J.C.J. KLEIJNTJENS

58e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD

Jean Chrétien Joseph Kleijntjens werd 3 Maart 1876 geboren te Maastricht, waar hij ook zijn jeugd doorbracht en zijn gymnasiale studies deed. Op zeventienjarige leeftijd werd hij Jezuiet en na zijn studies voor het priesterschap voltooid te hebben, ontving hij de opdracht, om zich voor het examen M.O. Geschiedenis voor te bereiden. Deze studie pakte hij zo degelijk aan, dat hij niet alleen een succesvol leraar werd, maar ook door het uitgeven van een serie leerboeken invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling van het katholieke Geschiedenisonderwijs. Deze boeken, die hij later met medewerking van o.a. Prof. Dr. H.F.M. Huijbers uitgaf, beleefden een zeer groot aantal edities. Maar niet alleen had hij zich voor het onderwijs bekwaamd, ook in de wetenschap van de Geschiedenis was hij doorgedrongen. Bijna tegelijk met zijn boeken voor het onderwijs, begon ook zijn wetenschappelijk werk: in samenwerking met de toenmalige Gemeentearchivaris van Nijmegen, H.D.J. van Schevichaven, en Mej. L. Sormani gaf hij in een achtdelig werk de stadsrekeningen van Nijmegen uit. De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde verkoos hem reeds in 1911 tot één van haar leden.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 deed een van zijn mooie eigenschappen, de menslievendheid, bijzonder uitkomen. Dadelijk was hij erbij, om de zorg voor de Belgische vluchtelingen te Nijmegen, waar hij leraar was, te organiseren. Dit bracht echter zijn werk op wetenschappelijk- en onderwijsgebied in gevaar en daarom achtte men het raadzamer, hem naar het St. Willibrordus College te Katwijk a/d Rijn over te plaatsen. Deze overplaatsing bracht voor hem het voordeel, dat hij gemakkelijker contacten kon leggen met wetenschappelijke kringen en bovendien beter in staat was, om bibliotheken en archieven te raadplegen. Zijn talrijke artikelen in kranten en tijdschriften in het binnenland zowel als in het buitenland namen toen voorgoed een aanvang. Naast wetenschapper bleef hij echter ook gewoon leraar en kon zich zó gemakkelijk omschakelen, dat hij na een vermoeiend symposion met geleerde heren helder en duidelijk aan eenvoudige mensen de katechismus kon uitleggen. Helaas vervreemdde hij sommige personen van zich door zijn onstuimigheid, maar van de andere kant verwierf hij zich vrienden door zijn grote behulpzaamheid. Door zijn talrijke relaties kon hij b.v. tijdens de crisis van 1930 aan verscheidene werkloze intellectuelen een betrekking bezorgen.

In 1925 was Mgr. L. Schioppa Internuntius geworden in ons land. Deze diplomaat meende voor het goed uitoefenen van zijn functie een Nederlandse secretaris nodig te hebben. Men wees hem op Pater Kleijntjens en werkelijk wist hij hem te verkrijgen als tijdelijk secretaris. Daarmede kwam eigenlijk een einde aan zijn loopbaan als leraar, al bleef hij dan nog enkele jaren enige lessen geven. Maar zijn wetenschappelijk werk werd er niet minder om en kreeg zelfs uitbreiding, omdat hij meer gelegenheid kreeg tot het maken van grote buitenlandse reizen. Hij heeft hiervan geprofiteerd door meermalen in de archieven en bibliotheken van Spanje en Italië door te dringen.

Ook aan deze diplomatieke periode kwam een einde, toen hij in 1935 naar Rome werd geroepen, om daar in een college van historieschrijvers zich rustiger aan de Wetenschap te kunnen wijden. Zijn aandacht richtte zich op Oost-Europa, vooral op de Baltische staat Letland. Hij nam de taak op zich, om de Litterae Annuae van de vroeger Lettische Jezuieten uit te geven. – De Litterae Annuae zijn een soort jaarverslagen, die naar het hoofdbestuur van de Jezuieten te Rome opgestuurd werden. – Na enige jaren van studie ging hij de resultaten van deze arbeid aanbieden aan de Lettische regering, die dit werk niet alleen op prijs stelde, maar ook de onkosten van een uitgave op zich nam. Zo werd deze studie oorzaak van een langduriger verblijf in Oost-Europa. Daar verraste hem in 1940 de oorlog. De Russen bezetten Letland en hij zag zich gedwongen, dit land te verlaten en terug te keren naar Nederland. Hier kon hij zich echter door allerlei omstandigheden niet zo aan de studie geven als hij wel wenste, niet het minst, omdat hij zich wat achteraf moest houden.

Na de Bevrijding kwam een nieuwe periode van volle activiteit. Zijn bedoeling was geweest terug te gaan naar Letland, maar dit werd hem onmogelijk gemaakt. Hij maakte zich daarop verdienstelijk met het opsporen van documenten in Duitsland. Bij deze arbeid kwam hij in contact met vele displaced persons uit Oost-Europa. De ellende van deze mensen riep in hem zijn levendige menslievendheid weer wakker. Vele van deze mensen zijn hem nu nog dankbaar, voor wat hij voor hen deed. Een beroerte maakte een einde aan zijn intensief en arbeidzaam leven. Hij overleed op 10 Nov. 1950 te ’s Gravenhage op vier en zeventigjarige leeftijd.

Uit: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1950-1951, pag. 128-129. auteur: J. Barten S.J.

PS: Op de digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren staan een zeer groot aantal artikelen van J.C.J. Kleijntjens, waaronder levensberichten van Prof. Dr. H.F.M. Huijbers (1929) en van mgr. Van Hooydonk (1930).


Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: