kunstenaars ernaar streven de werkelijkheid weer te geven zoals die is. Dus niet geïdealiseerd naar het voorbeeld van de klassieke oudheid en niet gedramatiseerd in de stijl van de romantiek, maar gewoon eerlijk zoals gewone vrouwen eruit zien. zijn beeld De dans uit 1866 veroorzaakte een behoorlijk schandaal. Carpeaux was één van de vier winnaars van de Prix de Rome, die in 1863 opdracht kreeg een groep met figuren te maken voor de gevel van de entree van het nieuwe operagebouw te Parijs, dat tussen 1861 en 1875 door de architect Charles Garnier (1825-1898) werd gebouwd. Elke groep figuren moest één van de vaardigheden representeren, die nodig zijn om een opera te kunnen maken: compositie, instrumentale muziek, toneel en dans. De drie andere groepen werden volgens de maatstaven van het neoclassicisme ontworpen, de stijl die gangbaar was voor de beeldhouwkunst van die tijd. Carpeaux kwam met een compleet ander ontwerp, dat hem op de nodige kritiek kwam te staan. Zijn beeld was niet plechtig en statisch, maar oogde uitzinnig en dynamisch. Bovendien hield hij zich niet aan de ongeschreven regel, dat vrouwfiguren gekleed moesten zijn in draperieën. In plaats daarvan waren zijn dansende vrouwen geheel naakt. De manier waarop Carpeaux ze bovendien samen liet dansen rondom de personificatie van de dans, een geheel blote mannelijke figuur, toonde geen enkele overeenkomst met de gestileerde choreografie en dansvorm, die binnenin het gebouw als onderdeel van een opera zouden worden opgevoerd. Zijn danseressen leken spontaan en ongecontroleerd te dansen. Het leek wel een groep feestvierende bacchanten, die een slokje teveel op hadden. Het ergste vond men echter de anatomie van deze naakte vrouwen, ze leken veel teveel op gewone vrouwen, ze misten de neoclassicistische stilering en geïdealiseerde proporties van de beelden van de klassieke oudheid. Er ging niets leerzaams uit van het beeld van Carpeaux, het miste een opvoedende waarde, zoals gebruikelijk was voor beeldhouwkunst, die bedoeld was voor de openbare ruimte. De groep onbetamelijke figuren bedreigde eerder de publieke moraal. Ondanks al deze bezwaren werd de dansgroep uiteindelijk wel geplaatst, eerst vanwege de Frans-Pruisische oorlog, wat natuurlijk veel belangrijker was. Deze oorlog deed de kritiek echter maar tijdelijk verstommen. Toen Carpeaux stierf in 1875, het jaar dat het operagebouw klaar was, liet men het er verder bij. Maar toen het beeld een paar jaar daarvoor net aan de gevel geplaatst was, werd er uit protest een pot inkt tegenaan gegooid en eiste men dat het verwijderd zou worden. Het origineel van De dans van Carpeaux bevindt zich inmiddels niet meer aan de buitengevel van het operagebouw, maar is nu te zien in Musée d’Orsay, veilig en wel beschermd tegen de uitlaatgassen van Parijs. Zijn beeldhouwwerk van De Drie Gratiën zal indertijd door velen dezelfde kritieken hebben gekregen. Carpeaux is begraven op de Cimetière Saint-Roch in Valenciennes. Zijn werken zijn onder andere te zien in de volgende musea: Musée d’Orsay in Parijs, Museum of Fine Arts in Boston, National Gallery of Art in Washington D.C., Metropolitan Museum of Art in New York en het Victoria and Albert Museum in Londen.

Dit item was geplaatst door Muis.
<span>%d</span> bloggers liken dit: